Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Janneke (32) voelde áltijd drang om dingen kapot te maken: ‘Een glas rode wijn, dat móest omver’

Janneke (32) voelde áltijd drang om dingen kapot te maken: ‘Een glas rode wijn, dat móest omver’

Relaties & opgebiecht
Janneke (32) voelde áltijd drang om dingen kapot te maken: ‘Een glas rode wijn, dat móest omver’

Overal waar Janneke (32) over de vloer kwam, liet ze een spoor van vernieling achter. Onhandig, dacht iedereen. Maar ze deed het expres. ‘Nog voordat ik besloot haar mobiel in de vijver te laten vallen, hoorde ik de plons al.’

Drang om kapot te maken

“Het was maart 1988. De schappen van de supermarkt stonden vol paaseitjes en chocolade paashazen. Mijn moeder liep al richting kassa, maar ik bleef verlekkerd staan kijken naar die vrolijk verpakte konijntjes. Ik keek om me heen of niemand me zag en kneep hard in een paar holle beestjes. Het geluid van de barstende chocola, ik kreeg er als zevenjarig meisje een kick van. Wat ik in die tijd ook graag deed, was met viltstift ‘per ongeluk’ de kleren van mijn klasgenootjes bekladden. In de brugklas kreeg ik een vriendin met wie ik partners in crime werd. Wat hádden we een lol als we met watervaste stift rode vegen op de witte rok van onze docente Frans maakten. Pubergedrag? Misschien. Er zijn vast meer mensen die zulke kinderachtige dingen deden op die leeftijd, maar bij mij hield het helaas niet op.”

Sorry, not sorry

“In m’n tienerjaren heb ik heel wat potten appelmoes laten vallen. Ook flessen olijfolie kletterden prachtig kapot op de harde vloer van de supermarkt. Ik excuseerde me altijd bij het winkelpersoneel en vond het oprecht vervelend dat zij met de rotzooi zaten. De drang om het toch te doen was alleen te groot. Mijn achtentwintigste verjaardag zal ik nooit vergeten: die avond maakte ik voor het eerst iets duurs kapot van iemand die ik lief had. Ik had een barbecue georganiseerd in het park met veel vrienden, eten en drank.”

‘Een glas rode wijn, dat móest omver’

“Aan het einde van de avond zat ik met twee vriendinnen langs de rand van de vijver nog wat na te kletsen. Om een selfie van ons drieën te maken, hield ik de telefoon van een van hen boven het water. Nog voordat ik besloot het toestel te laten vallen, hoorde ik de plons al. Dankzij alle glazen wijn die we hadden gedronken, begonnen we alle drie te gieren van het lachen. Die reactie maakte het extra geslaagd. Ik bood m’n excuses aan en zei dat ze mijn telefoon mocht hebben. Dat meende ik. Thuis had ik toch nog een exemplaar liggen. Maar mijn vriendin nam het aanbod niet aan; haar abonnement was net afgelopen, dus ze mocht van haar provider een nieuwe telefoon uitzoeken.”

Wat een klungel

“Hoe ouder ik werd, hoe meer ik me zorgen ging maken. Waarom deed ik die dingen? Waar kwam dat gedrag vandaan? Als enig kind kwam ik nooit iets tekort. Ik heb altijd veel vriendinnen gehad en ben nooit jaloers geweest op de spullen van anderen. Ik hoefde geen merkkleding, gaf niets om dure spullen en heb altijd geloofd dat geld niet per se gelukkig maakt. Toch nam de frequentie en de ernst van de incidenten alleen maar toe. Als ik bij iemand thuis was, liet ik geen moment onbenut om toe te slaan. Als ik even alleen gelaten werd, scheurde ik stiekem bladzijdes uit boeken. Stond er een vaas met bloemen op tafel, dan kon ik het niet laten twee of drie stelen te knakken waardoor de koppen van bloemen gingen hangen.”

‘Al met al heeft deze rare afwijking me honderden, misschien wel duizenden euro’s gekost’

“Zeker twee keer per maand liet ik ‘per ongeluk’ iets uit m’n handen vallen als mijn gezelschap erbij zat. Ik heb niet geturfd, maar het aantal glazen dat ik expres heb omgestoten, zal rond de veertig liggen. Ik beleefde lol aan het concrete resultaat van mijn daden, zoals de vlekken in iemands bank na het laten vallen van een glas rode wijn. De voorspelbare reacties vond ik ook zo heerlijk: het zenuwachtige strooien van zout op de wijnvlekken en de bezems die meteen tevoorschijn kwamen om de scherven bij elkaar te vegen.”

