Je bent hier: Home > Health > Soukaina (24) had anorexia: ‘Ik was 16 jaar, woog 38 kilo en had hartritmestoornissen’

Soukaina (24) had anorexia: ‘Ik was 16 jaar, woog 38 kilo en had hartritmestoornissen’

Health
Soukaina (24) had anorexia: ‘Ik was 16 jaar, woog 38 kilo en had hartritmestoornissen’

Soukaina (24) had als tiener anorexia. Ze werd acht keer opgenomen in ziekenhuizen en klinieken, en werd uiteindelijk helemaal beter. Haar boodschap: hou hoop. ‘Ik heb nu geen idee meer hoeveel calorieën er in een boterham zitten.’

“Na de laatste keer dat ik ontslagen werd uit een eetstoorniskliniek, besloot ik een vakantie te boeken. Met een vriendin ging ik leren surfen in Portugal. Dat was mijn redding. Na jaren therapie had ik in die totaal andere omgeving geen enkel probleem met eten. We surften hele dagen in de oceaan en schoven dan met de andere cursisten aan bij een tafeltje op het strand. Met onze voeten in het zand zagen we de zon ondergaan terwijl we ladingen verse sardines met aardappelen aten. Ik ook. Het was alsof de eetstoornis het niet meer voor het zeggen had, ik was sterker. Die andere mensen aan tafel hadden geen eetprobleem, noch wisten ze van het mijne. Dat maakte het makkelijker. Ik voelde me wel onzeker in mijn bikini, maar ik wist nu dat ik niet dik was. Dat zat in mijn hoofd.”

‘Het begon onschuldig. Ik gaf mijn tussendoortjes weg op school of nam ze helemaal niet mee’

“Geef de moed niet op, wil ik zeggen tegen alle jonge mensen met een eetstoornis. Je kunt genezen. Misschien kom je in klinieken vrouwen en mannen tegen die al hun hele leven worstelen met anorexia of boulimia, maar er zijn ook mensen zoals ik, die het overleven. Die alsnog bereiken wat ze wilden bereiken in het leven. Veel meiden uit de klinieken waar ik was opgenomen, hebben nu hun leven op de rit. Natuurlijk hebben ze soms nog wel issues en is er een zekere kwetsbaarheid. Maar kijk naar mij: ik ben gelukkig. Ik word niet meer getriggerd om mezelf uit te hongeren. Dus het kan. Wat belangrijk is, is praten over je problemen. Geloof me, dat helpt. Zorg dat je er niet alleen voor staat. Mijn vrienden en familie hebben jarenlang aan mijn bed gestaan. Zonder hen zou ik er niet meer zijn.”

Een klein buikje

“Ik kom uit een gezin met zeven kinderen. Mijn ouders zijn van Marokkaanse komaf en ik ben in Nederland geboren en getogen. Ik had een fijne jeugd, was altijd buiten te vinden. Voetballen was mijn grote hobby. Na mijn eerste jaar op de middelbare school gingen we verhuizen, ik was toen veertien. Dat was lastig. Ik moest mijn vrienden achterlaten en een nieuwe start maken, terwijl ik net gewend was aan de middelbare school. Destijds, ruim tien jaar geleden, had je nog geen WhatsApp en Facebook, waardoor contact houden met mijn vriendinnen moeilijk was. Ik moest ook nog eens naar een Belgische school. Wij gingen namelijk vlak bij de grens wonen en mijn ouders vonden het Vlaamse schoolsysteem beter; het gaat er daar allemaal wat gedisciplineerder en strakker aan toe. Achteraf snap ik die keuze van mijn vader en moeder wel, maar destijds als puber voelde het alsof ik in een andere wereld gedropt werd. Iedereen praatte anders en het systeem was best streng. Je moest in de klas bijvoorbeeld achter je stoel staan tot de docent zei dat je mocht gaan zitten. Leraren waren niet je matties, zoals in Nederland. Die overgang was een harde klap voor mij en ik voelde me niet thuis op school. In diezelfde tijd veranderde mijn lichaam, en dat maakte mij onzeker. Ik was altijd heel slank geweest, maar nu kreeg ik rondingen.”

“Als ik me omkleedde, zag ik in de spiegel opeens een klein buikje. Iedereen keek naar dat buikje, dacht ik. Als iemand me op school een blik toewierp, dacht ik dat dat was omdat diegene mij dik vond. Familieleden die ik een tijdje niet had gezien, bevestigden mijn gevoel.  ‘Je wordt een vrouw’ of  ‘Hé, je hebt heupen,’ zeiden ze bij het weerzien. Zie je wel, ik word dik, maakte ik ervan. De verhuizing, verandering van school, de puberteit en mijn veranderende lichaam vormden een soort cocktail die mijn hoofd instabiel maakte.”

