Gooi oud kaarsvet niet weg!

12682

Veel gebruikte kaarsen over? Gooi oud kaarsvet niet weg! Je kunt namelijk van oude kaarsen nieuwe kaarsen maken. Erg leuk om te doen en helemaal niet zo moeilijk.

Dit heb je nodig:

  • Restjes oude kaarsen
  • Grote pan
  • Kleine bak of schaal om het oude kaarsvet in te smelten
  • Mal (kaarsenvorm, blikje of kleine jampot)
  • Metalen lepel
  • Lont (katoenen draad, test vooraf of deze mooi brandt)
  • Schaar
  • Plakband
  • Oude kranten
  • Zeef

De mal

Als je een kaarsenvorm gebruikt, kun je daar de lont doorheen halen. Laat de lont aan de ‘bovenkant’ van de vorm een paar centimeter uitsteken. Let op: kaarsen worden in een mal op z’n kop volgegoten, dus de bovenkant zit even onderin. Belangrijk: plak de bovenkant goed dicht, anders loopt het kaarsvet er bij het volgieten weer uit.

Als je een potje of blikje gebruikt, zal er geen gaatje in zitten om de lont door te steken. Deze gebruik je dus andersom: de onderkant zit gewoon onder, de open kant waar je het kaarsvet in kunt gieten zit aan de bovenkant. Plak de lont aan de bodem van je vorm vast voor je het kaarsvet erin giet.

Lont vastzetten

Aan de gietkant ligt je lont nog los. Het beste is om de lont vast te binden aan een staafje, dat je over de mal legt. Zo kun je de lont mooi in het midden laten uitkomen. Het mooiste is als je een speciale lange naald gebruikt, die je door de lont heen kunt steken.

Smelt de was

Vul de grote pan voor de helft met water en zet die op het vuur. Plaats de kleinere bak of schaal in het water en doe daar het kaarsvet in. Laat de was rustig smelten en roer ’m af en toe door met een metalen lepel. Laat de lepel niet in de bak of pan staan, maar leg ’m op oude kranten als je niet roert.

Vul de mal

Zet de mal op de oude kranten en zet de zeef erbovenop. Giet de mal voorzichtig vol met het vloeibare kaarsvet. Zorg dat je wat kaarsvet overhoudt. Want als het kaarsvet begint op te drogen, zakt het bij de lont naar beneden. Wanneer je nog twee of drie keer bijvult, krijgt je kaars een mooie rechte onderkant. Je kunt er ook voor kiezen je kaars uit verschillende laagjes met verschillende kleuren te laten bestaan. Dat geeft een leuk effect.

Maak de kaars af

Als het kaarsvet stolt, ontstaat er een soort kuil. Prik voorzichtig wat gaatjes rond de lont en vul het gat op. Als de kaars voldoende is uitgehard en afgekoeld, haal je ’m uit de mal. Zolang de kaars te warm is, kun je ’m nog niet goed uit de mal krijgen. Vaak helpt het om er wat lucht bij te laten. Lukt dat niet, dan kun je overwegen de mal voorzichtig open te knippen. Een afgekoelde kaars kun je voorzichtig uit de vorm kloppen of trekken. Knip vervolgens de lont mooi op maat en je kaars is klaar!

Varieer met kleur en geur

De kaars die je net gemaakt hebt, is waarschijnlijk bruinig van kleur geworden. Dat is in de meeste gevallen het resultaat als je verschillende kleuren kaarsvet mengt. Wil je geen bruine kaarsen, dan kun je speciale kleurstaafjes kopen. Door een klein stukje hiervan toe te voegen aan het gesmolten kaarsvet, krijg je al een mooi, felgekleurd resultaat. Voeg de kleurstaafjes pas toe op het moment dat de was gesmolten is. Verder kun je natuurlijk ook versieringen toevoegen: zaden, glitters of, ook leuk, gedroogde stukken fruit.

Je kunt je kaarsen extra aantrekkelijk maken door er een geurtje aan toe te voegen. Gebruik hiervoor geurolie en voeg hiervan een paar druppels toe aan de gesmolten was.

Do:

  • Verwijder altijd de asresten uit je restjes oud kaarsvet. Doe je dat niet, dan stoot je kaars doorlopend een flinke zwarte walm uit en dat zie je uiteindelijk aan je plafond.

Don’t:

  • Gebruik geen magnetron, het kaarsvet moet echt smelten door het au bain marie te verwarmen.

 

Lees ook:

DELEN