Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Simone overleefde de aardbeving in Nepal: ‘John had me aan de top ten huwelijk willen vragen’

Simone overleefde de aardbeving in Nepal: ‘John had me aan de top ten huwelijk willen vragen’

Relaties & opgebiecht
Simone overleefde de aardbeving in Nepal: ‘John had me aan de top ten huwelijk willen vragen’

Simone Schoffeleers (40) en John (45) zaten in 2015 op een berg in Nepal toen een verwoestende aardbeving zich aandiende. Zes dagen lang konden ze niet anders dan op redding wachten. ‘Onze trektocht was een survivaltocht geworden.’

Eerste vakantie

“John en ik waren net acht maanden bij elkaar. We hadden elkaar ontmoet via een datingsite en het was liefde op het eerste gezicht. Trouwen en kinderen krijgen hoefden voor mij nooit per se, maar met John wilde ik het allebei. Meteen wist ik: met deze man ga ik oud worden. Tijdens onze eerste vakantie samen naar Zwitserland ontstond het idee om de Himalaya of Kilimanjaro te beklimmen, maar dat vonden we bij nader inzien te hoog gegrepen. Een vriend adviseerde ons Langtang Valley in Nepal en hij wist ook nog een betrouwbare gids. We vertrokken eind april 2015 voor een vakantie van twee weken, waarvan we één week de bergen in zouden trekken. Voorafgaand moesten we ons in het dorp registreren ‘voor als er iets zou gebeuren’, maar je houdt er geen rekening mee dat het nodig zal zijn.”

Gids

“John en ik vertrokken met onze gids de vallei in. We waren niet echt getraind, maar wel allebei sportief aangelegd en hadden een goede basisconditie. Het enige wat roet in het eten zou kunnen gooien was hoogteziekte, dachten we. De tocht was goed te doen en de omgeving was prachtig. De rododendrons stonden in volle bloei. Onze gids was een heel aardige man, net iets ouder dan wij. Hoewel de route goed stond aangegeven, vonden we het prettig dat hij mee was. Hij had veel ervaring in de bergen. Na drie dagen bereikten we de 3.850 meter. Van daar was het plan om nog een tocht naar de top op vijfduizend meter hoogte te maken, maar John had hoofdpijn. ‘Misschien heb ik een zonnesteek’, zei hij. Het was inderdaad al dagen stralend weer en ik snapte dat hij daarop hoopte, maar we wisten allebei dat de kans op hoogteziekte groter was. Hij baalde ervan, meer dan ik. Ik vond het prima om terug te keren. We spraken af dat we de volgende dag naar beneden zouden gaan als Johns hoofdpijn niet weg was. Daar stemde hij mee in.

Vliegende rotsblokken

“Ik sliep die nacht onrustig. We werden rond zes uur wakker. Ik zag geen hand voor ogen. Het was vreselijk mistig en John voelde zich nog slechter dan de dag ervoor. Al waren we naar de top van de berg gelopen, we hadden niets kunnen zien. We begonnen aan de terugtocht en kwamen langs het dorpje Langtang village. Op de heenweg waren we een Australiër tegengekomen die een stukje met ons was meegelopen. Hij vond Langtang village zo prachtig, dat hij daar nog even was blijven hangen. Even overwogen we hem op te zoeken en er te overnachten, maar kozen er toch voor om verder af te dalen. Rond het middaguur zaten we op 2.800 meter. Plotseling begon de aarde te trillen. ‘Wat is dat?’ riep John. Onze gids wist het. ‘Earthquake!’ schreeuwde hij. De angst klonk door in zijn stem. Daarna hoorden we gedonder en gekraak, terwijl het niet onweerde.”

‘Ik ben gaan rennen naar een open plek die ik in de verte zag’

“Instinctief wist ik dat het helemaal fout zat. Als tiener had ik in Roermond weleens een aardbeving meegemaakt, maar daarbij schudde alleen mijn hoogslaper wat. Dit was zo veel heftiger. Ik ben gaan rennen naar een open plek die ik in de verte zag. Het pad werd daar breder, daar konden we vallende bomen en stenen misschien beter ontwijken. John en de gids renden achter me aan, we wilden bij elkaar blijven. Vanaf de steile bergwand naast ons kwamen stenen van het formaat van een kleine auto naar beneden rollen. Om ons heen hoorde en zag ik bomen afbreken. John zag een rotsblok, waar we achter gingen zitten om te schuilen. We zaten er nog maar net toen boven ons hoofd een gigantische steen uit elkaar spatte en op tien centimeter van de gids neerkwam. Ik bleef vrij rustig, maar voelde me compleet machteloos tegenover dit natuurgeweld. ‘Als we dit niet overleven, heb ik nergens spijt van’, schoot het door mijn hoofd. Het natuurgeweld duurde maar een paar minuten. En toen werd het stil.”

