Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Health > Dilemma: ‘Vertel ik mijn zus dat haar kritiek me kwetst?’

Dilemma: ‘Vertel ik mijn zus dat haar kritiek me kwetst?’

Health
Dilemma: ‘Vertel ik mijn zus dat haar kritiek me kwetst?’

Aafie (37) heeft een zus die overal een oordeel over 
heeft en dat niet bepaald onder stoelen of banken steekt. Zegt Aafie er wat van of houdt ze voor de lieve vrede 
haar mond?

‘Mijn dochter zit in haar kinderstoel. ‘IJs, ijs, ijs!’ roept ze enthousiast. Ze klapt erbij in haar handjes. Ik lach. IJs is voor haar iets magisch. Ze krijgt het alleen op bijzondere dagen. En haar tweede verjaardag is natuurlijk zo’n dag. 
Uit de vriesla pak ik een mini-Magnum. Bruin met nootjes, haar favoriet. ‘Kijk eens, droppie,’ zeg ik. ‘Hier heb je je ijsje.’ Vanaf de bank zie ik hoe ze zichzelf vakkundig onder smeert. Mijn zus zit naast me. Ik zie haar ogen al gaan. In mijn hoofd tel ik af. Nog vijf, vier, drie, twee, een. ‘Is ze niet een beetje jong voor zo’n ijsje? Ik heb weleens gelezen dat daar bijna een heel pakje boter in zit.’ Ik werp haar een dodelijke blik toe en snauw dat ze zich er niet mee moet bemoeien. Anderen zouden denken dat mijn reactie buiten proportie is. Maar die weten niet dat ik hier al jaren mee worstel. De 
eeuwige stroom van kritiek. Op mij, mijn man, ons kind. 
Op alles wat we zeggen, doen of ook maar durven te denken.
Ik heb het haar weleens heel voorzichtig gevraagd. Waarom zo veel kritiek? Waarom altijd alles uitspreken, ook als ze weet dat het kwetsend is voor een ander? Ze keek alsof ze vuur zag branden. Ze herkende zich er totaal niet in. Ik werd er onzeker van. Lag het aan mij? Kon ik zo weinig hebben van mijn grotere zus?  We zijn nooit vriendinnen geweest. Ik ergerde me als kind 
al aan haar air van alwetendheid. Zij loste het wel even op. Zij nam het wel over. En iedereen eerde haar. Zij was zo lief 
en braaf, zeker in vergelijking met mij. Niet gek dat ik een heftige puber werd. Het was toch nooit goed. Inmiddels ben ik in rustiger vaarwater gekomen. Maar die gevoelens van minderwaardigheid en concurrentie ten opzichte van mijn zus zitten nog in me. Ook bij haar, denk ik. Ik heb een goede baan, een fijne man en een geweldige dochter. Zij is vrijgezel en niet blij met haar werk. Wellicht geeft negativiteit spuwen haar een beter gevoel. Mijn man zegt: ‘Laat haar. Zij is uiteindelijk degene die met zichzelf moet leven.’ Het lukt me niet zo te denken. Ik baal van elke opmerking en trek me ieder woord aan.
Mijn moeder ziet het, natuurlijk. Die paar dagen in het jaar dat we met het hele gezin samen zijn, houdt ze ons nauwlettend in de gaten. Ze wil geen ruzie tussen haar kinderen. Dat snap ik heus wel. Dus probeer ik me in te houden. Na zo’n dag ben ik vaak verdrietig. Dan verlang ik naar een zus aan wie ik mezelf kan laten zien. Die me troost en 
aanmoedigt op zwakke momenten. Mijn vriendinnen bellen hun zussen wanneer ze er even doorheen zitten. Ik doe alles om te voorkomen dat mijn zus mijn tranen ziet. Dat vind ik eng. Ik ben bang dat ze ze ooit tegen me gebruikt. Aan de andere kant denk ik dat juist mijn kwetsbaarheid deze cirkel kan doorbreken. Misschien is ze dan niet meer jaloers en durft ze ook haar eigen muur te laten zakken. We zijn nog zo jong en blijven de rest van ons leven zussen. Wanneer onze ouders er niet meer zijn, zijn wij samen alles wat er over is van ons gezin. Dan moeten we elkaar juist steunen, toch? Ik wil het graag, maar de hobbel is zo hoog. Wat als ze boos wordt? Dan krijgen we ruzie en zien we elkaar nooit meer. Nou ja, zoals het nu is, is het ook niet waardevol. 
Wat dat betreft heb ik weinig te verliezen.’

Het dilemma van Aafie lees je terug in Flair 53.

Laat hieronder een reactie achter voor Martine of plaats je eigen dilemma. Mailen kan ook: flair@sanoma.com

Shoppen is altijd een goed idee