Je bent hier: Home > Reizen & Uitjes > Annette overleefde een vliegramp: ‘Dat ik mijn gordel niet had omgedaan, was mijn redding’

Annette overleefde een vliegramp: ‘Dat ik mijn gordel niet had omgedaan, was mijn redding’

Reizen & Uitjes
Annette overleefde een vliegramp: ‘Dat ik mijn gordel niet had omgedaan, was mijn redding’

Wat een romantische vakantie met haar verloofde had moeten worden, werd voor Annette (58) een nachtmerrie: het vliegtuig stort neer in een Vietnamees oerwoud. Zij is de enige die de ramp overleeft, waarmee ze één van de circa vijftig ‘sole survivors’ ter wereld is. ‘Hij pakte mijn hand, ik de zijne. Het was ons laatste contact. Toen werd alles zwart.’

Dertien jaar gelukkig

Het leven lachte Annette en Willem toe in 1992: ze waren al dertien jaar samen, nog altijd stapelgek op elkaar en zouden gaan trouwen. Daar hadden ze nooit haast mee gehad, want ze hadden allebei een drukke baan in de bankwereld. Daarvoor woonden en werkten ze sinds een halfjaar zelfs ieder aan de andere kant van de wereld. Zij in Madrid, hij in Vietnam. Hun plan: nog een tijdje op hun carrière focussen, samen reizen maken en dan settelen op één plek. Een trouwdatum was er nog niet. Maar ze hadden hun hele leven nog, dacht Annette, toen 31 jaar.

Snelle daling

“We hadden elkaar al drie maanden niet gezien vanwege onze drukke banen, toen ik Pasje eindelijk kon opzoeken in Vietnam. Pasje, zo noemde ik Willem al sinds onze studententijd, naar zijn achternaam Van der Pas. Hij had een romantisch reisje naar Nha Trang geregeld, aan de kust. Vietnam was voor mij nog een vreemd land, maar met hem voelde ik me overal op mijn gemak. Het was heerlijk om weer samen te zijn en ik keek uit naar onze vakantie.”

Instinct

“Tot ik het vliegtuigje zag waarmee we zouden reizen. Het was een minuscuul ding. Daar kon ik echt niet in, met mijn claustrofobie. Mijn hart klopte in mijn keel. Ik dwong mezelf om in te stappen, maar ik wilde er meteen weer uit. ‘Ik kan dit niet’, zei ik tegen Pasje. ‘Doe het voor mij’, zei hij. ‘Je kunt dit. De vlucht duurt maar twintig minuten.’  Toen besloot ik het toch maar te doen. Ik zei tegen mezelf: het is maar een korte vlucht en daarna zijn we op een prachtige plek. Achteraf vraag ik me af of mijn instinct me misschien probeerde te waarschuwen.”

“Pasje bekende dat hij had gelogen over de vluchtduur, omdat ik anders nooit was meegegaan: we zouden geen twintig, maar 55 minuten onderweg zijn. Ik werd boos en wilde weglopen, maar kon geen kant op. Opeens daalde het vliegtuig heel snel. Pasje keek me angstig aan. Toen ik die blik in zijn ogen zag, zei ik dat hij zich geen zorgen moest maken. ‘Het is vast een luchtzak’,  stelde ik hem gerust. In zo’n klein toestel, met plek voor maar 25 passagiers en zes crewleden, voelde je zo’n snelle daling natuurlijk keihard. Plotseling hoorde ik de motoren aantrekken, de bemanning probeerde het vliegtuig onder controle te houden. Tevergeefs, want het vliegtuig viel weer. Mensen gilden. Pasje pakte mijn hand, ik de zijne. Het was ons laatste contact. Toen werd alles zwart.”

Claustrofobie

“We waren neergestort, maar ik herinnerde me er niets van – ik denk dat niemand in het vliegtuig dat bewust heeft meegemaakt. Ik was in shock. Ik was nog in het vliegtuig, maar zat niet meer op mijn plek. Mijn benen zaten klem onder een stoel, waar iets zwaars op drukte. Een dode man. Het lukte niet om hem van me af te duwen, dus trok ik mijn benen onder de stoel vandaan, met diepe sneeën tot gevolg. Ik keek naar de andere kant van het gangpad. Daar lag Pasje, in zijn stoel, met een lieve glimlach om zijn lippen. Hij was dood, zag ik meteen.”

