Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Opgebiecht: ‘Ik krijg het benauwd van samenwonen’

Opgebiecht: ‘Ik krijg het benauwd van samenwonen’

Relaties & opgebiecht
Opgebiecht: ‘Ik krijg het benauwd van samenwonen’

Naomi (30): “Ik weet van mezelf dat ik best een drammer kan zijn. Dat we bij elkaar zijn ingetrokken, komt ook meer door mij dan door Jeroen. We wonen nu bijna een jaar samen in ons ontzettend leuke huis in het dorp waar hij vandaan komt. Alles nieuw, alles mooi, alles klaar voor een toekomst samen. Maar sinds we echt samenwonen, is alles anders geworden. Verstikkend bijna.”

Benauwd van samenwonen

“Toen Jeroen en ik elkaar drie jaar geleden leerden kennen, voelde het meteen supergoed. We hadden veel overeenkomsten. Ik ontmoette hem op het strand, na het kitesurfen. Dat is een passie van ons allebei. Het was een blikseminslag, liefde op het eerste gezicht. Ik voelde dat Jeroen best weleens the one kon zijn. Het is wonderlijk hoe snel we een stel waren en hoe alles klopt tussen ons. Dat het goed zit tussen hem en mij is iets waar ik nooit aan heb getwijfeld, en dat doe ik nog steeds niet. Vanaf het begin waren we veel samen. Ik had een klein appartement in Utrecht, hij woonde in een dorp daar niet ver vandaan. Hij had toen nog twee huisgenoten, daarom waren we vaker bij mij dan bij hem.”

Spontaan

“Dat ging automatisch, we hadden het er niet over. We zijn vrij spontaan in dingen, het hoeft allemaal niet zo gepland. Dat is met surfen ook lekker. Is er goede wind? Hup, auto in en naar het water. Superhandig en fijn om die hobby te delen. Jeroen en ik doen veel samen, meer dan hij met zijn vrienden en ik met vriendinnen. Toen ik m’n huis uit moest, leek het me dus een logische stap om met z’n tweeën iets anders te gaan zoeken. Jeroen was minder enthousiast, hij vond het prima zoals het was en dacht dat het juist goed was dat we allebei nog een eigen plek hadden. Als het eens iets minder ging tussen ons, konden we wat afstand nemen.”

Hints

“Dat vond ik een argument van niks, we waren constant samen en het ging hartstikke goed. Ruzies kwamen niet voor, dus was het ook nooit nodig om even afstand te nemen. Jeroen hield zijn poot stijf, maar ik was ook niet van m’n plan af te brengen. Dit was iets waar we het niet over eens waren, maar het liep verder nooit hoog op. Ik had het idee dat ik wel zou ‘winnen’, al was het geen wedstrijd. Je snapt vast hoe ik het daarna aanpakte: ik gaf hints en maakte toespelingen dat het zo makkelijk zou zijn als we samen zouden wonen, geen gesleep meer met spullen van het ene huis naar het andere…”

‘Waar we eerst lekker vrij en makkelijk leefden, is alles nu uitgestippeld’

“Ik voelde dat Jeroen langzaam ‘om’ ging, al was zijn voorwaarde wel dat hij per se niet in de stad wilde wonen. Daar moest ik aan wennen. Maar omdat we graag kinderen willen, kon ik me daar wel in vinden. Laat ze maar lekker opgroeien in een dorpse, veilige omgeving. We hebben uiteindelijk samen een huis gekocht en dat is een geweldige stek. Alles is opgeknapt, mooie keuken, mooie badkamer. Ik heb mijn zin gekregen, we wonen samen. Maar na bijna een jaar moet ik eerlijk zeggen: het grijpt me naar de keel. Het is allemaal zo serieus ineens, terwijl ik niet had verwacht dat er iets zou veranderen. Er zijn meteen zo veel vaste gewoontes ingeslopen.”

Cold feet

“Waar we eerst lekker vrij en makkelijk leefden, is alles nu uitgestippeld. Ik krijg het daar benauwd van, weg is de spontaniteit. Ik houd nog steeds evenveel van Jeroen, dat is het niet. Cold feet, denk ik. Ik lig er wakker van, maar ik kán er niks mee. Ik kan nu niet tegen Jeroen zeggen: ik vind het toch niks. We staan op het punt om de rest van ons leven met elkaar door te brengen! Ik hoor over the moon te zijn, zo blij. We zijn zelfs voorzichtig trouwplannen aan het maken. Ik denk dat mijn nare, benauwde gevoel ook door corona komt.”

Lees meer 
Opgebiecht: ‘Ik wil niet kiezen tussen mijn nieuwe liefde en mijn zoontje’

Te veel

“Daardoor werden we allebei gedwongen om thuis te werken, zagen een paar maanden bijna niemand en waren ineens alleen maar samen. Het was te veel, dat kan bij ons dus ook. Zo ontstonden er irritaties waar we eerder geen last van hadden. En ja, toen verlangde ik wél naar een eigen plek. Maar daar kan ik nu toch niet meer mee komen aanzetten? Terwijl ik het was die zo graag wilde samenwonen? Ik voel me een verwend prinsesje. Heb ik wat ik wil, ben ik nog niet blij…”

Dit artikel komt uit Flair 39-2020, de editie die t/m 29 september in de schappen ligt. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Valerie van der Meer | Beeld: iStock

Shoppen is altijd een goed idee