Margriet kreeg op haar 35ste borstkanker: ‘Mijn kinderen hebben m’n hoofd kaalgeschoren’

707

Haar leven stort in als Margriet Bakker (36) – moeder van drie kinderen – op haar 35ste te horen krijgt dat ze borstkanker heeft. En dat niet alleen: ze blijkt ook nog eens erfelijk belast te zijn, waardoor haar kinderen vijftig procent kans hebben óók drager te zijn van het gen.

Lees ook: Steun borstkankeronderzoek met het nieuwe armbandje van Pink Ribbon

‘Gaat mama dood?’
‘Arnold en ik hebben drie kinderen: twee dochters van 10 en 8, en een zoon van 5. We zijn tegen hen van begin af aan open en eerlijk geweest over mijn ziekte. Als ze iets vragen waar we zelf geen antwoord op hebben, vertellen we dat. Alle drie gaan ze er op hun eigen manier mee om. De jongste beseft nog niet zo goed wat kanker betekent. Hij merkt vooral dat mijn uiterlijk verandert. ‘Wanneer word je weer mijn echte mama?,’ vraagt hij heel vaak. Dat ik kaal ben, vindt hij heel moeilijk. De oudste begrijpt het beter en stelt veel vragen: ‘Hoe groot is de kans dat mama doodgaat?’ Als ze verdrietig is, laat ze dat zien. Onze middelste dochter doet dat niet. Zij gedraagt zich thuis heel stoer, maar van de juf op school hoor ik dat ze veel verdriet heeft. Ons wil ze daar niet mee belasten, omdat ze vindt dat wij al zoveel verdriet hebben. Horen dat ze op school wél huilt, geeft me een ontzettend machteloos gevoel: ik wil er juist zo graag voor haar zijn.’

Kleine knikker
‘Mijn borsten onderzocht ik altijd al regelmatig. Niet omdat ik bang was dat er iets mis is, maar gewoon voor de zekerheid. Zodoende lig ik op een avond in bed en voel ik een soort kleine knikker in mijn borst. Ook Arnold voelt het knobbeltje. Toch zijn we er vrij relaxed onder: het zal vast niks zijn. Voor de zekerheid ga ik toch langs bij de huisarts. Ook bij hem gaan er geen alarmbellen rinkelen. ‘Waar ben je bang voor?’, vraagt hij nog. Volgens hem voelt het knobbeltje ‘goed’ aan en ben ik nog hartstikke jong. Toch kan hij niks definitief uitsluiten, dus ga ik naar ziekenhuis om mijn borst verder te laten onderzoeken.’

Voorgevoel
‘In het ziekenhuis ben ik er nog steeds van overtuigd dat het wel goed zit. Zo overtuigd, dat ik mijn man niet eens meeneem. Mijn voorgevoel blijkt niet te kloppen: na een lange ochtend vol onderzoeken, krijg ik te horen dat het foute boel is. Ik heb borstkanker. Het gaat nog om een ernstige vorm ook: triple negatief. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om Arnold de uitslag per telefoon te vertellen. Zo snel mogelijk rijd ik naar huis, waar hij in de tuin het gras staat te maaien. Woorden hoef ik niet eens te gebruiken: hij ziet direct aan mijn gezicht wat er aan de hand is. Die dag huilen we non-stop.
Twee weken, heel veel onderzoeken en een vreselijk onzekere periode later, krijg ik te horen dat de kanker nergens anders in mijn lichaam aangetroffen is. We zijn dolblij, maar de vreugde is maar van korte duur. Eigenlijk begint alles nu pas.’

De tondeuse erin
‘Intens verdrietig ben ik, als ik merk dat na de eerste chemokuur mijn haar uit begint te vallen. Toch raap ik na een ochtend huilen mijn moed bijeen en besluit ik er niet langer om te treuren: we moeten er maar gewoon een feestje van te maken. Ik bel mijn vriendin – kapper van beroep – om te vragen of ze kan komen. Zelf duik ik de keuken in en maak ik kwarktaart: de lievelingstaart van de kinderen. Als ze thuiskomen uit school eten we die met z’n allen op, en overhandig ik de kinderen een tondeuse. Zij mogen mijn haar eraf scheren. Eerst durft alleen mijn oudste dochter het apparaat richting mijn hoofd te brengen, maar even later gaan ze alle drie los. Ik heb zelfs een hanenkam gehad. We lachen wat af met z’n allen en maken ontzettend veel plezier. Plaats voor tranen is er even niet.
Ik heb besloten geen pruik te dragen. Mijn kinderen zien me thuis ook zonder haar, en ik wil de confrontatie met mijn ziekte niet nóg groter maken. Wel knoop ik doekjes om mijn hoofd: die heb ik door de kinderen laten uitkiezen. Mijn middelste dochter heeft zelfs nog een modeshow gehouden met de hoofddoekjes. De oudste vertelt op school heel stoer: ‘Mijn mama wordt kaal. Niet omdat ze ziek is, maar omdat er medicijnen zijn die haar beter gaan maken.’’

