Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > #IkHebFlair > Thrillermaand: ‘Martha, een affaire met Robert! Hij had haar zoon kunnen zijn’

Thrillermaand: ‘Martha, een affaire met Robert! Hij had haar zoon kunnen zijn’

Thrillermaand: ‘Martha, een affaire met Robert! Hij had haar zoon kunnen zijn’
Vier weken lang schrijven Nederlands bekendste thrillerschrijvers speciaal voor Flair’s thrillermaand een spannend leesverhaal. Deze week is het een verhaal van Anita Terpstra: iemand is overboord geslagen, en dat lijkt geen ongeluk…

“Man overboord!” riep een van de obers in paniek. “Man overboord!” Hij leunde over de reling van het schip, maar maakte geen aanstalten om te springen. Een van de gasten wierp een reddingsboei in het water. Andere gasten volgden het voorbeeld van de ober en tuurden ook in het water, waar geen enkele rimpeling te zien was. Het was iets na middernacht en donker op de Theems. De lichten van de vaste wal reikten niet tot aan het schip.
“Waar is hij?”
“Ik zie niets!”
“Wat is er gebeurd?”
“Afschuwelijk!”
“Wie is er gevallen? Wie?!”
De vragen en verschrikte kreten van de gasten verstomden langzaam, om weer te beginnen toen er iets wits aan de oppervlakte verscheen.
“Daar!” riep iemand.
Een man trok zijn jasje en schoenen uit en sprong in het water. Even later werden met vereende krachten de man
en de drenkeling aan boord gehaald. Uit de rug van de drenkeling stak het handvat van een mes. Eromheen was een grote bloedvlek zichtbaar.
“Wie is het?”

Mokken

“En waag het niet om de hele avond in een hoekje te gaan zitten mokken,” waarschuwde Edith Mitford haar dochter Emily, terwijl ze zich over de loopplank begaven. “Op die manier vind je nooit een man. Ik heb trouwens gehoord
dat de zoon van de Nevilles ook aanwezig is.”
Ze werden verwelkomd door de klanken van een zes-
koppige band. “Hij en ik hebben werkelijk niets gemeen,” mompelde Emily, terwijl ze haar stola nog wat steviger
om zich heen trok. Er stond een frisse bries. “Hij houdt
van uitgaan, drank, polo en paardenraces.”
“Al je vriendinnen zijn verloofd of getrouwd. De tijd om kieskeurig te zijn, is voorbij. En laat die stola wat zakken, het is de bedoeling dat je je sterke punten laat zien.”