Een rol spelen

“Ik stond zelf altijd vooraan om te helpen en werd steeds beter in het spelen van mijn rol: ‘Oh, wat erg! Sorry!’ Er was nooit iemand die zag dat ik het met opzet deed, ik stond bekend als de klungel die af en toe wat omgooide. Mensen bleken daardoor ook zeer vergevingsgezind. Als ik aanbood stomerijkosten te betalen of geld te geven voor een nieuw tapijt, zeiden ze vaak dat het niet hoefde. Wel kocht ik de dag erop altijd een cadeautje, om te laten zien dat ik er écht mee zat. Al met al heeft deze rare afwijking me honderden, misschien wel duizenden euro’s gekost. Ik heb nooit de verzekering laten opdraaien voor m’n daden. Ik verdien dik boven modaal, dus vond het prima om zelf te boeten voor mijn acties.”

Waarom deed ik dit?

“Het moment dat ik op het punt stond de laptop van een studiegenoot te beschadigen, vormde een keerpunt. Aan het einde van een intensieve dag samenwerken, ging hij even naar de wc. Ik wilde zijn beeldscherm forceren, zodat hij ’m niet meer zou kunnen dichtklappen. Maar toen ik het scherm van zijn laptop met twee handen vast had, kwam hij alweer aangelopen. ‘Wat doe je?’ vroeg hij. Ik voelde me betrapt, maar kon dat goed verbergen en zei dat ik viezigheid van z’n beeld aan het poetsen was, waarop hij me bedankte.”

‘Therapie heeft mijn leven veranderd’

“Die avond zat ik huilend thuis. Waarom deed ik mensen dit aan? Stel je voor dat ik de computer van die vriend wél kapotgemaakt had, dan had ik me weer enorm schuldig gevoeld. Ik deed het ook niet om een ander te pesten, maar puur voor de kortstondige bevrediging die het me gaf. Omdat het iets was wat ik niet onder controle had, beangstigde het me ook. Wat als het niet meer bij spullen zou blijven, maar ik mensen lichamelijk pijn zou doen? Ik besloot professionele hulp te zoeken.”

Drang naar imperfectie

“Therapie heeft mijn leven veranderd. Ik heb een intensief behandelprogramma doorlopen. Onderzoeken en gesprekken wezen uit dat het toch voor een deel te maken had met frustraties uit mijn kindertijd. Mijn moeder had een allergie voor imperfectie. Als iets vies was of kapotging, raakte ze in paniek. Bezoek moest altijd de schoenen uitdoen in de gang. Ik schaamde me ervoor en speelde liever bij vriendinnen thuis dan dat ik ze meenam naar ons huis. Zag mijn moeder gebroken koekjes in de koektrommel, dan gooide ze die weg. Kwam ik uit school met een gerafelde broek, dan moest die direct uit en ging ze aan de slag met naald en draad. Als mijn vader had gekruimeld, kreeg hij op z’n kop, ook als er andere mensen bij waren. Daar hadden ze vaak ruzie over. Mijn moeders neurotische wens voor perfectie houdt verband met mijn tegendraadse gedrag; ik wilde spullen kapotmaken omdat ik daar rustig van werd. Ik voelde opluchting als ik iets wat heel was, kon laten barsten. Dingen die schoon waren, wilde ik vies maken.”

Impulscontrole

“Mijn psycholoog vertelde me dat m’n gedrag voortkwam uit een stoornis in de impulscontrole. Net als bij mensen met kleptomanie bijvoorbeeld, was het voor mij moeilijk de drang te onderdrukken om iets kapot te maken. Als ik die drang voelde, moést en zou het kapot. Inmiddels weet ik dat die drang hoe dan ook afneemt. Eerst wordt die groter en groter, en op een bepaald moment lijkt ie haast niet te houden. Ik kan nu vertrouwen op het bewezen feit dat de neiging ook weer verdwijnt. Eerst duurde dat een paar minuten, maar inmiddels zakt het gevoel al weg na een seconde of tien. Zo wordt het steeds makkelijker om weerstand te bieden aan mijn kapotmaak-drang. En omdat ik het gevoel herken, kan ik tijdig ingrijpen. Het gebeurt nauwelijks meer, maar zodra ik die adrenaline voel opkomen, moet ik rustig zien te worden.Ik ga dan een stukje wandelen of knijp in een stressbal. Mijn therapeut heeft me ook geleerd tot tien te tellen.”

Lees ook
Christel (44) verloor haar zusje bij de kabeltreinramp in Oostenrijk: ‘Ik was volledig verdoofd

Genezen verklaard

“Nooit heb ik iemand verteld wat er met me aan de hand was. Zelfs mijn ouders niet. Ik zou het oneerlijk vinden ze te beschuldigen van mijn psychische stoornis. Sinds ik genezen verklaard ben, valt het vrienden op dat ik minder onhandig ben. Ik lieg niet als ik ze zeg dat het waarschijnlijk komt doordat ik veel lekkerder in m’n vel zit. Ik ben verlost van de schaamte, de schuldgevoelens en onverwerkte frustraties. Het leven is weer leuk.”

Dit real life verhaal komt uit het Flair en Viva Herfstboek. Meer van dit soort verhalen vind je wekelijks in Flair. Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Charlotte van Drimmelen | Beeld: Canva

Shoppen is altijd een goed idee