Losse riem was redding

“Waarschijnlijk ben ik in shock de cabine uit geklommen, want ineens lag ik buiten op de grond, tussen brokstukken. Mijn hele lichaam deed pijn, mijn rok was verdwenen, ik ademde heel moeizaam en ik schrok me rot toen ik het bot van mijn scheenbeen uit mijn vel zag steken. Het vliegtuig leek wel aan stukken gescheurd. Later hoorde ik dat het toestel door een weersomslag in zware turbulentie was beland. Het vliegtuig had een bergkam geraakt, een vleugel verloren en was met enorme snelheid al tollend op een berghelling geknald. Omdat ik vanwege mijn claustrofobie mijn veiligheidsgordel niet had omgedaan, was ik door het vliegtuig gaan rondtollen en onder die stoel beland. Dat was mijn redding geweest.”

Ongelooflijk eenzaam

“Ineens zag ik dat er nog meer mensen op de berghelling lagen. Naast me zat een Vietnamese man, die nog leefde! Hij zei dat ze ons heus wel kwamen zoeken. Toen hij zag dat ik geen rok meer aanhad, maakte hij het koffertje dat hij vasthad open, haalde er een broek uit en gaf die aan mij. Daar was ik hem enorm dankbaar voor, hoeveel pijn het ook aan mijn benen en heupen deed om die aan te trekken. Het was troostend dat hij er was, dat ik iemand had om mee te praten: wanneer zouden de reddingswerkers komen? Hoe gingen we aan water komen? Een paar uur zaten we zo, nog altijd in shock, tot hij zijn ogen dichtdeed. Ik smeekte hem om niet dood te gaan, om me niet alleen te laten. Maar hij ademde al niet meer. Een ongelooflijk eenzaam moment.”

Mooie dood

“Op dag drie begon de dode man naast me verschrikkelijk te stinken; ik zag de maden uit zijn ogen kruipen. Met pijn en moeite heb ik mezelf naar een plek iets verderop gesleept. Vanaf mijn nieuwe plek zag ik de vliegtuigvleugel. Het isolatiemateriaal leek wel schuim; misschien kon ik dat wel als spons gebruiken om regen-water mee op te vangen!  Vraag me niet hoe het me gelukt is, maar ik ben er op mijn gebroken benen naartoe gelopen om het spul eraf te halen. De pijn schoot door mijn lichaam, maar mijn plan werkte. Toen het ’s nachts stortregende, vingen de bolletjes zo veel water op dat ik voor de dagen erna genoeg had. Ik mocht van mezelf elke drie uur een slokje nemen. Daarna feliciteerde ik mezelf: dat had ik goed gedaan. Die structuur gaf me houvast. Het klinkt misschien gek, maar ik had voortdurend hoop en het vertrouwen dat iemand me zou vinden. Ik hoefde maar een paar dagen te overleven, zei ik tegen mezelf, dan zou ik gered worden.”

“Dat overlevingsinstinct hield me op de been tot dag zes. Die dag trok als een waas aan me voorbij. Ik lag op de grond en het was alsof ik één was met de natuur, alsof ik uit mijn lichaam was getreden en al dood was. Vrienden en familie flitsen door m’n gedachten en ik voelde veel liefde. Ik was in een heel mooie wereld, waar ik best wilde blijven. Naar het land der levenden kwam ik pas weer toen ik de volgende dag plotseling geluid van krakend hout hoorde en in mijn ooghoeken iets zag bewegen. Vanaf de andere kant van het ravijn stond een man naar me te kijken. Ik kon het bijna niet geloven. Hij droeg een oranje pak en zei niets, zelfs niet toen ik in alle talen naar hem begon te schreeuwen.”

