Je bent hier: Home > Health > Maartje verloor haar baby: ‘We zongen kinderliedjes en ik zei tegen hem dat hij mocht gaan’

Maartje verloor haar baby: ‘We zongen kinderliedjes en ik zei tegen hem dat hij mocht gaan’

Health
Maartje verloor haar baby: ‘We zongen kinderliedjes en ik zei tegen hem dat hij mocht gaan’

Als je een kind verliest, heeft het leven geen zin meer, dacht Maartje (38) toen ze moeder werd van Boaz (nu 6). Tot het moment waarop haar jongste zoon Benja stierf. ”Dankjewel dat je twee maanden bij ons was’, zei ik zacht. ‘Ga maar, het is goed zo.”

“De 20 weken echo had een mooi moment moeten worden: Maartje en haar vriend Mike zouden eindelijk horen of ze een jongen of een meisje zouden krijgen. Opgetogen kletsten ze met hun moeders die ze voor de bijzondere gelegenheid hadden uitgenodigd, toen de echoscopist vroeg of ze even stil konden zijn. Ze moest zich concentreren, want op de echo was iets vreemds te zien. Maartje: “Wat er precies mis was, kon ze niet zeggen. Daarvoor moesten we naar het ziekenhuis. Het was zaterdag en we konden er pas dinsdag terecht. Omdat ik iets móést weten, drong ik aan op een indicatie. Onze zoon zou een niet goed gehecht middenrif kunnen hebben, zei de echoscopist uiteindelijk. Mijn hoofd liep over, ik zag meteen beelden voor me van een baby die er maar half uitkwam. Ik was compleet van slag en heel gespannen. Niemand mocht van mij dat weekend ook maar iets googelen.”

Voorgevoel

“Na onderzoek in het ziekenhuis bleek dat er vocht achter de borstkas van onze baby Benja zat. Dat kon een symptoom zijn van een aandoening, zoals het downsyndroom. Om de oorzaak vast te stellen, waren weken onderzoek nodig. Een enorm stressvolle periode, maar gelukkig bleek dat hij geen syndroom had. We kregen te horen dat het waarschijnlijk lymfevocht was, dat langzaam zijn borstkas in lekte. Het was niet levensbedreigend en de kans was groot dat Benja er goed uit zou komen, zeiden de artsen.”

Prachtige baby

“Met 35 weken werd ik ingeleid en op 31 januari 2018 werd Benja geboren. Hij was prachtig, maar slap en opgezet door het vocht. Daar hadden ze ons gelukkig al op voorbereid. Hij lag een paar minuten bij me en werd toen aan de beademing gelegd en naar de intensive care voor baby’s gebracht. Het was een hectische periode. Mike was veel aan het werk – als zzp’er zou hij niks verdienen als hij niet zou werken – en Boaz mocht niet mee naar het ziekenhuis, omdat hij nog geen waterpokken had gehad. Als hij die onder de leden zou hebben, zou dat gevaarlijk zijn voor Benja. Dat Boaz zijn broertje niet kon zien, vond ik heel pijnlijk. Ik bracht Boaz ’s ochtends naar school of naar zijn vader, ging vervolgens naar het ziekenhuis, was daar de hele dag en haalde Boaz aan het eind van de dag weer op. Als Mike kon, ging hij mee. We waren een machine, een bedrijf. Ik kan me niet eens meer herinneren of we er samen goed over konden praten.”

Lees ook
Rozemarijn’s dochter (8) is geboren in het verkeerde lichaam: ‘Ik hoopte dat het een fase was’

