Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Blog Yvonne: ‘Zeg nooit tegen me dat iets onmogelijk is’

Blog Yvonne: ‘Zeg nooit tegen me dat iets onmogelijk is’

Relaties & opgebiecht
Blog Yvonne: ‘Zeg nooit tegen me dat iets onmogelijk is’

‘Oeps’, zeg ik. Ik zit in de trein met W., een gepromoveerde sterrenkundige die een rapport geschreven heeft over vrouwen in situaties van geweld in Nederland. We zijn in Woerden en hebben ons station gemist. Ons doel was Leiden en we zijn er straal voorbij gereden. We komen net van een radio-interview bij AmsterdamFM. Ik ben geïnterviewd over een verboden boek en W. doet in hetzelfde programma verslag van vergelijkbare casus.

Lees ook: Blog Yvonne: ‘Ieder kind heeft recht op geloof in rechtvaardigheid, liefde en hoop’

We overleggen hoe we terugrijden en ik ontvang een app van King M. ‘Ik ben in Amsterdam. Kom je hierheen?’, vraagt hij. Hij is net terug uit Marokko en we hebben elkaar gemist. ‘Daar kom ik net vandaan’, app ik terug. ‘Ik ga nu weer terug naar Leiden en zit in de trein met W.’ Ik mis King M. weliswaar erg, maar ik geef hem nooit meteen zijn zin. Morgen vraagt hij weer of hij me kan zien, weet ik uit ervaring. Nonchalant. Met een inleidend fotootje. King M. is een jager en we spelen dit spelletje al een tijdje.

‘Met in de haast gelakte teennagels en torenhoge hakken ren ik naar het station’

De volgende dag appt hij rond drie uur in de middag. Een foto van een drukke winkelstraat, een stralende dag. ‘Kom je naar Den Haag?’ ‘Ok’, app ik terug, en ren vervolgens met in de haast gelakte teennagels en torenhoge hakken naar het station. De bussen staken. Ik laat hem even gissen hoe laat ik aan kom en werk in de trein mijn make-up bij. ‘Stap uit bij Den Haag HS’, appt hij. ‘Ik haal je daar op.’

Code rood

Mijn gedachten dwalen af naar een paar maanden terug. ‘Passagiers worden gewaarschuwd om niet de weg op te gaan’, schrijven de kranten. ‘Het is code rood en door het hele land ligt sneeuw. ‘King M. is ziek of zwakjes, zoals mannen dat kunnen zijn, en appt dat hij me mist. ‘Was jij hier maar’, schrijft hij. ‘Maar het is onmogelijk. Alles ligt plat.’

Ik veer op en pak een flesje massage olie uit mijn toilettas, trek hoge laarzen uit mijn kast en zet een petje op. Ik ren naar buiten, naar de bushalte, en kijk onderweg op mijn iPhone op of er überhaupt nog een verdwaalde bus rijdt. En treinen. Ik probeer verschillende routes. Vrijwel alles ligt plat. Maar met een paar keer overstappen is het mogelijk om code rood te trotseren. Ik doe mijn iPhone in mijn broekzak, voordat-ie te nat wordt door de forse sneeuw, zet mijn petje recht en vervolg mijn koers naar de enige bus die in de regio rijdt. Ik ben de enige passagier. De buschauffeur begroet me jolig. ‘Zo, niet voor één gat te vangen?’, grijnst hij. ‘Zo, dappere dodo?’, glimlach ik terug en wijs op zijn stuur. ‘Ik ben nergens bang voor’, zegt hij. Ik steek mijn duim omhoog en ga achterin de bus zitten. Hij zet de muziek wat harder en zwaait. Ik zwaai terug.

Liefde

King M. appt. Hij stuurt een foto van twee lantaarns. Een grote en een iets kleinere. Ze branden allebei. ‘Liefde’ zet hij erbij. ‘Ik ben onderweg darling’, schrijf ik. En geef hem de verwachte aankomsttijd door, drie uur later. ‘Je bent toch niet écht onderweg?’, vraagt hij.’ Het is bloedlink en onmogelijk. Ik wil je dolgraag hier bij me, maar wil nog liever dat je héél blijft schatje.’ Ik stuur hem een knipoog. ‘Zeg nooit tegen me dat iets onmogelijk is’, schrijf ik. ‘Want dan wordt het een challenge.’ Hij belt meteen. ‘Is je iPhone bijgeladen zodat je me kunt bellen als je ergens in the middle of nowhere strandt? Dan kan ik je oppikken.’

‘Weer of geen weer, wij picknicken stug door’

Precies drie uur na mijn vertrek uit huis sta ik op het perron in G. Ik ben de enige reiziger. Door de sneeuw zie je geen hand voor ogen. In het licht van een lantaarn verderop staat een lange, donkere, brede man, met een lange jas en een gleufhoed op. Hij ziet me en zijn gezicht licht op. Ik loop naar hem toe en hij tilt me op. ‘Kom’, zegt hij. ‘We gaan picknicken en even wat broodjes en drankjes halen.’ Ik lach. We stappen in de auto en halen proviand. En dat doen we ook als hij me dit weekend met stralend weer ophaalt in Den Haag HS. En onlangs in Breda, Brussel of Antwerpen. Of wherever. Doorluchtige Hoogheid M. en ik hebben een picknickrelatie en zijn samen op doorreis. Weer of geen weer, wij picknicken stug door. Ik ga mee als het mij behaagt. En King M. draagt het picknickmandje.

Over Yvonne

Yvonne (51), moeder, journaliste, schrijfster, mensenrechten juriste en dagvoorzitter is een vrouw met een missie. Ze heeft maar een doel en dat is de leefomstandigheden van vrouwen en hun kinderen in geweldsituaties op de kaart zetten en te verbeteren. Haar dagelijkse peptalks krijgt ze van de ex vrouw van een CIA agent, een Amerikaanse diplomate, een kunstenares die een galerie had in Soho en haar Armeens-Italiaanse soulmate Joseph. Ze hebben allen één ding gemeen: ze zien uit naar het moment waarop ze hun geliefde kinderen weer in hun armen kunnen sluiten. Haar ervaringen verwerkt Yvonne wekelijks in een vervolgverhaal op het boek ‘Tot de Dood Ons Scheidt’ – dat inmiddels uit de handel is gehaald – en een boek: ‘Joseph’s Koffer’. Tussendoor werkt Yvonne bij als hostess en in de fashion.

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Shoppen is altijd een goed idee