Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Reizen & Uitjes > Een overstroming verwoestte Miriam’s vakantie: ‘We hadden niet veel later wakker moeten worden’

Een overstroming verwoestte Miriam’s vakantie: ‘We hadden niet veel later wakker moeten worden’

Een overstroming verwoestte Miriam’s vakantie: ‘We hadden niet veel later wakker moeten worden’

Miriam (38) houdt niet van kamperen, liever laat ze zich verwennen in een hotel in Zuid-Afrika of Amerika. Maar ze vindt dat ze nou toch wel een keer mee moet naar de camping van haar schoonouders.

De verwoestende kracht van water

Al dertig jaar gaan de schoonouders van Miriam naar hun caravan in Zuid-Frankrijk. Gezellig met de hele familie. Ooms, tantes en de broer van haar vriend Dries (40). Met z’n twaalven zijn ze in totaal. Alleen het weer zit niet mee, die zomer van 2010. Dinsdag 15 juni regent het de hele dag. Dries en Miriam besluiten de auto te pakken en te gaan shoppen in Nice. Als ze terugkomen, kruipen ze vroeg onder de wol, knus in hun tien jaar oude koepeltentje. Ze maken nog grapjes: als de tent gaat lekken, vluchten ze wel naar de auto.

Miriam: “Om half drie ’s nachts werd ik wakker. Ik weet niet precies waarvan, maar ik merkte meteen dat het tentdoek van de binnentent vlak bij mijn gezicht hing en dat het leek of mijn matras dobberde. Ik maakte Dries wakker en probeerde rechtop te gaan zitten. Mijn slaapzak was kletsnat. In een reflex tastte ik naast het matras en het enige wat ik voelde was water. O help, dacht ik, dit is wel erger dan een beetje lekkage.”

“Ik heb ontzettende watervrees. Mijn moeder is op jonge leeftijd haar broer verloren aan de verdrinkingsdood en haar angst is ook op mij overgeslagen. Dries probeerde me tot rust te brengen, maar ik wilde alleen maar zo snel mogelijk de tent uit. ‘Schat, we moeten er nú uit!’ riep ik. Ik had in één keer de rits te pakken en opende de tent, terwijl ik bleef roepen: ‘Ik wil eruit!’ Ik kwam in de voortent, waar alleen maar water was. Ik ging kopje-onder en raakte flink in paniek. Dries reageerde heel rustig en dook onder water om de rits van de buitentent open te maken. Voor ik het wist, waren we eruit. Wat was ik opgelucht. Maar dat duurde maar even. Geschrokken keken we om ons heen: overal zagen we water. Zelf stonden we tot ons kruis in het water. Ik zag dat de caravan van mijn schoonouders helemaal scheef was gezakt. We schreeuwden naar elkaar: we moeten zo snel mogelijk iedereen naar het droge brengen! We hadden geen idee dat het water nog steeds steeg.”

Vast in de caravan

Miriam probeert de caravan van haar schoonouders te bereiken, maar dat is nog niet zo makkelijk. Het gras is veranderd in een modderpoel, het water staat inmiddels tot haar middel en de stroming wordt steeds krachtiger. Bij andere caravans ziet Miriam al wel wat beweging en het schijnen van zaklampen. Bij haar schoonouders is het nog angstvallig stil. Als een gek begint ze te roepen: ‘Wakker worden, wakker worden! Jullie moeten nu uit de caravan. Jullie moeten weg hier!’ Als ze gestommel hoort, waadt ze naar de volgende caravan, die van Dries’ broer Teun en zijn vriend Niels. Daar is net een andere caravan bovenop geknald. Het water sleurt alles mee wat het tegenkomt.

Gelukkig kunnen Teun en Niels er nog uit komen. Maar waarom zijn haar schoonouders nou nog niet uitgestapt? Miriam schreeuwt naar Dries dat hij haar moet komen helpen. Haar schoonouders blijken de deur vanaf de binnenkant niet te kunnen openen; het water staat al te hoog. Ze hoort haar schoonmoeder gillen: ‘Mijn kinderen. Waar zijn mijn kinderen!’ Miriam roept dat ze veilig zijn en uiteindelijk lukt het haar schoonvader de deur open te beuken. Als iedereen eruit is, pakken ze elkaars handen en waden ze richting het huis van de campingeigenaar. Daar brandt licht, daar zullen ze veilig zijn. Onderweg komen ze van alles tegen: stoelen, auto’s die gezonken zijn.

