Je bent hier: Home > Health > Martine (34) is doof maar niet zielig: ‘Je mag trots zijn op wie je bent’

Martine (34) is doof maar niet zielig: ‘Je mag trots zijn op wie je bent’

Health
Martine (34) is doof maar niet zielig: ‘Je mag trots zijn op wie je bent’

Steeds meer mensen zien doof zijn gelukkig niet langer als een handicap, maar als iets wat bij je identiteit hoort. De 34-jarige Martine is zo’n iemand. ‘Als kind was ik me eigenlijk helemaal niet bewust van het feit dat ik doof was. Ik was gewoon Martine.’

Lees ook: Geert: ‘Gebarentaal is van kinds af aan mijn moedertaal’

‘Ik was negen maanden oud toen mijn ouders ontdekten dat ik doof was. Nu kan dat al met drie dagen, dat is een heel verschil. Mijn ouders waren destijds allang blij dat ze een baby hadden. En ik sliep wel heel goed door. Gewoon een makkelijk kind, toch? Mijn moeder kon gewoon stofzuigen. Ik bleef maar slapen! Toen begon er wel iets te dagen: misschien hoort ze toch niet zo goed… Omdat mijn ouders al een vermoeden hadden, was de schok minder groot. Ik heb heel veel geluk gehad met mijn ouders. Ze hebben heel bewust de keuze gemaakt voor gebarentaal. Mijn vader en moeder wilden wel met mij kunnen communiceren. Samen volgden ze daarom een gebarencursus met andere ouders van dove kinderen in Amsterdam.

In eerste instantie dachten de doctoren nog dat ik slechthorend was. Ik heb een tijdje op een slechthorendenschool gezeten, daar gebruiken ze minder gebaren. Uiteindelijk bleek dat ik volledig doof was. Als vijfjarige ging ik voor het eerst naar de dovenschool. De voertaal is daar gebarentaal. Thuis was dat bij ons ook altijd zo. Mijn zusje is namelijk ook doof, dus we gebruiken allemaal gebarentaal. Mijn moeder heeft zelfs de opleiding tot tolk Nederlandse Gebarentaal gedaan. Als kind was ik me daardoor eigenlijk helemaal niet bewust van het feit dat ik doof was. Ik was gewoon Martine. Ik dacht dat het heel normaal was om naar een dovenschool te gaan. Die school was niet om de hoek, maar iets verder reizen; ik dacht dat iedereen dat deed.’

Anders zijn
‘Naarmate ik ouder werd, merkte ik wel dat er horenden waren. Als ik namelijk met kinderen in de buurt wilde spelen, was communicatie ineens een probleem. We snapten elkaar niet. Dan dacht ik: goh, blijkbaar ben ik toch wel anders… Mijn identiteitsvorming is heel wisselend geweest. Op de middelbare school ging ik naar het regulier onderwijs met een tolk. Daar ervoer ik hoe het was om de enige dove in een horende gemeenschap te zijn. Omdat ik er graag bij wilde horen, weigerde ik mijn gehoorapparaten in te doen. Dat was namelijk zichtbaar voor andere klasgenoten. En ik wilde juist hetzelfde zijn als horenden: gewoon. Ik heb wel altijd gebaren gebruikt, omdat ik een tolk inzette in de klas. In de pauze had de tolk ook pauze en communiceerde ik via liplezen, gebaren en schrijven met mijn klasgenoten. Toch was het op een bepaalde manier wel lastig.

Ik besefte dat ik in twee werelden probeerde te leven.

Ik was namelijk niet horend, maar had ook nooit honderd procent het doof-gevoel. Er waren dove vrienden die ik minder zag naarmate ik de horende wereld beter begon te begrijpen. Die dovengemeenschap was toch wel een klein wereldje. Iedereen kent elkaar, in de horende maatschappij heb je meer anonimiteit. Soms voelde ik me meer thuis tussen de horenden dan in de dovengemeenschap. Op andere momenten voelde ik me juist meer aangetrokken tot de dovengemeenschap. Ik zag mijn dove vrienden elk weekend en leefde daar naartoe. Daar kon ik volledig mezelf zijn. Ik heb wel gedacht: waar hoor ik nou eigenlijk bij? Waar hoor ik thuis? Een identiteitscrisis is een groot woord, maar ik besefte wel dat ik in twee werelden probeerde te leven. Naarmate ik ouder werd, kwamen die werelden samen in wie ik ben.

Mijn zusje is mij altijd tot steun geweest en andersom ook. Ik wist natuurlijk niet beter dan dat ik een dove zus had, maar toen ik naar de dovenschool ging, hoorde ik van onze vrienden met alleen horende broertjes en zusjes dat verjaardagen altijd heel saai waren. Dan zaten ze maar alleen. Die voelden zich best eenzaam, terwijl ik altijd mijn zusje had.  Met andere familieleden hadden we daarentegen vroeger niet zoveel contact, tenzij mijn ouders hielpen met tolken. Ik was heel blij dat mijn zusje me begreep. Als er dingen waren waar ik moeite mee had, bepaalde aspecten van doof zijn, kon ik dat met haar bespreken. We konden ervaringen uitwisselen.’

Bewustzijn

‘Ik ben nu docent. De eerste twee vragen die ik van studenten krijg, zijn altijd hetzelfde. Naast “is gebarentaal universeel?”, wat het niet is, is de tweede vraag áltijd: “Mogen doven autorijden?” Blijkbaar vinden veel mensen het niet veilig, want “wij horen niks”. Als horende mensen de radio op vol volume zetten, horen ze ook niks. Dat is net zo gevaarlijk. Ik weet niet waar zulke misvattingen vandaan komen. Doof wordt ook nog vaak als handicap gezien. Zelf zie ik het als mijn identiteit. Je mag trots zijn op wie je bent! Maar de eerste informatie die mensen over doofheid krijgen, is vaak medisch. Ouders met een doof kind horen dat hun kind ‘kapot’ is. Daar wordt het als een gebrek gezien, en een Cochleair Implantaat (CI) als reparatie om weer te horen. Gelukkig wordt de maatschappij er zich bewuster van dat er een hele cultuur bestaat. Dat er gebarentaal is. Niet meer “wat zielig, je bent doof, je mist van alles.” Maar juist door de zichtbaarheid van gebarentaal zijn mensen zich meer bewust dat er andere communicatie bestaat.

Ik heb zelf geen kinderen, maar het zou me niet uitmaken of ik een doof of horend kind zou krijgen. Als het maar gezond is. Ik ben me er wel bewust van dat er meer bij komt kijken als ik een doof kind zou hebben. Medische kringen waar je ineens mee te maken krijgt, mensen die je proberen een CI aan te meten. Je weet dat dat gaat komen. Dat zal betekenen dat ik veel sterker zal moeten zijn om dat niet te doen. Of misschien op latere leeftijd. Ik ben er zelf nog niet uit wat ik voor mijn kind zou willen als het doof zou zijn. Maar ik zou hem of haar zeker gebarentaal aanleren, dat absoluut.’

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Tekst: Edriënne Groenewoud | Beeld: iStock

Shoppen is altijd een goed idee