Erfelijk belast
‘In totaal onderga ik zes chemokuren, waar ik goed ziek van ben. De periodes van ziek zijn duren steeds langer, omdat mijn lichaam zwakker wordt. Tussen de vijfde en de zesde kuur, krijg ik bovendien nog een flinke klap te verduren. Omdat ik zo belachelijk jong ben én mijn oma aan borstkanker is overleden, raadt de arts mij aan een erfelijkheidsonderzoek te doen. Daaruit blijkt dat ik drager ben van het BRCA1-gen. Mensen met dit gen hebben 60-80 procent kans op borstkanker en 40-60 procent kans op eierstokkanker. De kans dat de kanker terugkomt, neemt voor mij ineens flink toe. Ik ben op dat moment al van plan om mijn besmette borst te laten amputeren, maar laat uit voorzorg ook mijn andere borst én mijn eierstokken en eileiders verwijderen. Hierdoor raak ik van de een op de andere dag in de overgang. Heel erg heftig.’

Familiedrama
‘Dat ik erfelijk belast ben, is niet alleen voor mij vreselijk: ineens wordt de hele familie erin meegesleurd. De kans dat mijn dochters het gen dragen is vijftig procent. Zij kunnen zich nog niet laten testen: dat mag pas als ze 18 zijn en zelf die beslissing kunnen maken. Ook mijn ouders moeten zich laten controleren om te achterhalen waar het gen vandaan komt. Als klap op de vuurpijl blijkt ook een van mijn twee broers drager te zijn. Hij heeft op z’n beurt weer drie dochters, die nu mogelijk ook in gevaar zijn. Het drama wordt steeds afschuwelijker.’

Reconstructie
‘In april heb ik een reconstructie gehad, zodat ik toch een beetje borsten heb. Dat is fijn, maar ik kan de tepelloze protheses nog niet zien als mijn eigen exemplaren. Als ik in de spiegel kijk, zie ik vooral de grote littekens. Ook zijn de zenuwen weg, waardoor ze niet meer voelen zoals eerst. Laatst had ik contact met iemand die heel mooie tepeltatoeages zet. Misschien is dat het laatste stukje wat ik er nog aan kan doen.’

Nooit meer hetzelfde
‘De kanker is – voor zover de artsen kunnen zien – weg uit mijn lichaam, maar de oude word ik niet meer. Ik ben heel snel moe. Daarnaast laat mijn geheugen me enorm in de steek; ik vergeet veel dingen. Soms beginnen mensen op straat tegen me te praten en heb ik geen idee wie ze zijn, terwijl later blijkt dat ik ze heel goed ken. Ook draag ik nu een bril, want mijn ogen zijn beschadigd.
Toen ik ziek werd, dacht ik na mijn genezing mijn leven wel weer op te pakken en door te gaan waar ik gebleven was, maar dat is onmogelijk. Ik sta heel anders in het leven. De kans bestaat dat de kanker terugkomt, en dat maakt mij bewust van het feit dat ik elke dag moet genieten. Dat doe ik volop, vooral van de kleine dingen. Als ik mijn gezinnetje om me heen heb, voel ik me heel gelukkig.’

Pink Ribbon
‘Samen met mijn vriendin Ria – die een half jaar na mij ook ziek werd – heb ik de afgelopen tijd veel actiegevoerd voor Pink Ribbon. Vooral nu ik weet dat ik het gen draag en mijn dochters misschien ook erfelijk belast zijn, heb ik een soort verantwoordelijkheidsgevoel. Het is ontzettend belangrijk dat er meer onderzoek gedaan wordt. Ik wil niet dat mijn kinderen dit ook moeten meemaken. Gelukkig zijn de meiden optimistisch. De oudste zegt: ‘Mama, je moet je niet druk maken. Over tien jaar is er echt wel een pilletje dat ervoor zorgt dat wij niet ziek worden.’ Daar moeten we voor strijden.’

Met de Pink Ribbon-armband 2017 heb je vier armbanden ineen én steun je een fantastisch doel: borstkanker de wereld uit helpen. Klik hier om er een te bestellen.

Wil je de actie van Margriet en Ria steunen? Hier kun je geld te doneren.

Volg jij onze huishoudpagina al? Hier vind je al onze huishoudtips handig op een plek: www.facebook.com/flairathome

DELEN
Vorig artikelBah: maar een derde van de Nederlanders maakt zijn smartphone schoon
Volgend artikelBinnenkijken bij: de nieuwe villa van Jessica Alba