Je bent hier: Home > Nieuws & Maatschappij > Hoe het komt dat er meer coronabrandhaardjes ontstaan (en dit géén reden tot paniek is)

Hoe het komt dat er meer coronabrandhaardjes ontstaan (en dit géén reden tot paniek is)

Nieuws & Maatschappij
Hoe het komt dat er meer coronabrandhaardjes ontstaan (en dit géén reden tot paniek is)

De laatste weken werden er grote clusters besmettingen ontdekt op diverse locaties in Nederland en andere (buur)landen. Toch is er geen reden voor paniek. GGD-directeur Sjaak de Gouw legt uit dat nieuwe brandhaardjes na verspoelingen te verwachten zijn. 

Nieuwe coronabrandhaardjes

Een greep uit de ontdekte cluster besmettingen binnen Nederland bevatten tientallen besmettingen bij een visverwerker in Twello. Daarnaast ook drie slachthuizen die recentelijk de werkzaamheden moesten staken na ontdekte besmettingen bij het personeel. Ook in Katwijk werden twee clusters ontdekt. De Gouw zegt tegen NU.nl dat nieuwe brandhaardjes na versoepelingen enigszins te verwachten zijn. “Bij grotere bijeenkomsten zijn een aantal dingen denkbaar die clusters kunnen veroorzaken, zoals iemand die tóch doorwerkt bij klachten of het net niet even nauw nemen van de geldende hygiëneregels.” Geen reden voor paniek dus.

Verheffing

Hoewel binnen Nederland vooral clusters werden waargenomen bij vis- en vleesbedrijven, waarschuwt De Gouw dat een brandhaard in principe overal kan ontstaan. De deskundige noemt een restaurant als voorbeeld. “Als een besmette ober met een loopneus daar langs alle tafels loopt, heb je de kans dat het virus zich verspreidt.” GGD’s spreken dan van een verheffing. Hierbij worden er in een regio tien tot twintig meer besmettingen waargenomen dan verwacht. De algehele impact lijkt echter klein. Volgens De Gouw zijn er nog altijd ongeveer 1.700 personen besmettelijk voor anderen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) bracht begin juni dat cijfer naar buiten, maar heeft dat aantal naar boven bijgesteld (2.800) door een nieuwe rekenmethode.

Lees ook
Voor het eerst sinds maart geen nieuwe coronadoden: hoe zit het met die verwachte 2e golf?

GGD monitort locatie waar besmetting plaatsvond

Daarnaast zijn de waargenomen clusters niet te vergelijken met de piek waar de GGD’s in maart en april mee te maken hadden, legt De Gouw uit. “We zijn er klaar voor, het testbeleid is verruimd en we zien dat mensen na een besmetting nog altijd bereid zijn om zich aan de maatregelen te houden en contact met andere personen mijden. Als een kleine coronabrandhaard is ‘geblust’, gaat de GGD in gesprek met de betrokkenen op die locatie. “Als de bron van de besmetting is gevonden, houden wij die plaats in de gaten. Dan kijken we of ziek personeel ook écht thuisblijft en hoe wij de hygiëne op locatie kunnen verbeteren.”

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Bron: NU.nl | Beeld: iStock

Shoppen is altijd een goed idee