Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Opgebiecht > Opgebiecht: ‘Ik heb spijt van mijn trouwdag. Zoveel geld was mijn bruiloft me niet waard’

Opgebiecht: ‘Ik heb spijt van mijn trouwdag. Zoveel geld was mijn bruiloft me niet waard’

Opgebiecht: ‘Ik heb spijt van mijn trouwdag. Zoveel geld was mijn bruiloft me niet waard’

Miranda (30): ‘Intens gelukkig was ik toen John me ten huwelijk vroeg. Ik wilde niets liever dan zijn vrouw zijn en zei dus volmondig ja. De eerste weken feliciteerden mensen ons, daarna kwamen de vragen: wanneer zouden we gaan trouwen, wie gingen we uitnodigen, had ik al een jurk op het oog?

Een bruiloft, daar had ik eigenlijk nog helemaal niet over nagedacht. John wel. Ik wist: het toneelstukje is begonnen. Ik voelde me niet op mijn gemak.

Toen het onderwerp ter sprake kwam, bleek hij al een heel plaatje in zijn hoofd te hebben. Ik in een witte jurk, hij in een blauw pak met een gilet, zijn beste vrienden in een matching outfit, zijn nichtjes als bruidsmeisjes, een buitenlocatie waar wel tweehonderd man terecht zou kunnen, een enorme bruidstaart en een feest zonder einde. Tegen zo veel traditionele romantiek valt weinig in te brengen, maar toch voelde het niet goed. Konden we niet gewoon lekker uit eten gaan met onze families en een paar vrienden? John vond van niet. ‘Ik trouw maar één keer en dan wil ik het ook goed doen,’ zei hij. Dat kon ik hem moeilijk ontnemen.

Ik kocht een paar bruidstijdschriften en hoe meer ik daar doorheen bladerde, hoe ongemakkelijker ik me voelde. Zo’n bruiloft is voor mij een soort toneelstuk waarin het bruidspaar de hoofdrol speelt en de gasten de figuranten zijn. Ik had geen zin in die vertoning. Ik zag mezelf niet in een witte jurk het stralende middelpunt van die dag zijn. John was teleurgesteld, hij keek daar juist naar uit. Met veel praten kwamen we tot een plan waar we allebei mee konden leven. Ik zou geen witte trouwjurk kopen en we zouden geen statige bruiloft organiseren, maar het zou een feest worden waarop ‘toevallig’ ook getrouwd werd.

Nooit nog een keer

Met een vriendin en mijn moeder ging op ik trouwjurkenjacht. We vermeden de bruidswinkels en bij een galawinkel vond ik de tofste jurk die ik ooit had gezien. Het strapless lijfje was bezaaid met groene, blauwe en gele pailletten en de A-lijn rok was van verschillende lagen voile met pauwenveren. Toen ik ermee uit het pashokje stapte, was ik intens gelukkig. Mijn moeder moest wel even slikken. Niet omdat ze tegen haar tranen vocht, maar omdat dit niet de bruid was op wie ze op had gehoopt.

In de voorbereidingen werd het ondertussen een bruiloft als alle andere: ouders die inbreng wilden in de gastenlijst, een cateraar die met een volledig ander menu op de proppen kwam, de feestband die een maand voor de grote dag uit elkaar ging, vervangende acts die peperduur waren en een bevriend stel dat besloot liever op vakantie te gaan. Vrij stressvol allemaal.
We hadden op de feestlocatie een grote hotelkamer gehuurd waar iedereen zich de ochtend van de bruiloft klaarmaakte. Terwijl de visagiste me opmaakte, kwam de trouwfotograaf binnen voor de aankleedfoto’s. Direct wist ik: het toneelstukje is begonnen en dat zorgde ervoor dat ik me niet meer op mijn gemak voelde. Het draaiboek werd routineus afgedraaid en voor ik het wist, stond ik ergens achter een deur klaar voor de ‘first look’. John zou me zo zien, hij zou huilen en de fotograaf zou het vastleggen. Het enige wat ik dacht was: haal me hier weg.
Toen ik die nacht met kramp in mijn kaken van het lachen en pijn in mijn voeten van het dansen tegen John aankroop, kon ik serieus niet zeggen dat dit de mooiste dag van mijn leven was. Het was een leuk feestje en ik vind het fantastisch dat ik nu zijn vrouw ben, maar de mooiste dag… Ik hoop echt dat er nog mooiere dagen komen! Toen ik na afloop de rekening gepresenteerd kreeg, moest ik ook wel even slikken. De hele exercitie heeft ons bijna 20.000 euro gekost. Als ik het nog eens over zou mogen doen, zou ik het anders doen. Want dat geld was de bruiloft me niet waard.”

Tekst Tosca Sel