Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Elly en haar man leven van giften om kansarme kinderen te helpen: ‘Het liefst help ik iedereen’

Elly en haar man leven van giften om kansarme kinderen te helpen: ‘Het liefst help ik iedereen’

Elly en haar man leven van giften om kansarme kinderen te helpen: ‘Het liefst help ik iedereen’

Een beter leven voor kansarmen op de Filipijnen, dat is waar Ellie Pijper (38) voor strijdt. Ze zegde zelfs haar baan op om zich fulltime te wijden aan de stichting die zij samen met haar man oprichtte. “Met onze hulpkinderen gaat het geweldig, daar doen we het voor.”

“Ik kan me nog goed herinneren dat er een vrouw met een klein jongetje bij mij thuis aan de deur kwam. Ik werkte al twee jaar als vrijwilliger op de Filipijnen in het onderwijs. De ouders van het jongetje maakten zich grote zorgen, want hij leed aan erge diarree. Geld om naar het ziekenhuis te gaan hadden ze niet, dus ze hoopten dat ik hen kon helpen.Helaas had ik daar niet de middelen voor. Ik had wel ervaring als verpleegkundige, maar het was duidelijk dat het jongetje door een arts onderzocht moest worden en dat kostte geld. Ik kon dus niets anders doen dan het jongetje en zijn ouders naar huis sturen. Tot mijn grote verdriet hoorde ik later dat het jongetje was overleden. Echt ontzettend naar. Hierdoor werd ik nog eens met mijn neus op de feiten gedrukt: jammer genoeg kan ik niet iedereen helpen.”

“In Nederland had ik al een tijd in de zorg gewerkt, toen ik op mijn 23ste naar de Filipijnen vertrok. Ik wilde daar kansarme mensen gaan helpen, juist omdat we het in Nederland op dit gebied heel erg goed hebben. Via een liefdadigheidsorganisatie kwam ik in contact met een kliniek op het Filipijnse eiland Mindoro. Met een klein team van lokale artsen, verpleegkundigen en tandartsen zette ik me daar belangeloos in voor de vele Filipino’s die ver onder de armoedegrens leefden. De patiënten die we behandelden, liepen uit geldnood veel te lang door met zware klachten.”

“Zo ontmoette ik een meisje dat ooit haar arm had gebroken. Door geldgebrek was ze er niet mee naar een dokter gegaan, met als gevolg dat haar arm vergroeid was. Gelukkig konden we haar nog helpen, maar het was moeilijk om te zien dat ze nooit de juiste zorg had gekregen. En dat alleen maar omdat haar ouders die niet konden betalen.”

Schrijnende gevallen

“Naast dit meisje zagen we veel andere kinderen die zo snel mogelijk goede zorg nodig hadden. Ze waren vaak ernstig ondervoed, waardoor ze een flinke groeiachterstand hadden. Het liefst hielp ik iedereen, maar we leefden volledig van donaties. Hierdoor moesten we ook weleens nee verkopen en dat deed pijn. Voor mij is het onnatuurlijk om iemand zorg te ontzeggen, laat staan een kind. Toch moesten we degenen die we niet konden helpen, laten gaan. Het voelde regelmatig als dweilen met de kraan open. Er bleven steeds nieuwe, schrijnende gevallen binnenkomen. Voor mijn gevoel kon ik het nooit helemaal goed doen, maar door
me te focussen op de mensen die ik wel kon helpen, wist ik er voor mezelf een weg in te vinden. Tegelijkertijd zette het hoge ziektecijfer onder kinderen mij en de organisatie aan het denken. Het moest toch anders kunnen?”

“Uiteindelijk kwamen we tot het besluit om een opvanghuis voor ondervoede kinderen op te richten. Zo konden we hen beter helpen en gezondheidsklachten in de toekomst voorkomen. Voordat we het wisten, stroomden de aanmeldingen binnen. Een van de kinderen die we opvingen, was Iris (nu 15 jaar). Ze was pas drie maanden oud en ernstig ondervoed. Via de kliniek was ze al onder mijn hoede gekomen toen het opvanghuis nog in opbouw was. Het was de bedoeling dat ze bij ons zou aansterken en daarna terug zou gaan naar haar familie. Toen ik haar zag, wist ik direct dat ik me over haar wilde ontfermen. Ze was zo’n klein baby’tje, ze had echt iemand nodig die er 24/7 voor haar was.”