Een weerwoord werd Emily ontnomen, omdat de jarige job zijn armen spreidde om haar te begroeten. Dat haar vader uitgerekend vanavond verstek moest laten gaan. Vanwege een of andere crisis bij de bank. Die waren er de laatste tijd steeds vaker, veroorzaakt door de oorlog waar het vasteland in verwikkeld was en waar, als je de berichten mocht geloven, Groot-Brittannië binnenkort ook bij betrokken zou raken. Emily’s vader zou haar moeder vergezellen naar het verjaardagsfeestje van David Montague Erskine, oftewel Baron Erskine, graaf van Buchan. Haar moeder had per se naar hét societygebeuren van het jaar gewild, maar niet alleen, en dus had ze Emily opgedragen haar te vergezellen. Emily wist zeker dat ze de komende weken het geklaag
van haar moeder dat ze nog steeds ongehuwd was aan zou moeten horen, want vanavond zou ze ongetwijfeld dames spreken wier dochters verloofd waren, pas getrouwd of net een baby gekregen hadden.
“De meestgestelde vraag was: ‘Waarom is je dochter nog niet getrouwd?’”zou haar moeder dan klagen.
“Vertel ze gewoon de waarheid,” zou Emily dan zeggen, ongevoelig voor de emotionele chantage van haar moeder.
“Dat je liever met je neus in de boeken zit dan een gezin sticht?”
Het zou een herhaling zijn van de talloze gesprekken, of discussies, soms zelfs ruzies, die ze al over het onderwerp hadden gevoerd. Toen haar moeder zo oud was als Emily, was het huwelijk de enige mogelijkheid om als vrouw in je levensonderhoud te voorzien. Kon je geen geschikte partner vinden, dan was je veroordeeld tot een leven als lerares of gouvernante. Emily werkte als typiste, al hoefde dat niet, aangezien haar vader een rijke bankier was. Ze vond het werk niet echt leuk, maar het was de enige manier om aan haar moeders continue aandacht te kunnen ontsnappen.
Een paar dagen geleden had Emily zich ingeschreven bij de Women’s Royal Naval Service, iets wat ze haar moeder nog niet had verteld. De marine zocht vrouwen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog had de marine, door de enorme verliezen aan het front en de mobilisatie van een groot deel van de mannelijke bevolking, een groot gebrek aan arbeidskrachten gehad. De marine had ervoor gekozen
om massaal vrouwen in te schakelen om de mannen in de havens en op zee te ondersteunen. De vrouwen werden opgeleid tot kok, klerk, administrateur, radarpersoneel, wapenanalist, elektricien en onderhoudspersoneel voor wapens en vliegtuigen. Emily wilde haar land dienen.
Haar vleugels uitslaan. Onder het juk van haar moeder vandaan zien te komen.
Ze liet zich de omhelzing van de baron welgevallen, waarbij het haar niet ontging dat hij haar boezem iets te stevig tegen zich aan drukte. Zijn vrouw, Lady Frances, keek het met lede ogen aan. De reputatie van haar man was haar niet onbekend. Heel Londen kende die.
“Onze zoon Robert zal u de drankjes wijzen,” zei ze.
“Wat ben jij groot geworden,” zei Emily’s moeder tegen Robert.

