Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Sandra’s moeder verongelukte op het spoor: ‘Een laatste kus en toen was ze weg, voor altijd’

Sandra’s moeder verongelukte op het spoor: ‘Een laatste kus en toen was ze weg, voor altijd’

Relaties & opgebiecht
Sandra’s moeder verongelukte op het spoor: ‘Een laatste kus en toen was ze weg, voor altijd’

Twintig jaar geleden, op 21 maart 2001, verongelukte de moeder van Sandra (32). Op weg naar haar werk werd ze met haar auto op een onbewaakte spoorwegovergang door een trein gegrepen. Sandra was pas twaalf en kampt nog altijd met de gevolgen van het ongeluk. ‘Ik wil gewoon verder, die donkere deken die toch overal overheen hangt van me afgooien.’

Onbezorgde jeugd

“Tot die fatale dag had ik eigenlijk een heel gelukkige, onbezorgde jeugd. Ons gezin had veel weg van het ideaalplaatje: twee kinderen, ik heb een broertje dat anderhalf jaar jonger is, en mijn moeder was een echte moederkloek. Een zorgzame, lieve, sociale vrouw die voor iedereen klaarstond. Haar gezin was alles voor haar, en samen met mijn vader had ze een gezellig, druk en sociaal leven. Omdat we best afgelegen woonden, op het platteland in Drenthe, bracht mijn moeder ons met liefde overal naartoe. Van uitjes tot handbal, niets was haar te veel, maar natuurlijk ging ik toen ik wat ouder was zelf ook met de fiets op pad. Ik fietste dan altijd langs de onbewaakte treinovergang en mijn ouders waarschuwden me al van kleins af aan dat ik daar goed moest uitkijken en vooral niet moest spelen op het spoor.”

Ongeluk

“Op die fatale ochtend gaf mijn moeder me een knuffel. Ze werkte voor een cateringbedrijf en ging altijd wat eerder de deur uit dan mijn vader, die voor de overheid werkte en zelf zijn werktijden kon indelen. Een ‘tot vanavond, veel plezier op school!’, een laatste kus, en toen was ze weg. Voor altijd. Ik was nog boven en hoorde een paar minuten later mijn vader wegrijden. Dat was raar, want hij bleef altijd thuis tot mijn broertje en ik naar school gingen. Later hoorde ik dat een van zijn collega’s had gebeld om te zeggen dat er een ongeluk was gebeurd. Omdat die collega wist dat wij vlakbij de spoorweg woonden, belde hij om te vragen of alles in orde was. Toen mijn vader ging kijken, zag hij dat het onze auto was die onder de trein lag. Helemaal in elkaar, het was hem meteen duidelijk dat mijn moeder op slag dood moet zijn geweest.”

Geen afscheid

“Mijn vader koos er bewust voor om de uitvaart in besloten kring te houden, alleen met een aantal goede vrienden en familie, om mij en mijn broertje enigszins af te schermen voor vragen en om de heftigheid van wat er was gebeurd niet bij ons als kinderen neer te leggen. Maar alsnog kregen we er genoeg van mee. Mijn ouders zaten in zo veel verenigingen en clubjes, dat het door het dorp gonsde: hoe verschrikkelijk het ongeluk was, en waarom waren er geen slagbomen geweest? Van de NS kregen we een brief en een bloemstuk dat bij de kist werd neergelegd. Wij legden zelf een bloemstuk neer bij de spoorwegovergang. We weten nog steeds niet wat er precies is gebeurd. Mijn vader, broertje en ik hebben mijn moeder na het ongeluk ook nooit meer gezien, omdat ons dat ten zeerste werd afgeraden. Ze was zwaar verminkt.”

Eigen eilandje

“Ik kan niet zeggen dat ons gezin door alles wat er is gebeurd extra close is geworden. Het was een beetje alsof we ieder op ons eigen eilandje ons verdriet verwerkte. We praatten er niet heel veel over, nog steeds niet. Mijn vader is een binnenvetter, mijn broertje is precies zo. Wel realiseer ik me inmiddels dat ik gaandeweg, naarmate ik ouder werd, in het gat ben gesprongen dat mijn moeder heeft achtergelaten. Ik voelde me ontzettend verantwoordelijk voor alles en die verantwoordelijkheid hing als een molensteen om mijn nek. Door therapie, ik heb familie-opstellingen gedaan, ben ik weer teruggezet op mijn eigen plek: die van de dochter, in plaats van naast mijn vader.”

Lees ook
Anne werd jarenlang misbruikt door haar coach: ‘Hij verkrachtte me dagelijks en ik deed helemaal niets’

Emoties

“Het lijkt alsof ik de laatste tijd pas mijn emoties rondom de dood van mijn moeder begin toe te laten. Laatst zei een kennis aan de telefoon dat ze even verder ging, omdat ze een spelletje met haar moeder zat te doen. Dan is er ineens die steek. Net zoals ik denk aan de dingen die voor anderen heel gewoon zijn, maar die ik nooit meer met mijn moeder zal kunnen doen. Een dagje weggaan, winkelen, naar een museum… dat mis ik. Dat vertrouwde, even kletsen, de dag doornemen of advies vragen, het blinde vertrouwen dat je alleen met je moeder hebt… Maar ook de wetenschap dat als ik ooit ga trouwen mijn moeder er niet bij zal zijn. Bij ons thuis staat een foto van mijn moeder en ik draag een hangertje met wat van haar as erin, maar ik kan nog steeds niet naar de urnenmuur op het kerkhof. Dat is te confronterend. Ik word nog elke dag aan het ongeluk herinnerd. De spoorwegovergang is achthonderd meter van ons huis en ik moet er elke dag overheen. Dan denk ik: adem in, adem uit, en weer door.”

Lees het hele verhaal van Sandra in Flair 12-2021. Wil je deze editie nabestellen? Dat kan kan hier

Tekst: Vivienne Groenewoud | Fotografie: Marloes Bosch

Shoppen is altijd een goed idee