“Op dat moment had ik zelf geen kinderen of relatie. Het was dus echt  ‘Iris en ik’. Samen verbleven we in het appartement waar ik met een aantal collega’s woonde en ik nam haar overal mee naartoe. Toen het opvanghuis klaar was, verhuisde Iris daarheen. Haar ouders hadden aangegeven dat ze niet meer voor haar konden zorgen, simpelweg omdat ze te veel monden moesten voeden. Iris bleef in het opvanghuis en ’s nachts sliep ik er ook vaak. Zo bouwden we een bijzondere band op. Toen mijn werkperiode er na een halfjaar op zat, verlengde ik mijn verblijf met zes maanden. Ik voelde dat ik nog niet klaar was en wilde graag bij Iris blijven.”

“In de tussentijd ging ik even terug naar Nederland om mijn familie te zien, maar ik bleef niet lang. Maximaal een paar weken, zodat ik Iris niet lang hoefde te missen. Onverwacht werd ik tijdens dit bezoek in 2007 verliefd op mijn man Remco. Ik kende hem al langer, via mijn zus. Ze studeerden allebei in Wageningen en toen ik hem weer zag, vertelde ik hem alles over mijn werk op de Filipijnen. Ook Iris kwam ter sprake. Ik zei hoe moeilijk ik het vond haar tijdelijk achter te laten, maar dat ze in goede handen was bij mijn collega’s. Remco was erg geïnteresseerd en terug op de Filipijnen mailden we veel.”

“Nadat ik mijn werktermijn later nog een keer verlengde, kwam hij op bezoek in Mindoro. Daar ontmoette hij Iris en net als ik sloot hij haar direct in zijn hart. Vlak daarna vroeg hij mij op het strand ten huwelijk. Het was heel romantisch. Dolgelukkig zei ik ja. Natuurlijk hadden we het direct over Iris. Haar beide ouders waren inmiddels overleden en voor Remco was het vanzelfsprekend dat ze bij mij hoorde. Daarom wilde hij haar graag adopteren. Dat was iets waar ik zelf ook al over had nagedacht, maar ik wist dat adopteren niet zo makkelijk ging.”

“Het is op de Filipijnen gebruikelijk dat je eerst pleegzorg aanvraagt en er een aantal jaar woont, voordat je een kind kunt adopteren. Samen besloten we ervoor te gaan. Remco zegde zijn baan als lobbyist op en nadat we vier maanden later in Nederland trouwden, kwam hij bij mij op de Filipijnen wonen.”

Lees ook:
Parisa verliet Iran als vluchteling: ‘Ik vraag me elke dag af of ik mijn ouders ooit nog zal zien’

Maatschappelijke ongelijkheid

“Het eerste wat we deden, was de pleegzorg van Iris aanvragen. Gelukkig werd die snel aan ons toegewezen, dus daarna konden we het adoptieproces opstarten. Het was heerlijk dat Iris vanaf die tijd bij ons woonde. In ons hart waren we al een gezin, alleen op papier nog niet. Omdat Remco en ik meer wilden betekenen voor de Filipijnse bevolking, wilden we samen een nieuw project opstarten. Wat precies wisten we nog niet, maar het moest in elk geval iets zijn waarmee we de grote maatschappelijke ongelijkheid konden bestrijden, ook al was het maar een beetje.”

“Via vrienden kwam toen de zeventienjarige Joy op ons pad. Ze had net haar middelbare school afgerond en wilde graag gaan studeren. Haar vader was net overleden en haar moeder werkte zich een slag in de rondte om het gezin draaiende te houden. Remco en ik besloten schoolboeken, uniform en andere benodigdheden voor haar opleiding te betalen. Een aantal jaar later studeerde ze af als politiek wetenschapper. We waren zo trots als een pauw.”

“Doordat we Joy zo hadden zien groeien door de kansen die ze kreeg, vroegen we onze achterban in Nederland om ook andere Filipijnse kinderen te ondersteunen. Via onze kerkgemeenschap hadden we een groot netwerk, dus al snel kwamen er veel donaties binnen. Dit leidde ertoe dat we in 2009 Stichting Sparrow oprichtten: een stichting die door middel van praktische en structurele hulp mensen uit de armoede wil halen en hun levensstandaard wil verhogen. Op de Filipijnen heerst de gedachte dat je nooit hogerop kunt komen.”

“Hierdoor wordt de vicieuze cirkel van armoede, te weinig scholing en slechte zorg in stand gehouden. Die kon volgens ons worden doorbroken door te investeren in de basis: goed onderwijs. In een opgezet studiehuis vingen we onze ‘sponsorkinderen’ met lokale vrijwilligers op voor huiswerkbegeleiding en bijlessen. Net als onze stichting leefden wij volledig van de donaties uit Nederland. Familie- leden en onze kerk organiseerden veel acties en gaven voorlichting op scholen. En met succes, want dankzij hun hulp groeide onze organisatie steeds verder.”

Lees het hele verhaal van Ellie in Flair 26-2021. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Renée Brouwer | Fotografie: Marloes Bosch

Shoppen is altijd een goed idee