Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Health > In Thailand geen hulp voor geëmigreerde Renske en zoon met autisme: ‘Boos en wanhopig’

In Thailand geen hulp voor geëmigreerde Renske en zoon met autisme: ‘Boos en wanhopig’

Health
In Thailand geen hulp voor geëmigreerde Renske en zoon met autisme: ‘Boos en wanhopig’

Renske (43) en haar gezin waren net naar Thailand geëmigreerd toen haar zoon autisme bleek te hebben. De diagnose bracht duidelijkheid, maar zette ook haar leven op z’n kop. ‘Dat alles nu vastligt, vind ik moeilijk, ik ben juist vrij impulsief en extravert.’

Al jaren droomden Renske en haar man van een relaxter leven in Thailand. Toen ze in 2003 vijf maanden door Zuidoost-Azië trokken met hun backpacks, werden ze verliefd op het land. En dan vooral op de stad Chiang Mai, met een mooie balans tussen luxe en eenvoud. Renske: “Het voelde als thuiskomen. We voelden ons er zo ontspannen, dat we besloten: hier willen we wonen. Omdat het niet makkelijk zou zijn om daar aan een baan te komen, zijn we gaan sparen om er in elk geval de eerste anderhalf jaar rond te komen.” Terug in Nederland werkten Renske en haar man hard, spaarden voor hun droom en kregen twee kinderen. Eind 2010 was het dan zover: ze vertrokken met hun kinderen Thijs (toen twee) en Lieke (toen zes maanden) naar Chiang Mai.

Boze buien

“De eerste tijd in Thailand was best zwaar. Thijs had veel driftbuien en snapte niets van zijn nieuwe leven in de warmte, in het piepkleine appartementje waar we tijdelijk woonden. En dan hadden we ook nog een baby. Een heftige periode, maar het leven is kort en dromen zijn er om te volgen, vind ik. En daarvoor was dit het beste moment: de kinderen waren nog jong en niet zo gehecht in Nederland. Een jaar later kwamen we in rustiger vaarwater. Mijn man was een bedrijf in de IT gestart, ik één in naamslingers – voornamelijk om arme, jonge moeders een kans te geven hun eigen salaris te verdienen – en Thijs ging drie dagen per week naar een fantastische pre-school.”

‘Ik dacht: het ligt aan mij, ik doe het als moeder niet goed’

“Helaas hoorden we snel dat hij niet goed meekwam met de rest. Als zijn klasgenoten een liedje zongen of in een rondje liepen, deed hij daar bijvoorbeeld niet aan mee. Ook thuis was zijn gedrag heftig. Ging iets niet zoals hij het in zijn hoofd had, dan kreeg hij enorme driftbuien. Hij reageerde nauwelijks als we hem iets vroegen, het was alsof hij ons niet begreep. Hij zat erg in zijn eigen wereldje. Het maakte me heel onzeker, ik dacht: het ligt aan mij, ik doe het als moeder niet goed. Wat deed ik toch verkeerd?”

Moeilijke beslissing

“Toen we na een jaar nog geen verbetering zagen in Thijs’ gedrag, begon ik te denken dat er misschien wel een andere verklaring voor was. Ik belde een oud-collega, een orthopedagoog die ik nog kende uit Nederland met wie ik als jeugdverpleegkundige had gewerkt, en vroeg om advies. Anderhalf uur nam ze telefonisch een vragenlijst met me door. Daaruit bleek dat Thijs mogelijk een autistische stoornis had, al was verder onderzoek nodig om daar zeker van te zijn. Mijn man en ik twijfelden geen seconde en maakten een afspraak bij de GGZ in Nederland.”

“Thijs werd uitvoerig onderzocht aan de hand van intelligentietests en gesprekken met een psycholoog. Ook mijn man en ik werden volledig door de mangel gehaald. We spraken apart en samen met een psycholoog, moesten ons hele leven doorlopen vanaf het moment dat Thijs geboren werd tot nu, en er werden video-opnames gemaakt terwijl we met Thijs speelden in een ruimte vol speelgoed, om te kijken hoe wij en Thijs op elkaar reageerden. Het waren heel intensieve weken, waarna we te horen kregen wat we inmiddels al vermoedden: onze zoon heeft autisme. PDD-NOS, om precies te zijn. Als hij iets niet begrijpt of overprikkeld raakt, loopt zijn hoofd over en wordt hij superboos. De diagnose was voor ons één grote opluchting. Zijn gedrag had een oorzaak; het lag niet aan ons. Maar we stonden ook meteen voor een moeilijke keuze: verhuisden we terug naar Nederland waar we goede begeleiding konden krijgen? Of gingen we terug naar het leven dat Thijs gewend was, in het land waarvan we zo lang hadden gedroomd? Wat was het beste voor onze zoon?”

Afgewezen

“Hoewel mijn gevoel zei dat we beter konden remigreren, besloten we het na lang overleg toch een kans te geven in Thailand. We zouden de juiste hulp wel voor hem vinden, dachten we. De eerste jaren ging dat goed: we lazen alles wat we over autisme konden vinden en informeerden de school, waar iedereen heel lief voor hem was. Maar toen hij zes werd, moest hij naar een volgende school, zoals gebruikelijk is in Thailand. Niemand wilde hem hebben vanwege zijn autisme, heel verdrietig. Uiteindelijk kon Thijs terecht op een dure internationale school met een special needs-afdeling, maar ook daar bleek hij niet mee te komen. Hij vond het lastig dat elke les weer in een ander lokaal was, raakte overprikkeld en kreeg weer boze buien. Ik maakte voor alle leraren een handleiding waarin stond hoe je kunt zien dat Thijs overprikkeld raakt en wat je dan kunt doen, maar het hielp niet. We hebben zelfs nog twee keer een halfjaar een stagiaire van een zorgopleiding uit Nederland naar Thailand gehaald, die met hem meeliep, naast hem zat in de les en alles uitlegde, maar ook dat was niet genoeg.”