Dat was inderdaad het geval. De laatste keer dat Emily hem had gezien, was hij een pukkelige slungel met vet haar geweest. Nu was hij groter dan zijn vader, breder
ook, en had het vette haar plaatsgemaakt voor een volle, donkere bos krullen.
“Hoe oud ben je nu?”
“Achttien,” zei Robert.
“O, dan moet je zeker ook in dienst?”
“Ik heb me al aangemeld voor de Royal Air Force.”
“Je ouders zullen vast vreselijk trots op je zijn,” zei Emily’s moeder.
Tuurlijk, dacht Emily. Waarom hij wel, en ik niet?
“Niet echt. Mijn moeder is faliekant tegen. Ik ben de laatste van de Erskines en ze is bang dat ik…”
“Ik snap het,” zei haar moeder snel.
Robert wees naar een tafel die was voorzien van een hagelwit kleed dat tot de grond reikte en waar verschillende gevulde glazen op stonden. “Kijkt u eens. Neem wat u wilt. We hebben rode en witte wijn, cocktails, rosé, noem maar op. De wijn is afkomstig van ons landgoed in het zuiden van Frankrijk, een experimentje van mijn vader. Ik kan u die van harte aanbevelen. De ober achter de tafel weet precies waar wat in zit. Er lopen ook obers rond met dienbladen.”
“Je ouders weten als geen ander hoe ze een feestje moeten geven,” complimenteerde haar moeder.
“Als u me wilt excuseren, ik zie dat de volgende gasten op me staan te wachten.” Met een lichte buiging nam hij afscheid.
“Doe mij maar een Bloody Mary,” zei Emily tegen de ober, die haar vervolgens een glas met een rood goedje aanreikte. Misschien zou de drank haar wat warmer en
loslippiger maken. Ze moest haar moeder gunstig zien te stemmen, aangezien ze haar het nieuws een dezer dagen zou moeten vertellen. Over een paar weken begon haar opleiding. Ze liepen bij de tafel vandaan.
“Dat is nou een leuke man,” merkte haar moeder op, Robert nakijkend.
Emily verslikte zich bijna in haar drankje. “Veel te jong
voor mij!”
“Je bent slechts drie jaar ouder dan Robert. Jullie schelen net zo veel als je vader en ik.”
“Maar hij was eenentwintig toen hij met u trouwde.”
“Een verloving van een jaar… Dan is hij bijna twintig,”
mijmerde haar moeder.
“Ik denk niet dat hij geïnteresseerd is in mij.” Emily keek toe hoe Robert zich over Martha Roux en haar beeldschone dochter Madeleine – Maddy voor intimi – ontfermde.
Het leek wel of alle aanwezigen even hun adem inhielden toen de twee het dek opliepen. Nee, schreden, alsof ze zich op een rode loper bevonden. Sommige mensen draaiden hun hoofd weg toen Martha hen begroette. Martha, een schathemeltjerijke Amerikaanse, was de risée van de Londense elite. Haar man, of ex-man inmiddels, was
een succesvol zakenman. Een paar maanden geleden had ze zich van hem laten scheiden. Als reden had ze ontrouw aangevoerd. Iedereen wist van de reeks minnaressen die Arthur in zijn dure, Londense appartement stalde, terwijl Martha zat weggestopt in hun buitenhuis in Sussex. Kennelijk was Martha de indiscretie van haar man beu geweest. Alleen haar beste vriendin, Lady Frances, had Martha niet laten vallen.
Martha en haar dochter zagen er adembenemend uit. Martha droeg een mouwloze, roze, zijden jurk met een kleine sleep. Om haar nek had ze een chokerketting. Haar haar was elegant opgestoken. Maddy had een jurk aan van donkerrood chiffon. Haar rug was bloot en de stof viel als een waterval over haar schouders. Haar lange oorbellen schitterden in het licht bij elke beweging die ze maakte.
Vergeleken bij dit tweetal voelde Emily zich schril afsteken, in haar eenvoudige, zwarte, kanten jurk van crêpe de Chine. Goddank had ze toegegeven aan haar moeders wens om dier diamanten collier te dragen. Het collier was een cadeau van haar vader aan haar moeder geweest voor hun 25-jarig huwelijksjubileum.
