Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Leila maakte de oorlog mee: ‘Ik ben geen slachtoffer, maar een overlever’

Leila maakte de oorlog mee: ‘Ik ben geen slachtoffer, maar een overlever’

Relaties & opgebiecht
Leila maakte de oorlog mee: ‘Ik ben geen slachtoffer, maar een overlever’

Als kind maakt ze de oorlog in voormalig Joegoslavië mee. Na haar vlucht naar Nederland krijgt ze ook hier het nodige te verwerken. Maar Leila Prnjavorac (38) klampt zich – met succes – vast aan de levensles die ze van haar moeder kreeg: “De zon gaat vroeg of laat altijd weer schijnen.”

Aanslag op ons leven

“De knal was oorverdovend. Mijn vader stormde midden in de nacht in shock de trap op. Hij sliep al een tijdje beneden zodat, als er een soldaat zou binnenvallen, hij hem als eerste te lijf kon gaan. ‘Het is de moskee! De moskee is opgeblazen!’ riep hij verward. Hij vertelde met verhoogde ademhaling dat onze benedenverdieping was verwoest door de kracht van de explosie. Het was een wonder dat de bovenverdieping niet naar beneden was gestort. Mijn vader had het ternauwernood overleefd, omdat hij achter een muurtje lag.”

“Nu zul je denken dat ik als negenjarige ook helemaal in paniek was, maar gek genoeg wen je aan explosies. Aan oorlog. Ons huis was het eerste na de moskee; we wisten dat het gebouw vroeg of laat zou sneuvelen. Terwijl mijn vader op adem kwam, stapte mijn moeder uit bed om poolshoogte te nemen. ‘Het is niet de moskee. Wíj zijn het,’ zei ze toen ze weer bovenkwam. Haar woorden waren doordrongen van ernst. Wij waren het doelwit.”

“Iemand wilde ons dood hebben. Een onschuldig gezin met hardwerkende ouders en twee jonge kinderen. Wat onze fout was? Dat we behoorden tot de verkeerde bevolkingsgroep: Bosniërs. Later bleek dat onze buurman, een Servische ex-soldaat, zich wilde vergelden. Hij was zijn benen kwijtgeraakt door een landmijn. Hij wilde ons straffen voor zijn leed en plaatste explosieven voor onze voordeur. Die aanslag op ons leven was de druppel. We konden niet langer schuilen in ons huis. In onze stad. We moesten weg.”

Onbezorgde jeugd

“Mijn jeugd was onbezorgd. Ik groeide op in de stad Doboj in het noorden van Joegoslavië. Mijn ouders, broertje en ik woonden in een prachtig huis met een heerlijke tuin. Mijn moeder had vijf zussen en twee broers en door de grote hoeveelheid nichtjes en neefjes had ik altijd wel iemand om mee te spelen. Er was een overvloed aan eten, muziek en gezelligheid.”

“Over mijn toekomst maakte ik me nooit zorgen. Ik wist nog niet hoe die eruit zou zien, maar het zou hoe dan ook mooi worden, ik kende immers alleen rijkdom. Mijn vader had een hoge functie bij de douane en werd regelmatig voor zijn werk door een chauffeur rondgereden. Soms werd hij zelfs opgehaald door een helikopter. Mijn moeder zorgde voor ons, maar werkte tegelijkertijd fulltime. Ze wilde haar eigen geld verdienen en had samen met haar zus een kapsalon. Ze was heel geëmancipeerd. Ik vond haar fantastisch. Ze was mijn grote voorbeeld. Ze liet mij zien dat je als vrouw mooi én intelligent kunt zijn. Een zachte moeder en tegelijkertijd een zakenvrouw. ‘Leila, het is belangrijk als vrouw onafhankelijk te zijn,’ zei ze altijd. Het is een boodschap die ik nooit ben vergeten.”

Onderduiken

“Op mijn negende brak de oorlog uit. We hoorden al langere tijd over opstootjes in het land, maar die werden altijd snel de kop ingedrukt. Mijn ouders maakten zich totaal geen zorgen. Ik weet nog goed dat ik een weekendje met een vriendin meeging naar hun huisje in de bergen. Haar familie pakte na een lange rit onze spullen uit, terwijl wij enthousiast de bergweide in huppelden. We waren aan het spelen toen er vanuit de bergen mannen aan kwamen rennen. ‘Jullie moeten vluchten! De oorlog gaat beginnen!’ riepen ze, terwijl ze ons passeerden. Ik wist niet helemaal wat hun boodschap inhield, maar toen ik me omdraaide, zag ik dat de familie van mijn vriendinnetje gehaast onze spullen weer inpakte.”

“Wij kwamen veilig aan in Belgrado, waar we onderdoken bij kennissen. Via Nadja, een Bosnisch-Nederlandse vrouw die mijn vader kende van zijn werk bij de douane, konden we na maanden onderduiken een visum krijgen voor de reis naar Nederland. Ons ticket uit de oorlog. Een oorlog waarin uiteindelijk ruim honderdduizend mensen op brute wijze hun leven verloren.”

Knobbel

“Tot drie jaar geleden toch de oorlog weer voor mijn deur stond. Ik was net bevallen van mijn zoon Rumi toen ik een knobbel in mijn lijf aantrof. Ik voelde direct dat het kanker was. ‘Kom je uit de buurt van Tsjernobyl?’ vroeg de arts verbaasd. Ze kon zien dat ik aan veel straling was blootgesteld. Ik vertelde haar over de oorlog. En over de granaten die op meters afstand van mij waren gevallen. Over de stilstaande tanks waar ik op speelde als kind. Over de explosieven die onze buurman voor ons huis had geplaatst. Ze knikte. ‘Als je daar niet geleefd had, had je nu geen kanker gehad,’ zei ze resoluut.”

Lees ook
Farideh bleef maar aankomen: ‘Soms deed ik een lijnpoging en at ik dagenlang alleen maar eierkoeken’

Overlever

“Als ik terugkijk op mijn leven tot nu toe zie ik mezelf niet als slachtoffer, maar als overlever. Ik weiger om me te laten definiëren door mijn verleden. Die pijn wil ik niet met me meedragen, daar is het leven te mooi voor. Het leven overkomt je nou eenmaal en dit was blijkbaar mijn pad. Ik had jaren kunnen zwelgen in het verdriet over mijn scheiding, ik had boos kunnen zijn op mijn lijf omdat het ziek werd, maar dat had het niet makkelijker gemaakt. Ik heb de bodem van de put gezien en ik weet nu dat ik de kracht heb om uit het diepste dal te komen. En dat de zon vroeg of laat écht weer gaat schijnen. Alles is tijdelijk. Daarom geniet ik ook intens van mooie momenten. Van de tijd met mijn kinderen, van reizen, etentjes met dierbaren.”

Lees heel het verhaal van Leila in Flair 05-2021. Wil je deze editie nabestellen? Dat kan kan hier

Shoppen is altijd een goed idee