‘Hoe gelukkig we er ook waren, we moesten teruggaan’

“Uiteindelijk gaf de school aan dat dit niet de juiste plek voor hem was. Ik was boos en wanhopig: na alle moeite die we hadden gedaan, hadden we gehoopt dat het goed zou gaan op school. En nu mocht hij toch niet blijven. Alternatieven waren er niet, dus wat moesten we nu? Een tijdlang hebben we nog thuisonderwijs geprobeerd, maar dat was te ongestructureerd en onduidelijk voor hem. Toen was het voor mij klaar: we konden onze zoon in Thailand geen goede toekomst bieden. Hoe gelukkig we er ook waren, we moesten teruggaan. Onze dochter vond dat gelukkig prima: dan was ze ook dichter bij opa en oma. Dus na zeven jaar keerden we terug. Naar een kleiner huis en een voorspelbaar, gestructureerd leven.”

Medicatie

“Thijs is ook een heel lieve jongen. Boze buien heeft hij tegenwoordig gelukkig amper meer, mede dankzij medicatie die hij sinds tweeënhalf jaar slikt. Daar wilden we eigenlijk niet aan beginnen, we waren bang dat hij daardoor minder zichzelf zou zijn, terwijl hij zo’n heerlijk kind is. Maar omdat het Thijs ook veel zou kunnen brengen, hebben we toch die stap gezet. Het was één van de moeilijkste beslissingen, maar het helpt ons en Thijs enorm. Toen we laatst wilden afbouwen om te zien hoe het zou gaan, kreeg hij meteen weer boze buien, en gaf hij zelf aan dat hij terug wilde naar zijn oude dosering. We hebben dus besloten er de komende paar jaar niets aan te veranderen. Verder is ons leven van minuut tot minuut gepland, zodat Thijs duidelijkheid en structuur heeft. Eten, drinken, leren: alles gebeurt volgens een heel strak schema. Dat alles vastligt, vind ik soms moeilijk, want het past helemaal niet bij me. Ik ben juist vrij impulsief en extravert. We hebben veel offers moeten brengen om volgens die vaste planning te leven. Ik werk een minimaal aantal uren aan mijn bedrijf, omdat ik vaak word gebeld om Thijs van school te halen als het niet gaat. En omdat mijn man zijn bedrijf in Thailand nog niet heeft kunnen verkopen, vliegt hij daar elke zes à acht weken voor twee weken naartoe. Dan ben ik alleen met de kinderen, wat vooral voor mijn dochter zwaar is. Ze mist haar vader enorm als hij weg is.”

‘Een halfjaar geleden hebben we de zware beslissing moeten nemen hem te laten opnemen op de dagbehandeling van de kinderpsychiatrie’

Kinderpsychiatrie

“Thijs kon in Nederland op het speciaal onderwijs terecht, waar hij geweldig werd begeleid. Hij heeft een normale intelligentie, maar zijn faalangst bleek helaas te groot. Als hij een fout maakte in een werkschrift, verscheurde hij het schrift en als hij zelfs maar dacht dat hij een fout zou maken, begon hij al niet aan een taak. We hebben vaak gezegd dat fouten maken niet erg is, dat iedereen dat doet, maar krijgen het niet uit zijn systeem. Ook de school kreeg dat niet voor elkaar. Daarom hebben we een halfjaar geleden de zware beslissing moeten nemen hem te laten opnemen op de dagbehandeling van de kinderpsychiatrie.”

Terug naar Thailand

“Dat Thijs geen vriendjes heeft, vind ik moeilijk. Zijn zusje gaat regelmatig uit logeren, dat gun ik hem ook zo. Soms vraagt hij: ‘Mama, waarom heb ik dat nooit? Waarom heb ik nou autisme?’ Dan breekt mijn hart. Wat ik ook jammer vind, is dat hij niet op sportclubjes kan: hij kan niet tegen zijn verlies. Maar daardoor is zijn wereld klein. Lieke krijgt natuurlijk hartstikke veel liefde en aandacht, maar we kunnen onze aandacht nooit evenredig verdelen. Dat zal ze ons later vast weleens verwijten. Ze vraagt soms: ‘Waarom heb ik nou een broer met autisme?’ We doen wel regelmatig iets met haar alleen, of met Thijs alleen. Vorige zomer zijn we met z’n vieren teruggegaan naar Thailand. Thijs heeft online meegezocht naar de accommodatie, zodat hij precies wist waar we heen zouden gaan, en we hebben een schema gemaakt om duidelijk te maken wat er zou gebeuren op vakantie. Dat werkte super, we hadden een geweldige reis.”

Lees ook
Marijke is zes jaar ouder dan haar man: ‘Ons verhaal begon toen ik 20 was en hij 14’

Toekomst

“Hoe de toekomst eruitziet, weet ik niet. Thijs’ hoofd zal blijven werken zoals het werkt, maar hij heeft een normale intelligentie en ik ga ervan uit dat hij steeds beter leert hoe hij zich in sociale situaties kan gedragen. Ik probeer niet te ver vooruit te kijken en houd vast aan wat nu goed gaat. We willen een zo goed mogelijke toekomst voor hem, wat die ook inhoudt. En ik hoop dat hij zijn beperking leert accepteren. Hij ís zijn autisme niet. Hij is een prachtig mens, zijn autisme is maar een klein deel van hem.”

Nog meer verhalen lees je in Flair 19-2020. Deze ligt t/m 12 mei in de schappen. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Kim van der Meulen

Shoppen is altijd een goed idee