Haar moeder volgde Emily’s blik.  “Dat schriele kippetje? Hoe oud is dat kind?”  Daarna, verontwaardigd:  “Waarom maakte je niet even een praatje met hem?”
“Ik kreeg geen kans, u dook meteen boven op hem.”
Daar maakte haar moeder zich wel vaker schuldig aan. Voordat Emily ook maar de kans kreeg om met een potentiële aanbidder een gesprek aan te knopen, onderwierp haar moeder de arme jongeman zodanig aan een vragenvuur dat hij zich, zodra de gelegenheid zich voordeed, snel uit de voeten maakte.
“Ik hoop dat dit goed gaat. Ik meende Martha’s ex-man al te hebben gezien.”
Emily kende haar moeder goed genoeg om te weten
dat ze dol was op schandalen en hield zich wijselijk stil.
“Ik ga nog een drankje halen,” zei haar moeder.
Emily baande zich een weg tussen de gasten door, naar
de reling. Ze zocht een donker hoekje uit, waar ze zich
verschool en de aanwezigen bestudeerde, af en toe
tevreden aan haar Bloody Mary nippend. De vrouwelijke genodigden hadden zich overdadig uitgedost in schitterende japonnen en behangen met parels, agaten, topazen en amethisten. Er liep hier voor miljoenen ponden rond, bedacht Emily.
Alle gasten waren aan boord. De trossen werden los-gegooid en het schip voer de Theems op. De Erskines
begaven zich onder het gezelschap. Emily wilde net haar tweede Bloody Mary gaan halen, toen Lady Frances bij de reling kwam staan. Ze stond met haar rug naar het water en observeerde de gasten. Emily volgde Frances’ blik.
Ze zag dat Frances naar haar man, Robert, Martha en
haar dochter staarde. Plotseling draaide ze zich om
en nam een flinke slok van haar drankje.
Emily verliet haar schuilplaats. “Gaat het, Lady Frances?
U ziet wat bleekjes.”
Betrapt draaide Frances haar hoofd opzij. “Het is warm,
is het niet? Ik vrees dat ik een beetje hoofdpijn heb.”
Warm? Het was helemaal niet warm. Eerder fris. “Kan ik iets voor u doen?”
“Nee dank je, lieveling.” Ze veegde een lok die door de wind was losgeraakt uit haar kapsel weer goed. “Wat zie
je er prachtig uit! Je bent een van de belles van dit feest. Hoe gaat het met je?” vroeg ze aan Emily.
“Ik vermaak me uitstekend. U heeft wederom het feest
van het jaar georganiseerd.”
“Dat is lief van je. Ik bedoelde eigenlijk hoe het je vergaat, in algemene zin. Ik hoorde van je moeder dat je je binnenkort misschien gaat verloven?”
Emily lachte. “Ik ben bang dat de wens de vader is van de gedachte, Lady Frances.”
Vragend trok die haar wenkbrauwen op.
“Mijn moeder zou inderdaad graag zien dat ik het ouderlijk huis zo snel mogelijk verliet,” vervolgde Emily. Ze haalde haar schouders op.
“Als ik je een advies mag geven: trouw nooit,” zei Lady Frances bitter. “En als je dan toch zo nodig moet trouwen, zorg er dan in elk geval voor dat je financieel onafhankelijk bent. Dan sta je niet met lege handen na een scheiding.”
Er viel een pijnlijke stilte. Lady Frances schudde haar hoofd, alsof ze zelf ook niet kon geloven wat ze zojuist
had gezegd. Ze vermeed Emily’s blik en beet op haar lip.
Emily had geen idee hoe ze moest reageren en zocht wanhopig naar een neutraal gespreksonderwerp. Ze schraapte haar keel. “Wat is Robert veranderd! De laatste keer dat ik hem zag, reikte hij nauwelijks tot uw schouders. U zult wel heel trots op hem zijn dat hij binnenkort zijn vaderland gaat dienen.”
Lady Frances knikte. “Het zal goed voor hem zijn.
Het wordt tijd dat hij zich als een man gaat gedragen.”
Emily fronste haar wenkbrauwen. Dat was niet wat Robert had beweerd.
De band zette een nieuw nummer in. “Wat een herrie,”
verzuchtte Lady Frances. “Ik ga even benedendeks wat aspirine uit mijn hut te halen.”
