Je bent hier: Home > Health > Dilemma: Moet ik toegeven aan mijn verliefdheid?

Dilemma: Moet ik toegeven aan mijn verliefdheid?

Health
Dilemma: Moet ik toegeven aan mijn verliefdheid?

Masha (32) verloor haar man een half jaar geleden aan kanker. Nu voelt ze vlinders voor een ander. Ze weet niet of ze die gevoelens al moet toelaten…

‘De eerste paar maanden na zijn dood verlangde ik naar stilte. Ik was blij toen de meeste visite was geweest en de rust terugkeerde. Aan mijn bureautje in de woonkamer werkte ik urenlang aan fotoboeken. Van onze vakanties, van ons huwelijk maar ook van zijn laatste maanden. Eén keertje legde ik zijn portretten op een rij. Helemaal links zag ik een gezette, stoere man die met een brede lach het vlees op de barbecue omdraaide. Helemaal rechts was hij broodmager en lag hij op de bank. Hij had niet eens meer de kracht om zijn tablet lang genoeg vast te houden om wat filmpjes op YouTube te kijken. Mijn tranen waren voor hem, omdat hij zo had moeten lijden. Ze waren ook voor mezelf, omdat ik verder moest leven zonder hem. Het voelde alsof ik geamputeerd was. Mijn beide benen eraf en een dokter die zei dat ik vooral moest oefenen om weer te lopen. Onmogelijk. Ik zou nooit meer echt gelukkig zijn. Daarvan was ik overtuigd.

Gerard stuurde een week na het overlijden van mijn man een kaart. We hadden bij elkaar in de klas gezeten op de middelbare school. Via via hoorde hij dat ik weduwe was geworden en stuurde de liefste kaart van allemaal. Voorop stonden rozen, aan de binnenkant schreef hij dat hij verdrietig voor me was. We waren elkaar een keer tegengekomen op de kermis, toen was mijn man er ook bij. ‘Jullie leken voor elkaar gemaakt. Het is zo oneerlijk dat je daar niet de rest van je leven van mocht genieten.’
Toen ik mijn tranen had gedroogd aan de theedoek, pakte ik de telefoon en belde het nummer dat op de kaart stond. Hij nam meteen op. We spraken dik een uur met elkaar. Ik vertelde dingen die ik normaal gesproken niet zou vertellen tegen iemand die ik vijftien jaar niet had gezien. Voorzichtig stelde hij voor om af te spreken. Ik wilde dat nog niet, wilde nog even alleen zijn, maar beloofde erop terug te komen wanneer ik zover was. Drie maanden later belde ik terug. Zijn kaart hing onder een koelkastmagneet op de koelkast.

Voor ik mijn naam noemde, wist hij al wie ik was. We spraken af bij een eetcafé tussen onze woonplaatsen in. We aten allebei kipsaté, dronken een glas wijn en praatten. Over hoe zijn leven gelopen was en het mijne. Toen ik vertelde over het moment dat mijn man overleed, raakte hij over de tafel eventjes mijn arm aan. De haren op mijn arm schoten overeind. Ik schrok. Misschien vooral omdat mijn hart zo tekeer ging. Dit was de reactie van een verliefd meisje, een puber van zestien die door haar liefje voor het eerst wordt aangeraakt. Ik excuseerde me om naar de wc te gaan. Daar zat ik op de bril te huilen. Het idee dat er na de dood van mijn grote liefde nooit meer liefde zou zijn, was verdrietig maar ook veilig. Ik wist waar ik aan toe was. Nu zat ik aan tafel met een man die me weer vlinders gaf. Dat vond ik eng. Het leven ging nu al door. Het voelde alsof ik mijn man verraadde. En ergens, achter al die oordelen en dat schuldgevoel, vond ik het ook heerlijk om weer een sprankje toekomst te voelen.

Het hele verhaal van Masha lees je in Flair 26.

Praat mee!
Meepraten over dit dilemma? Laat hieronder een reactie achter voor Masha of plaats je eigen dilemma. Mailen kan ook: flair@sanoma.com.

Shoppen is altijd een goed idee