Inzicht

“Na anderhalve week zou Benja eindelijk thuiskomen. Mike was aan het werk, dus ik zou Benja met mijn moeder ophalen. We trokken de deur net achter ons dicht toen we werden gebeld door het ziekenhuis: ‘Schrik niet als je zo komt, maar Benja ligt weer op de intensive care. Hij was inderdaad benauwd geweest. Hij moest nog drie weken blijven’, zeiden ze. Toen ik dat hoorde, stortte ik in. Ik moest zo hard huilen. De hele tijd had ik me sterk gehouden, nu wist ik niet hoe we verder moesten. Het ging langzaam bergafwaarts met Benja. Telkens kwam er een ander behandelplan, dat steeds weer niet werkte. Benja kreeg een infuus. Eerst één, wat ik al vreselijk vond – later had hij er wel tien. Hij zat al snel onder de slangetjes en buisjes. In Benja’s ziekenhuiskamertje stond een camera, zodat ik hem thuis kon zien op mijn telefoon. Maar daar durfde ik de volgende ochtend vaak niet naar te kijken, omdat ik bang was dat hij er niet meer lag. Ineens kwam er een omslagpunt. Ik kreeg het inzicht dat ik niets aan de situatie kon veranderen en ging naast Benja’s bedje zitten. ‘Doe wat goed is voor jou’, zei ik tegen hem. ‘Natuurlijk wil ik het allerliefst dat je bij me blijft, maar als het je pad is om hier maar een paar weken te zijn, hoef je voor mij niet te blijven. Als je moet gaan, is dat ook oké.’ Ik denk dat ik op dat moment al rouwde.”

Sterk zijn

“Twee weken later werden we midden in de nacht gebeld door het ziekenhuis: Benja is stabiel, maar het is verstandig als jullie hierheen komen. We hadden geen idee wat we konden verwachten, maar gezien het tijdstip kon het geen goed nieuws zijn. Ik belde mijn moeder om op Boaz te passen en vertrok met Mike naar het ziekenhuis. Toen we de afdeling op liepen, zei een arts dat Benja niet meer te beademen was. De zuurstofsaturatie in zijn bloed bleef ondanks de beademing laag: zijn longen namen geen zuurstof meer op. Een verpleegster vroeg wat we wilden. ‘Ik wil graag een keer naast Benja liggen’, zei ik. Omdat hij in een couveuse lag, moest ik me altijd over hem heen buigen als ik hem een kus wilde geven op een plek waar geen infuus of pleister zat. De verpleegster keek de arts aan, die met zijn ogen leek te zeggen: doe maar, want dit wordt misschien zijn laatste nacht. Mike en ik hebben die nacht elk aan een kant van Benja gelegen. Ik zei tegen Benja dat hij mocht kiezen wat hij wilde en dat ik er voor hem zou zijn.”

“’s Ochtends zou de arts ons vertellen wat het behandelplan zou worden. ‘De beste behandeling die we Benja nog kunnen geven, is geen behandeling,’ zei hij. Mike begon te huilen. Hij had nog steeds gehoopt dat het goed zou komen. Ik had verwacht dat ik ook zou instorten, maar dat gebeurde niet. Het was alsof Benja had aangegeven dat hij niet meer kon en dat was oké. Benja lag op mijn borst, Mike zat huilend op de bedrand. We zongen kinderliedjes en ik zei zacht tegen Benja dat hij mocht gaan. ‘Dankjewel dat je deze twee maanden bij ons was’, zei ik. ‘Ga maar, het is goed zo.’ Tien minuten later was hij overleden.”

Dankbaarheid

“‘We did it, Benja is overleden’, appte ik vrienden. ‘We hebben het zo goed gedaan met z’n drieën.’ Ze dachten dat ik gek was geworden, maar ik voelde alleen maar liefde voor Benja, trots op wat hij had doorstaan en dankbaarheid voor wat hij me had gegeven. Ik weet dat Benja heel trots is op wat ik nu doe. Na zijn dood voelde ik sterk de behoefte om iets nuttigs te doen met mijn ervaring. Ik heb mijn baan opgezegd om een tijdschrift te maken voor ouders die hun kind hebben verloren: NEL Magazine. Daarmee wil ik laten zien dat er leven is na de dood van je kind en het taboe op het onderwerp wegnemen. Het was een heel spannende stap, maar dankzij Benja ben ik minder bang geworden om in het diepe te springen. Ik durf mijn hart meer te volgen en ben nu gelukkiger dan eerst. Dat heeft hij me gebracht. Ik geloof dat hij met dat doel bij ons was.”

Lees het volledige verhaal in het nieuwe nummer van Flair (06-2020).
Deze editie ligt nú, van 12 t/m 18 februari, in de winkels. Bestellen of nabestellen kan hier.

Tekst: Kim van der Meulen | Beeld: Justine Wouterson

 

Shoppen is altijd een goed idee