Lady Frances mikte de inhoud van haar glas in de Theems en zette het glas met een klap op het dienblad van een ober. Op hetzelfde moment kwam Robert voorbij.
“Dans met haar, wil je, lieverd?” zei Frances tegen hem.
“Dat hoeft niet, hoor,” zei Emily, nadat Roberts moeder uit hun zicht was verdwenen.
“Doe niet zo gek, ik dans graag met je.”
Hij nam haar in zijn armen en even later zwierden ze
over de dansvloer. Hij kon beslist goed dansen.
“Als puber was ik hevig verliefd op je,” zei hij.
“Op mij?” Emily glimlachte. “Dat zeg je vast tegen
alle vrouwen.”
“Je zag me niet staan, uiteraard. Om je te straffen zal ik
tijdens deze dans zo veel mogelijk op je tenen trappen.”
Emily ging niet in op zijn geflirt. Ook omdat ze wist dat
het geen zin zou hebben. Tenminste, als het idee dat zich langzaam in haar hoofd begon te vormen, zou blijken te kloppen. Emily had bepaalde blikken over en weer zien gaan die ze nog niet helemaal kon duiden. Volgens haar moeder zag ze overal complotten en misdaden, geheimen
en leugens, ingegeven door de boeken van Agatha Christie, die ze verslond. Miss Marple was haar favoriet.
“Is alles goed met je moeder?” vroeg ze.
“Hoezo?”
“Ze had hoofdpijn.”
“O? Ze heeft niks gezegd. Al verbaast het me niet. Ze is al weken druk met het organiseren van dit feest. Vanochtend bleek dat de motor het niet deed, maar gelukkig kon die nog gerepareerd worden. De stress zal haar geen goed gedaan hebben.”
“Ze is vreselijk trots op je dat je naar het front vertrekt.”
Heel even verstrakte Roberts schouder onder haar hand. “Zei ze dat?”
“Ja.”
Robert zei niets. Hij leek na te denken.
“Ik meen me te herinneren dat jij zei dat ze het niet leuk vindt?”  viste ze.
“Ja, dat is ook zo. Of was zo.”
Emily wachtte tot hij meer zou zeggen.
“Raar,” lachte Robert, maar zijn ogen deden niet mee.
“Of misschien wil ze niet toegeven aan een vreemde dat…”
“Jij bent nauwelijks een vreemde,” zei Robert.
“De vriendschap van onze moeders dateert alweer
van enige tijd geleden. Ik heb je jaren niet gezien.”
“Ja, dat doet afstand vaak met vriendschappen.”
“Je moeder schijnt goed bevriend te zijn met Martha.”
Opnieuw voelde ze Robert verstrakken.
“En jij kunt het goed vinden met Madeleine?” ging ze
meedogenloos verder. Ze waande zich een jonge versie
van Miss Marple.
Robert lachte. “Vraag je me nu of ik met Maddy ga trouwen?”
“Pusht je moeder je niet om te trouwen?”
“Arme Emily. Weet je, moeders pushen hun dochters om te trouwen, maar hun zonen niet. Die houden ze het liefst zo lang mogelijk bij zich. Ze dulden geen andere vrouw in het leven van hun zoon. Mijn moeder is daar geen uitzondering op, vrees ik.”
“Behalve als er geld mee gemoeid is, toch?” Emily beet
heel even op haar lip. Dat was wel een heel brutale vraag.
“Geloof me, dat is bij ons niet het geval.” Robert keek nadrukkelijk om zich heen, de aandacht vestigend op
alle grandeur die hen omringde. “En jij, heb jij plannen?”
Emily wist dat hij loog. Haar vader regelde Davids bank-zaken en ze had meerdere malen gehoord hoe hij de deplorabele financiële toestand van de Erskines met haar moeder besprak. Iets wat not done was, maar toch deed hij het. Ze vermoedde dat haar vader bepaald jaloers was op de rijkdom van de Erskines. Zij waren ook rijk, maar daar moest haar vader dan ook hard voor werken. De baron hoefde geen poot uit te steken. Nieuw versus oud geld.
“Ik heb me aangemeld voor de Women’s Royal Naval Service,”  vertrouwde ze hem toe.
Robert floot.  “Wat zegt je moeder daarvan?”
“Die weet nog van niks. Zie je, jij bent niet de enige
die geheimen heeft voor zijn moeder.”
De laatste tonen van het nummer stierven weg. Robert maakte een overdreven diepe buiging en liet haar zonder nog iets te zeggen staan.