Verantwoordelijkheid

“Hij verdween net zo snel als hij gekomen was, waardoor ik aan mezelf ging twijfelen: had ik hem soms bedacht? Pas jaren later hoorde ik dat hij de lokale politiechef was, die dacht dat ik een geest was vanwege mijn blonde haar, dat hij vanuit de verte had gezien. Daarom hielp hij me niet. Door zijn verschijning was ik weer terug op aarde; ineens kwam die verschrikkelijke pijn in mijn lijf terug. En het besef dat ik terug wilde. Niet omdat ik bang was om dood te gaan – op basis van wat ik had ervaren leek dat me juist prachtig – maar voor mijn ouders, en die van Pasje. Ik moest ze vertellen dat hij dood was; die verantwoordelijkheid voelde ik heel sterk.

Dat ik die kans zou krijgen, werd de volgende dag duidelijk toen er een groep Vietnamese mannen mijn kant op kwam, acht dagen na de crash. Ik geloofde mijn ogen niet: ik werd gered! Ze vroegen me mijn naam aan te wijzen op een passagierslijst en gaven me een slokje water. Hoe lekker dat smaakte, vergeet ik nooit meer. Toen ze me op een draagdoek legden, raakte ik voor het eerst echt in paniek: ze haalden me hier weg, weg van mijn Pasje! Ik wilde gered worden, maar niet zonder Pasje weggaan. Maar het moest.”

“De mannen waren aardig, droegen me in anderhalve dag heel voorzichtig naar het dichtstbijzijnde dorp en gaven me eten en drinken. Later hoorde ik dat de man in het oranje een dag later was teruggekomen om te kijken of ik al verdwenen was. Dat was niet zo en dus concludeerde hij dat ik wel een mens moest zijn, en ging hij terug om hulp te halen. In eerste instantie zou een helikopter met artsen me uit de jungle ophalen, maar die was ook neergestort. Alle zes inzittenden waren omgekomen. En nu hadden deze mannen me uit het onbegaanbare gebied gedragen.”

Vertrouwen

“Ik weet nog wel goed dat mijn moeder in het ziekenhuis ineens voor me stond. Ze was samen met mijn vader en zusje meteen naar Vietnam gereisd toen ze hoorden dat ik nog leefde. Zij hadden te horen gekregen dat ons vliegtuig was neergestort en hadden de hoop opgegeven dat ik nog in leven was, tot Vietnam Airlines het toestel vond en zei dat er één overlevende was: ik. Voor het eerst sinds de crash huilde ik. Ik vertelde haar dat Pasje overleden was, dat ik ook bijna was doodgegaan. Toen pas kwam het verdriet om Pasje eruit. Ik kon die eerste dagen niet stoppen met huilen en dacht constant aan hem. Aan zijn gezicht, zijn lach, zijn dood, aan de toekomst die we niet meer hadden. Ik gaf me volledig over aan het verdriet.”

Lees ook
Lotte (33) verloor haar vriend: ‘Die periode heeft een gelukkiger mens van mij gemaakt’

“De echte rouwverwerking begon pas weken na zijn uitvaart, toen ik in mijn eentje thuiskwam in Madrid, na twee maanden revalidatie bij mijn ouders. Toen drong het besef door dat ik weduwe was geworden. Ik kon Pasje nooit meer bellen of om zijn mening vragen, er was geen ‘wij’ meer. Het heeft me veel tijd gekost om daarmee te leren leven.”

“Met de jaren lukte het me weer vooruit te kijken. Ik werd opnieuw verliefd, trouwde, verhuisde naar New York, waar ik nog steeds woon, en kreeg twee prachtige kinderen. Toen ik moeder werd, dacht ik wel: god, dit heeft Pasje allemaal moeten missen. Dat denk ik trouwens vaak. Hij zal nooit met vrienden videobellen vanwege de coronacrisis, dacht ik laatst. Zo blijft hij onderdeel van mijn leven. Mijn dochter is zelfs bevriend met Pasjes zus en zegt weleens: ‘Jammer dat ik hem niet heb leren kennen, want hij klinkt zo aardig.’ Ik heb er een mooi ander leven bij gekregen, zo zie ik het.”

Meer lezen? Annette Herfkens schreef een boek over deze ervaring: Turbulentie, € 20,99 Boekerij

Het hele verhaal lees je in Flair 26-2020. Deze ligt t/m 30 juni in de schappen. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Kim van der Meulen

Shoppen is altijd een goed idee