Een brug te ver

“Het complete gebied was verwoest; overal waar we keken zagen we aardverschuivingen; het leken wel glijbanen van stroken grond met stenen en bomen. We moesten verder. Waar we stonden kon geen helikopter landen, er  was geen mobiel bereik, het zou er ’s nachts koud worden én we hadden niets te eten. We klauterden over rotsen heen en onder bomen door. Onze trektocht was een survivaltocht geworden. Na twee uur lopen kwamen we een groep mensen tegen. Op die plek stond een aantal lodges, maar die waren door de aardbeving volledig verwoest. We aten en dronken er iets. Zij waren, net als wij, overdonderd door de gebeurtenis. John en ik wilden daar niet blijven. We waren bang voor naschokken, de locatie bood geen enkele bescherming en ook hier was geen ruimte voor het landen van een helikopter.”

“De gids twijfelde of hij met ons mee verder ging. Hij had, net als wij, nog nooit een aardbeving meegemaakt en wilde eigenlijk bij die anderen blijven. Toch besloot hij met ons mee te gaan. We moesten nog drie bruggen over om beneden te komen. Of die nog intact waren, wisten we niet. De eerste brug bereikten we rond vier uur ’s middags. Onze gids was bang dat hij in zou storten en stelde voor via het water te gaan. Dat zagen wij niet zitten. John is geen goede zwemmer en de helling onder ons was steil en modderig. Wat als een van ons ook nog eens een been zou breken? John is ingenieur en oordeelde dat het betonnen fundament van de hangbrug weliswaar verzakt was, maar dat een eventuele naschok er niet voor zou zorgen dat de brug zou instorten.”

‘Ondanks zijn technisch oordeel stond John doodsangsten uit; hij was bang dat de brug toch zou instorten en hij dit mijn ouders moest vertellen’

‘We deden anderhalf uur over honderd meter’

“Toen de gids en hij met elkaar in discussie gingen, besloot ik de brug maar gewoon te trotseren. Ondanks zijn technisch oordeel stond John doodsangsten uit; hij was bang dat de brug toch zou instorten en hij dit mijn ouders moest vertellen. Ik bereikte veilig de overkant, waarna de mannen volgden. Daarna deden we anderhalf uur over een stuk van honderd meter. Vlak voordat het begon te schemeren en het binnen een uur aardedonker zou worden, kwamen we zo’n tachtig mensen tegen; de helft Nepalees, de helft toerist. Ze hadden een grondzeil aan een hoge rots gespannen en spullen uit nabijgelegen ingestorte lodges gehaald. Onder de steile rotswand was een grote grot waar je kon schuilen. Eén vrouw huilde aan één stuk door. Haar man had de aardbeving niet overleefd. Van een Israëlische toerist met een satelliettelefoon hoorden we dat de aardbeving in de vallei en in Kathmandu veel slachtoffers gemaakt had. Het bevestigde wat we al vermoedden: het was echt ernstig. We besloten bij deze groep te blijven. Hier kon vlakbij een helikopter landen, de coördinaten van onze locatie waren inmiddels doorgegeven; hier hadden we kans op redding.”

Lees ook
Daniëlle’s dochters zijn ontvoerd door haar ex: ‘Ik heb een week met hen gegijzeld gezeten’

Betalen voor redding

“We trokken ons met een kop thee terug van de groep – we wilden even samen op adem komen. ‘Ik had je eigenlijk op vijfduizend meter hoogte willen vragen en ik ga het ook nog wel een keer doen, maar dan echt heel romantisch’, zei John toen ineens. ‘Als we dit overleven, kunnen we alles samen aan en wil ik met je trouwen.’ Alles stond op dat moment even stil, alsof er niets anders op de wereld was dan John en ik. En ik zei ja. De nacht die volgde was beangstigend. We lagen op de grond en hoorden de aarde onder ons zoemen. Het was nog steeds niet rustig. De Nepalese bevolking was ervan overtuigd dat er 24 uur na de aardbeving een tweede zou komen. En die kwam; op 26 april om twaalf uur ’s middags. De eerste beving had een kracht van 7,8 op de schaal van Richter. De tweede 6,7. We renden naar de steile rotswand om te schuilen, in de hoop dat eventuele vallende stenen daar verder vandaan zouden vallen.”

Lees verder in Flair 36-2020. Deze ligt t/m 8 september in de schappen. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Hester Zitvast

Shoppen is altijd een goed idee