‘Ik heb het gevoel dat mijn moeder over me waakt, en daar op die camping was het mijn tijd nog niet’

Bij het huis staat de zoon van de campingeigenaar hen al op te wachten. Iedereen wordt naar de tweede verdieping gedirigeerd. Daar zitten al zestien Fransen, onder wie een aantal kinderen. Vooral de vrouwen zijn in paniek. “Mijn Frans is niet heel goed, maar uit wat ze zeiden kon ik opmaken dat ze hun huis kwijt waren. Verschrikkelijk natuurlijk. Wij realiseerden ons dat het bij ons dan nog meeviel en we waren blij dat we allemaal ongedeerd waren. Toen Dries doorhad dat ik veilig was, ging hij samen met zijn broer en hun vader terug naar de camping om oom Jan en zijn vrouw Veerle te halen. Jan is slecht ter been, daardoor waren zij nog achtergebleven. Dries twijfelde geen moment. ‘Doe alsjeblieft voorzichtig, schat!’ schreeuwde ik nog. Toen Dries terug was, kon ik weer rustig ademhalen. Later vertelde hij me dat ze niet veel later terug hadden moeten gaan, want Jan en Veerle stonden als verstijfd voor hun tent, hand in hand, met het water tot aan hun lippen. Ze konden geen kant op. Ik besefte ineens: hij heeft hun leven gered.”

Regelen en zorgen

“Daarna ging ik zorgen en ging Dries regelen. Wat was er nodig? Droge kleren, handdoeken. Was er iemand onderkoeld? Ook de eigenaren van de camping gingen regelen: is er eten, is er drinken? Kunnen we ergens op slapen? Wat moeten we doen als het water blijft stijgen? Want dat het water zou stijgen, was duidelijk. Als je bovenaan de trap stond, zag je het water per tree omhoogkomen. Gek genoeg voelde ik me redelijk rustig. We zaten daar met bijna dertig mensen op een zolder en iedereen schreeuwde door elkaar. Sommigen waren aan het huilen. Het was heel hectisch, maar ik merkte dat ik – juist omdat anderen in paniek waren – heel kalm bleef. Ik wilde eigenlijk even slapen, kroop lekker tegen Dries aan. Ik wilde hem niet meer uit het oog verliezen. Slapen ging natuurlijk voor geen meter, ik had het koud, ik had honger en alles was klam en vies. Ik denk dat ik hooguit vijf minuten een hazenslaapje heb gedaan. De mannen bleven wakker en alert en ik voelde me beschermd. Ik was zo blij dat Dries bij me in de buurt was. Ik weet niet of ik zo rustig had kunnen blijven zonder hem.”

Hulp uit de lucht

Als de zon opkomt, hangt er een helikopter boven het huis. Iedereen springt op, rent naar het raam en begint te schreeuwen: ‘Er is hulp, er is hulp, we worden gered!’ Als Miriam uit het raam hangt en ze de ravage ziet, dringt pas echt tot haar door hoe de situatie is. Overal water. Hun auto hangt met zijn neus naar beneden en de achterklep omhoog. Een aantal caravans is op elkaar geklapt en overal drijven tassen, kleren en andere spullen. Uit de helikopter komt aan een touwladder een man naar beneden om poolshoogte te nemen. Hij wil weten hoeveel mensen er zijn, of er baby’s zijn, of er mensen met spoed medicijnen nodig hebben. Maar met iedereen gaat het naar omstandigheden goed. Gelukkig.

De man vertrekt weer met de mededeling dat er een boot zal komen om iedereen op te halen. Wanneer was niet bekend. “De eigenaar was ondertussen de trap naar beneden afgedaald op zoek naar iets eetbaars. Iedereen begon behoorlijk trek te krijgen. Hij kwam terug met cakejes in plastic, een pakje ham en een paar flessen water. Ik vond het een wereldontbijt. Helaas waren er mensen die totaal geen rekening met anderen hielden. Zo was er een Fransman die een fles water aan zijn mond zette en die bijna leegdronk, terwijl er nog zo veel mensen waren die ook dorst hadden. Langzaam verstreken de uren. We voerden eigenlijk steeds dezelfde gesprekken. Eerst was er de ontsteltenis van het alles kwijt zijn, daarna kwamen de wat-als-gedachtes. Wat als Dries niet op tijd was geweest om Jan en Veerle te redden? Wat als de broer van Dries hier was geweest met zijn baby? Daarna zeiden we weer tegen elkaar: maar we zijn allemaal veilig, dat is het belangrijkste. En dat bleven we maar herhalen.”