Emily besloot benedendeks te gaan, op zoek naar
Lady Frances. Niet omdat ze zich zorgen om haar maakte, maar omdat ze nieuwsgierig was naar het interieur. Ze was
nog nooit op een schip als dit geweest. De baron had het
speciaal voor Lady Frances laten bouwen. Beneden was het een stuk krapper dan boven. Bijna claustrofobisch. Ze kon met haar rug tegen een muur staan en dan bijna met haar handen de andere kant van de muur aanraken. Kon je
werkelijk met dit ding de zee op?
Ze hield stil toen ze stemmen hoorde. De ene stem
herkende ze als die van Lady Frances.
“Ik weet het, ik weet het van jou, en…”
“O mijn god,” zei de andere stem, ook van een vrouw. “Hoe?”
“Je vergeet dat ik je als geen ander ken. Die schittering in je ogen, de blos op je wangen, de manier waarop je je hoofd achterover gooit en uitbundig lacht… Denk je nu echt dat je discreet bent? Het moet stoppen.”
Er klonk zacht gesnik.
“Je tranen werken niet bij mij, Martha,” zei Lady Frances.
“Ik had het je willen vertellen, ik zweer het je, maar hij…”
“Alsjeblieft, houd je mond, voordat je jezelf nog meer voor schut zet. Als je ook maar enig respect had voor mij, of voor onze vriendschap, dan was je er nooit aan begonnen.”
“Het spijt me, het gebeurde gewoon, ik…”
“Wie nam het initiatief? Jij, hij? Laat ook maar, ik wil het niet weten. Het is verwerpelijk en immoreel wat je doet,
ik wil je woord dat je er een einde aan maakt.”
“Dat kan ik niet, ik hou van hem.”
“Wat?” Er viel een stilte. Toen:  “Hoe kun je me dit aandoen? Na alles wat ik voor je heb gedaan? De hele wereld liet je vallen na je scheiding, maar ik niet. Weet je hoeveel bagger ik over me heen heb gekregen omdat ik je bleef uitnodigen, je verdedigde? Ik ben zelfs tegen David ingegaan, ik heb hem ervan beschuldigd een hypocriet te zijn. Onze vriendschap heeft me andere vriendschappen gekost. Het kon me niks schelen dat ik over de tong ging, dat ging ik toch al.
Ik zei tegen mezelf dat als het andersom was geweest,
dat jij hetzelfde voor mij zou doen. En nu dit…”
“Het spijt me, hoe vaak moet ik het zeggen? Liefde laat zich niet tegenhouden.”
“En ik dan? Iedereen zal me uitlachen…”
“Ik heb recht op geluk. Ik ben nog hartstikke jong, nog geen veertig…”
“Je bent moeder! Wat zal je dochter hiervan zeggen?”
“Ze is bijna oud genoeg om haar eigen leven te leiden.”
“Je zult haar hart breken.”
“Ze is jong. Ik hoop dat ze het op een dag zal begrijpen.”
“Ze zal de risée van de stad zijn. Jij moet als geen ander weten hoe dat voelt.”
“Wie zegt dat we hier blijven?”
“Reputaties reiken ver, dat weet jij ook.”
“Ik kan het niet. Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest.”
“Geluk ten koste van mijn geluk,” zei Lady Frances
verontwaardigd. “Waarom hij? Van alle mannen in de wereld, waarom uitgerekend hij?”
“We werden gewoon verliefd.”
“Ik vraag het je in naam van onze vriendschap, als die al iets voor je betekent. Alsjeblieft, Martha,” smeekte ze. “We weten allebei hoe vernietigend bedrog kan zijn. Het bedrog van onze mannen heeft ons zelfs bij elkaar gebracht! Al die keren dat we bij elkaar hebben uitgehuild, elkaar hebben getroost, moed hebben ingesproken, onze harten bij elkaar hebben uitgestort, elkaar onze intiemste geheimen hebben onthuld, elkaar aan het lachen hebben gemaakt… Zonder jou had ik de afgelopen jaren niet overleefd. Weet je nog, die middag toen we op het idee kwamen om David dit schip te geven voor ons 25-jarig huwelijksjubileum?”
“Ik weet het. The Love Boat… Het was een grapje. Het huwelijksbootje. En een verwijzing naar zijn bedrog.”
“Onze kinderen zijn praktisch met elkaar opgegroeid, ze zijn bijna als broer en zus, en nu dit…”