Vinger in de keel

“In het begin bleef het bij het gevoel dat ik dik was. Ik deed er verder niks mee. Maar op een gegeven moment ging het malen in mijn hoofd: je moet er echt iets aan doen. Kom in actie. Het begon onschuldig. Ik gaf mijn tussendoortjes weg op school of nam ze helemaal niet mee. Koek en chocolade sloeg ik over, fruit at ik nog wel. Ik besefte niet waar ik mee bezig was. Ik dacht: het is normaal, iedereen is aan de lijn of bezig met gezonder eten. Maar geleidelijk aan ging ik steeds minder eten. Ik skipte het ontbijt en sloeg maaltijden op school over. Dat viel thuis niet op, want mijn ouders zagen niet dat ik op school niks at en dachten dat ik later ontbeet. Mijn eerste en enige maaltijd van de dag was het avondeten. Natuurlijk voelde ik me wel flauw overdag, maar ik had voldoende reserves om nog te kunnen functioneren. Het ging me alleen niet snel genoeg, ik vond mezelf nog steeds te dik. Ik moet meer doen, dacht ik als ik in de spiegel naar mijn buik en benen keek.”

“Dus ging ik extra veel sporten, zeker een uur per dag. Na mijn voetbaltraining deed ik op mijn kamer nog allemaal oefeningen. Ik werd in een bepaalde levensstijl gezogen. Ik dacht dat ik controle had over mijn lichaam en gewicht, terwijl dat niet zo was. Eten werd een gevecht, ik was er bang voor. Voedsel was niet meer gezellig of ontspannen. Ik kende de hoeveelheid calorieën van elke snack uit mijn hoofd, eten vermijden was een fulltime baan geworden en niemand had het door. Ik leidde een dubbelleven. Enerzijds deed ik alsof er niets aan de hand was, anderzijds was ik continu in gevecht met mezelf. Toen besloot ik ook te stoppen met avondeten. Mijn ouders viel het niet op. Ik was een puber, ik kon een keer geen trek hebben toch? Laat haar maar, dachten ze. Ik had bovendien altijd een smoes klaar: dat ik net wat gesnackt had of dat ik na mijn sporten zou eten.”

‘Ik kwam terecht op pro-ana-sites, waar mensen met anorexia tips en ervaringen uitwisselen’

“Ondertussen ging ik na anderhalf jaar amper eten achteruit. Ik werd snel duizelig. Een keer kreeg ik hartkloppingen tijdens mijn voetbaltraining, vijftien was ik toen. Ik voelde me benauwd en kreeg geen adem.  ‘Gaat het wel?’ vroeg de coach. ‘Ja hoor, ik ben gewoon even niet zo lekker’, antwoordde ik en ik trok me terug in de kleedkamer, waar ik toen flauwviel. Niemand zag het, maar ik schrok er wel van, want ik dacht dat ik het onder controle had. Toch drong nog steeds niet tot me door dat ik iets moest veranderen. Dat stemmetje bleef, het stemmetje dat vond dat ik mezelf moest pushen, dat ik me niet zo moest aanstellen en door moest gaan. Het werd lastiger om excuses te verzinnen om maaltijden over te slaan. Dus zocht ik online naar tips. Zo kwam ik terecht op pro-ana-websites, waar mensen met anorexia tips en ervaringen uitwisselen. Dat je wijde kleding en veel lagen moet dragen bijvoorbeeld, zodat je familie niet ziet hoe dun je bent. Ik leerde dat je je eten er op de wc uit kunt gooien, overgeven dus. Nooit had ik gedacht dat ik zoiets zou doen, maar even later hing ik boven de wc-pot met mijn vinger in mijn keel. De eetstoornis nam me over. Ik was alleen maar gefocust op dat voedsel dat uit mijn maag moest, daar had ik alles voor over. Alleen door af te vallen kon ik gelukkig worden, die overtuiging zat vast in mijn hoofd.”

“Het was heel eenzaam, maar op de pro-ana-sites vond ik lotgenoten. Zij vulden de leegte. Gek genoeg denkt niemand op die websites dat ze gevaarlijk bezig is. Jaren later, tijdens mijn opleiding tot verpleegkundige, moesten de studenten tijdens een onderdeel over eetstoornissen op pro-ana-sites kijken. Ik schrok me toen rot: hoe kon zoiets bestaan? Hoe kon het dat ik er zelf zo in gezeten had? De manier van praten, het manipulerende, het elkaar helpen verdoezelen dat je niet eet. Elkaar via de chat aanmoedigen als je midden in de nacht sit-ups zat te doen op je slaapkamer. Het was bizar. Maar indertijd waren die chats de enige plek waar ik me begrepen voelde. We waren allemaal bang voor eten en bleven in die angst geloven doordat we elkaar aanmoedigden door te gaan, vol te houden.”

