Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Blog Yvonne: ‘Ik werd door niemand geloofd’

Blog Yvonne: ‘Ik werd door niemand geloofd’

Relaties & opgebiecht
Blog Yvonne: ‘Ik werd door niemand geloofd’

In mijn jeugd heb ik altijd meegekregen hoe belangrijk mijn moeder is. Zonder haar had ik mijn eerste verjaardag niet gehaald.

Lees ook: Blog Yvonne: ‘De kunst is om je te focussen op de sterren in de duisternis’

Ik begon al vroeg met kruipen en volgde mijn moeder overal. Zo at ik zonder dat zij het zag een klein verdwaald stukje wc-blok op. Haar moederinstinct zei dat er iets niet in orde was. Er was niks aan me te zien. Ze belde de huisarts, die zei dat er waarschijnlijk niets aan de hand was. Het zat haar niet lekker en ze belde de apotheek. Die herhaalde wat de huisarts gezegd had. Mijn moeder is nogal volhardend en belde het ziekenhuis, die een medisch lab vroeg of zoiets kwaad kon. ‘Nee hoor, niks aan de hand’, zeiden ze en daarmee zou de kous afgedaan zijn, als mijn moeder mijn moeder niet geweest was. Ze nam me onder haar arm, zette me achterin de auto en scheurde naar het ziekenhuis.

‘De situatie was hopeloos, leek het’

De maanden erna vocht ik voor mijn leven, al mijn organen vielen één voor één uit. Vlak voor mijn eerste verjaardag had het ziekenhuis de hoop opgegeven dat ik het zou overleven. De situatie was hopeloos, leek het. Tot mijn vader me op een avond door het glas heen hoorde huilen. Ik kwam bij en deed het weer! Mijn ouders namen me op mijn eerste verjaardag mee naar huis.

Net op tijd

Jaren later herhaalde zich een vergelijkbare situatie met mijn dochtertje. Op tweejarige leeftijd was ze niet in orde. Van de ene op de andere dag. De huisarts stuurde me steeds weg. ‘Ze is hartstikke vrolijk, er is niets aan de hand. Griepje’, zei ze. ‘Mijn kind is altijd vrolijk’, zei ik. ‘Ik ben haar moeder. Geloof me, ze is niet klein te krijgen, maar er is iets ernstigs met haar aan de hand.’ De huisarts stuurde me weg. Een paar uur later stond ik weer bij haar op de stoep, met een lachend krullenbolletje. ‘Ik wil dat u het ziekenhuis belt’, zei ik. ‘Ze moet onderzocht worden.’ De huisarts kon niet langer om me heen en belde de internist. Ze beschreef de klachten en we moesten met spoed naar het ziekenhuis. De weken erna sliepen mijn dochtertje en ik op een quarantaine kamertje in het ziekenhuis. Ik sliep op een campingbedje naast haar en hield haar handje vast dat door de spijlen van het bedje stak, met het infuus eraan. ‘U was nog maar net op tijd’, zei de arts. Mijn dochtertje had een ernstige nierbekkenontsteking. ‘Heel raar,’ zeiden de artsen, ‘je zag niks aan haar.’

‘Ik werd door niemand geloofd’

Nadat ik hulp vroeg bij huiselijk geweld mocht ik mijn kinderen niet meer onbegeleid zien. Ik werd door niemand geloofd. De laatste vier jaar word ik zelfs niet gebeld als mijn zoontje eenenveertig graden koorts heeft en in het ziekenhuis naar mama vraagt. Het is hartverscheurend en onmenselijk. Vooral ook voor de kinderen. Mijn moederinstinct zegt dat mijn kinderen nooit op zullen geven. En mijn moeder en ik ook niet. Dat zit niet in onze genen. Op een dag varen we met een zeilboot de wereld over. Met zijn allen.

Over Yvonne

Yvonne (51), moeder, journaliste, schrijfster, mensenrechten juriste en dagvoorzitter is een vrouw met een missie. Ze heeft maar een doel en dat is de leefomstandigheden van vrouwen en hun kinderen in geweldsituaties op de kaart zetten en te verbeteren. Haar dagelijkse peptalks krijgt ze van de ex vrouw van een CIA agent, een Amerikaanse diplomate, een kunstenares die een galerie had in Soho en haar Armeens-Italiaanse soulmate Joseph. Ze hebben allen één ding gemeen: ze zien uit naar het moment waarop ze hun geliefde kinderen weer in hun armen kunnen sluiten. Haar ervaringen verwerkt Yvonne wekelijks in een vervolgverhaal op het boek ‘Tot de Dood Ons Scheidt’ – dat inmiddels uit de handel is gehaald – en een boek: ‘Joseph’s Koffer’. Tussendoor werkt Yvonne bij als hostess en in de fashion.

Shoppen is altijd een goed idee