Kan ik niet

“Ik kan niet doen wat je van me vraagt. Ik hou met heel mijn hart van hem. Voor het eerst in mijn leven heb ik een man lief.”
Lady Frances slaakte een diepe, beverige zucht. “Ze hebben me voor je gewaarschuwd, maar ik wilde niet luisteren. Wie zich brandt, moet op de blaren zitten. Ik zal niet toestaan dat dit nog langer voortduurt, hoor je me?”
“Je kunt ons niet dwingen.”
“Dat zullen we nog weleens zien. Goed, als je me wilt
excuseren, ik moet terug naar mijn gasten. Ze zullen zich afvragen waar ik blijf.”
Emily keek om zich heen. Lady Frances zou haar zien als
ze hier bleef staan. Zo zachtjes mogelijk schoof ze naar een deur. Het bleek een kast te zijn. Ze opende de deur en verschool zich erachter. Frances had geen oog voor een deur die op een kiertje stond, gelukkig.
Emily wilde net weggaan toen een schaduw zich losmaakte van de muur, een eindje verderop. In het voorbijgaan herkende ze de ex-man van Martha. Ze was dus niet de enige die voor luistervink had gespeeld.
Toen ze dacht dat de kust veilig was en haar hart weer enigszins tot bedaren was gekomen, verliet Emily haar schuilplaats. Ze was bijna bij de trap toen ze de stem van Martha hoorde: “Kan ik je helpen?”
Emily draaide zich om en plooide haar lippen in een
verontschuldigende glimlach. “Ik ben verdwaald, denk ik. Ik zocht de wc’s.”
De ogen van Martha waren roodomrand. Ze snufte een beetje. “Die zijn bovendeks. Kom, ik loop met je mee.”
Haar stem klonk schor.
Dit was haar kans om erachter te komen of haar
vermoedens klopten, besefte Emily.
“U bent toch een goede vriendin van Lady Frances?
Mijn moeder is ook een vriendin van haar. Of nou ja,
was. Lang geleden.” Emily noemde haar eigen naam
en die van haar moeder.
Martha reageerde niet. Ze gingen een paar trappen op. “Hier is het,” wees ze naar een deur.
“Misschien moet u ook even naar de wc? Ik hoop dat u
het me niet kwalijk neemt, maar uw make-up is een beetje uitgelopen. U wilt dat wellicht bijwerken voordat u zich weer onder de feestgangers begeeft?”
“Och hemel. Je hebt me behoed voor een blamage,” zei Martha, nadat ze een blik op zichzelf had geworpen in de spiegel. Ze maakte een vinger nat en poetste de donkere vegen onder haar ogen weg.
“Mag ik u iets vragen, nu we hier met z’n tweeën zijn?
Het is nogal een… onbeschaamde vraag, ben ik bang.”
“Na twaalf uur ’s nachts bestaan er geen onbeschaamde vragen. Brand maar los.”
“Mijn moeder… Ze pusht me om te trouwen. Ik sprak net Lady Frances en ze adviseerde me nooit te trouwen. Wat ik nogal vreemd vond, aangezien ze dit feestje voor haar man geeft,” zei Emily. Gespannen keek ze Martha aan via de spiegel. Was ze te ver gegaan?
Martha was niet van plan indiscreet te zijn en negeerde haar woorden.  “Heeft je moeder iemand op het oog?”
“Robert…”
“Robert van Frances?” vroeg ze verbaasd.
Emily knikte.
“En is hij geïnteresseerd in jou?”
“Ik heb geen idee. U… U kent de familie goed. Zou u eens een balletje bij hem willen opgooien of hij…”
Emily schaamde zich dood bij de gedachte aan wat Robert zou denken, maar haar nieuwsgierigheid was groter.
“Ik dacht dat hij en uw dochter misschien… Laat ook maar,

het was een dom idee.” Emily waste haar handen onder
de kraan en depte wat water op haar verhitte wangen.
“Is dat waarom je me wilde spreken?” zei Martha, die natuurlijk allesbehalve onnozel was.  “Lieve schat, ik wil niet degene zijn die je verwachtingen kapotmaakt, maar
ik ben bang dat zijn hart al is vergeven.”
“O,” zei Emily, zogenaamd teleurgesteld.
Na die woorden verliet Martha het vertrek. Emily bleef
nog even staan, in een poging haar gedachten te ordenen. Tegen de tijd dat ze boven kwam, liep ze bijna tegen Arthur aan die, tot vermaak van een groot aantal gasten, in een heftige discussie met zijn ex-vrouw was verwikkeld.
“Jij beschuldigt mij van vreemdgaan en kijk wat je zelf doet! Hoelang is dit al gaande?”
“Hoe durf je? We zijn gescheiden, je hebt niks meer te
zeggen over wat ik doe en met wie!” riep Martha.
“Is hij de reden dat je wilde scheiden?”
“Arme Arthur, snap je het nou nog niet? Is je ego werkelijk zo groot dat je niet kunt geloven dat ik bij je weg wilde om jou, om jouw gedrag, om jouw escapades? Jij hebt onze scheiding veroorzaakt, jij en niemand anders.”
“Ik geloof je niet.”
“Dat zijn niet langer mijn zaken.”
“Vuile hoer!”
Martha gooide de inhoud van haar glas in zijn gezicht en verdween in de menigte.