Meer trainen, minder eten

“Een vriendin doorzag me. Zij had zelf al sinds haar elfde een eetstoornis en ving de signalen op. Ze zag dat ik nooit meer snoepte, dat ik eetafspraken vermeed door te zeggen dat ik later zou komen. Ook merkte ze op dat ik meer sportte en nooit op school at. Toen ze me met haar vermoeden confronteerde, ontkende ik glashard. Vervolgens ging ze naar onze coördinator op school en die lichtte mijn ouders in. Thuis pakte mijn vader me vast. ‘Het komt goed’, fluisterde hij emotioneel. ‘We gaan hulp zoeken, we steunen je.’ Mijn moeder zei niks, zij dacht dat het een fase was en kon niet geloven dat dit echt gaande was. Maar mijn vader heeft psychologie gestudeerd en las zich snel in, hij was direct doordrongen van de ernst van de situatie en werd heel bang. Mijn ouders gingen met me naar de huisarts en die wilde me laten opnemen, maar daar verzette ik me tegen. ‘Oké’, besloot de arts. ‘Maar als je onder je alarmgewicht komt, moet je opgenomen worden.’ Vanaf toen moest ik elke week naar de huisarts om gewogen te worden. Op de pro-ana-sites vond ik tips voor die weegmomenten, zoals veel water drinken vlak van tevoren en gewichten op je enkels verstoppen, dat werkte een tijdje.”

‘Ik was 16 jaar en woog 38 kilo. Ik had hartritmestoornissen en mijn leverfunctie was niet goed’

“In de spiegel bleef ik ondertussen een dik meisje zien. Ik ging nog meer trainen en nog minder eten, maar in mijn hoofd bleven mijn buik en bovenbenen te vol. Ik zag rondingen die er allang niet meer waren, en er waarschijnlijk nooit waren geweest. Het is gek dat je in je eigen reflectie zo’n andere persoon kunt zien dan jezelf. Mijn ouders hielden me scherp in de gaten, dus het was lastig om niet te eten. Maar ze hadden nog niet door dat ik na het avondeten op de wc ging braken. Totdat iemand me hoorde. Mijn moeder begreep er niets van: waarom doe je jezelf dit aan? Mijn vader had beter door dat het een ziekte was, maar ook met hem praatte ik niet over wat er in mijn hoofd allemaal gaande was. Toen besloten mijn ouders samen met de huisarts dat ik opgenomen moest worden.”

Lees ook:
De zus van Els werd vermoord door haar vriend: ‘Toen ze al dood was, heeft hij haar nog 15 keer gestoken’

Weegmomenten

“Ik was vijftien en kwam terecht in een eetstoorniskliniek in België. Voor mij betekende die eerste opname niets meer dan het vertrouwen van mijn ouders terugkrijgen, zodat ik daarna weer kon doen alsof er niets aan de hand was. Ik vond nog steeds dat ik geen hulp nodig had, ik had alles onder controle. In de kliniek moest je samen eten en je samen laten wegen. Die weegmomenten waren afschuwelijk. Iedereen moest zich in een grote ruimte uitkleden en om de beurt naar het weeglokaal. Zat je daar naakt met veertig vreemde vrouwen te wachten. Ik vind dat achteraf heel bizar dat ze dat zo deden. Ik kwam kilo’s aan in die drie maanden in de kliniek en dat vond ik heel erg, maar anders mocht ik niet naar huis. Elke dag dacht ik: als ik hier weg ben, kan ik weer afvallen.”

“Eenmaal thuis bedacht ik dat ik nog voorzichtiger moest zijn. Iedereen wist nu dat ik een probleem met eten had, er werd op me gelet. Maar eten kon ik nog steeds niet. Niet eten was nu eenmaal mijn uitweg, mijn manier van omgaan met mijn emoties en alles wat er in mijn hoofd speelde. Dus ik werd al snel teruggezogen in het oude patroon, en een jaar na mijn eerste opname belandde ik in het ziekenhuis. Ik was zestien jaar en woog 38 kilo, had hartritmestoornissen en mijn leverfunctie was niet goed. Ik voelde wel dat het zo niet langer kon, maar ik was ook depressief. Energie om te vechten, had ik niet. Ik had geen levenslust. Het hoefde van mij niet meer. Mijn ouders waren radeloos en doodsbang om mij te verliezen. Artsen en psychologen stonden aan mijn bed in het ziekenhuis, maar ik gaf het op. Ze besloten tot een gedwongen opname. Nog steeds zag ik niet in hoe ziek ik was.”

Lees verder in Flair 32-2020. Deze ligt t/m 11 augustus in de schappen. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Eva Munnik

Shoppen is altijd een goed idee