Op een luchtbed

“Om twee uur ’s middags was Dries het zat, hij wilde iets dóén. Er moest eten komen, drinken en misschien waren er nog meer spullen te redden. Hij wilde met zijn broer op een luchtbed en met twee peddels op onderzoek uit. Maar ik maakte me zorgen. De stroming van het water was nog steeds hartstikke heftig. Ik was trots en bang tegelijk. Ik zei: ‘Je mag gaan, maar kijk eerst bij onze auto of je mijn tas ziet liggen.’ Onze paspoorten zaten daarin en ik dacht: als we die hebben, komt alles goed. Dries en Teun stapten vanuit het raam op hun luchtbed en peddelden weg. Ik bleef bij het raam staan en verloor ze geen moment uit het oog. Toen zag ik dat ze mijn tas omhooghielden. Even was ik heel blij, maar daarna verdwenen ze achter een paar bomen, uit het zicht. Op hetzelfde moment verschenen er allemaal helikopters boven het huis. Dat gaf enorm veel kabaal en luchtverplaatsing, het water ging alle kanten op. Ik was bang, want ik wist dat Dries en Teun zo nooit terug konden peddelen; de kracht van de helikopters was veel te sterk. Dries vertelde later dat ze zich stevig vastgrepen aan de takken van de bomen en zich zo richting het huis trokken.”

Ineens zijn ze weer in beeld. Miriam ziet ze als eerste: hun gezichten verwrongen en verwaaid van de wind van de helikopters. Bijna iedereen is dan al opgepikt. De laatste helikopter gaat eerst heel hoog in de lucht hangen zodat Dries en Teun naar het huis kunnen komen. Vrijwel meteen komt er een lier naar beneden en wordt er een tuigje om Miriams middel gebonden. Nog steeds in paniek wordt ze omhooggetrokken. Ze heeft zo veel adrenaline in haar lichaam dat haar been in een spastische beweging heen en weer gaat. Als ze eenmaal in de helikopter zit, valt er een last van haar schouders. Gelukkig, niet nog een nacht in dat huis. Ze is veilig, ze is gered. En als Dries met een big smile op zijn gezicht als laatste omhoog wordt getakeld, kan ze opgelucht ademhalen.

Toch een cadeau

“Dat je dingen kwijtraakt, zoals je bril of je lievelingstrui, is onbelangrijk. Veel heftiger is het besef dat het leven zomaar voorbij kan zijn. We zijn door het oog van de naald gekropen. Ik ben heel erg bezig geweest met vragen als: wat als we de tent niet hadden opengekregen? Wat als ik niet op tijd wakker was geworden? Het had echt niet veel later moeten zijn of we waren verdronken. Ik weet bijna zeker dat mijn moeder me wakker heeft gemaakt. Ze is jaren geleden heel plotseling overleden, maar ik voel haar aanwezigheid soms nog heel sterk. Ik heb het gevoel dat mijn moeder over me waakt, en daar op die camping was het mijn tijd nog niet. Mijn portemonnee met een foto van mijn moeder erin was ik kwijtgeraakt en daar was ik erg verdrietig om. De dochter van Jan en Veerle, die in Saint-Tropez op vakantie was, is later teruggegaan naar onze camping om te kijken of ze nog wat spullen kon redden. En wat vond ze? Mijn portemonnee!”

Lees ook
Bienvenida (32) brak haar zwangerschap af: ‘We namen het moeilijkste besluit ooit, uit liefde voor onze zoon’

“Ik denk nog weleens terug aan die vreselijke nacht in Zuid-Frankrijk. Maar inmiddels op een positieve manier. We zijn namelijk met het mooiste geschenk thuisgekomen dat ik me had kunnen wensen: ik was zwanger. Jarenlang had ik geprobeerd in verwachting te raken en telkens was daar weer die teleurstelling als het niet was gelukt. Op 5 maart 2011 is onze dochter geboren. We hebben haar de naam Rhive gegeven, oever van de rivier. De oever die je redding uit het water is. De naam hebben we verzonnen in de nacht voordat we naar huis konden reizen. Later bedachten we nog meer namen, maar er was er maar eentje die bij haar paste. Nu is er dus een vrolijk meisje in huis dat gek is op de zee, het zwembad en zelfs de douche. Rara, hoe zou dat komen? Verwekt tijdens een overstroming. Weet je wat haar sterrenbeeld is? Vissen.”

Ook de vakantie van Nanine (38) en Sven (40) viel letterlijk en figuurlijk in het water. Hun verhaal lees je, net als dat van Miriam, in Flair 29-2021. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Inge van der Schee | Fotografie: Getty Images