Kleumend van de kou en verslagen van de schrik stond
het feestgezelschap bij elkaar. Het duurde niet lang of New Scotland Yard verscheen ten tonele. De politie vroeg iedereen naar binnen te gaan, waar het warmer was. En waar niemand ze op de vingers kon kijken terwijl ze het lijk onderzochten, waar iemand discreet een laken overheen had gelegd.
Ze mochten geen van allen het schip verlaten tot ze waren ondervraagd. Sommigen maakten zich kwaad – “Ze hebben het recht niet om ons hier te houden!” – anderen hingen geschokt, bleek en moe op de banken en stoelen. Emily’s moeder uitte op luide toon haar ongenoegen over de hele gang van zaken.
“Dit is bespottelijk! Ze kunnen ons niet zomaar vasthouden.”
“Ja, dat kunnen ze wel, mama.”
“Ik voel me niet goed.”
“Blijf nou rustig. Ga daar maar even zitten,” begeleidde Emily haar moeder naar een stoel. In no time was haar moeder in gesprek met de anderen die aan tafel zaten, waarbij ze niet naliet te benadrukken hoe afschuwelijk
dit allemaal voor haar was.
Obers gingen rond met thee.

Emily voelde zich springlevend. Ze stond te popelen om met de politie te praten en haar bevindingen te delen. Een voor een werden ze meegenomen. Eindelijk, na twee martelende uren, was ze aan de beurt.
“Is het Martha?” was het eerste wat ze zei, nadat ze tegenover een man was gaan zitten die zichzelf voorstelde als rechercheur Benson. Hij sprak met een accent dat ze zo snel niet kon thuisbrengen.
“Hoe weet jij dat?” vroeg hij, met een verbijsterde blik op zijn gezicht. “Heb je haar vermoord?”
“Nee, nee!” zei Emily geschrokken. “Maar ik weet wie het heeft gedaan.”
“Heb je gezien wat er is gebeurd?”
“Nee, en ik had eerlijk gezegd ook niet verwacht dat het zover zou komen. Het moest of Martha zijn of Frances,”
zei Emily peinzend.
“Je praat in raadselen.”
“Het spijt me, ik zal het u uitleggen.”

“Niet nodig, we weten al wat er is gebeurd.”
“O?”
“Martha is neergestoken door haar ex-man.”
“Dat lijkt me sterk.”
“Pardon?”
“Hij was stomdronken. En volgens mij is hij rechts, als ik het goed heb gezien. Ik weet niet of de lijkschouwer al iets heeft gezegd, maar Martha is, denk ik, doodgestoken door een linkshandige.”
“Wat?” zei Benson. Hij boog zich naar de agent die naast hem zat. Daarna kwam hij overeind en verliet het vertrek.
“Waar gaat hij naartoe?” vroeg Emily.
“Dat zal hij je zo uitleggen,” zei de agent.
Ze wachtten in stilte. Het vertrek van Benson gaf Emily tijd om haar theorie verder uit te denken.
Na enkele minuten kwam Benson weer binnen. “Hoe wist je dat?”
“Ik wist het niet zeker.”
“Zou je me kunnen uitleggen wat er volgens jou gebeurd is?”

Emily kwam thuis na een lange dag werken. Ze mikte haar sleutels in de daarvoor bestemde schaal. Er lag een brief op het kastje. De afzender was New Scotland Yard. Nieuws-gierig scheurde ze de envelop open.

‘Misschien moet je bij ons solliciteren. We kunnen vrouwen zoals jij goed gebruiken.’

De tekst was ondertekend door rechercheur Benson.
Emily bloosde.

De deur van de zitkamer ging open.
“Ik dacht al dat ik je hoorde,” zei haar moeder.
Snel stopte Emily de brief in haar jaszak.
“Kijk nou toch!” Emily’s moeder overhandigde haar
de krant en tikte op een artikel op de voorpagina.

“Martha, een affaire met Robert! Hij had haar zoon kunnen zijn! Het is… het is walgelijk! Ik heb nooit een goed gevoel bij die jongen gehad. Ik weet niet, hij was altijd al zo stiekem.” Haar moeder slaakte een zucht. “Wie had dat nou gedacht?”

“Ja,”  beaamde Emily,  “wie had dat nou gedacht.”  ■