Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Health > In vertrouwen: ‘De eerste keer dat ik thuiskwam met mijn voedselpakket, moest ik huilen’

In vertrouwen: ‘De eerste keer dat ik thuiskwam met mijn voedselpakket, moest ik huilen’

In vertrouwen: ‘De eerste keer dat ik thuiskwam met mijn voedselpakket, moest ik huilen’

Door de coronacrisis is het aantal mensen dat moet aankloppen bij de voedselbank flink gestegen. En daar zitten ook genoeg hoogopgeleiden bij die een luxe leventje gewend waren. Zo ook Iris (25), die tijdens haar jeugd niets tekortkwam.

‘De mentale klap was het zwaarst toen ik voor het eerst bij de voedselbank in de rij stond. Het voelde letterlijk alsof ik rock bottom had geraakt. Alsof ik niet dieper kon zinken en op alle fronten tekort was geschoten, wat betreft het als een volwassene kunnen functioneren in de maatschappij. Het gevoel van: jij bent ‘af’. Je doet niet meer mee, want je hebt geen geld. Ik snap heel goed dat er mensen zijn die daardoor in een depressie terechtkomen. Bij de voedselbank en ook bij de kringloop – waar ik tegenwoordig mijn kleding vandaan haal – kom je echt een heel andere kant van de maatschappij tegen. Het zijn allemaal mensen die op de een of andere manier niet konden meekomen in de ‘normale’ wereld. En daar hoor ik nu dus ook bij.’

‘De eerste keer dat ik thuiskwam met mijn voedselpakket, moest ik zo hard huilen. Ik heb heel lang het ene gat met het andere kunnen dichten en kreeg een vals gevoel van veiligheid. Ik dacht dat ik op die manier de echte ‘armoede-dans’ wel zou ontspringen. Maar nu is het mij dus toch overkomen.’

Shoppen in Parijs

‘Mijn ouders zijn van het type ‘beter verwend dan verwaarloosd’. Ze hadden een goedlopend bedrijf en ik groeide op in materiële luxe. Op de middelbare school was ik dat meisje dat altijd de nieuwste kleren had, van de meest trendy merken. Elk kwartaal ging ik met mijn moeder naar Parijs om een nieuwe garderobe in te slaan. Ik had zelfs een eigen pony. Totdat bleek dat het bedrijf het helemaal niet zo goed meer deed. Al jaren niet meer. Mijn vader wilde ons er niet mee belasten en hield alles voor zichzelf, maar op een dag stond de deurwaarder voor de deur. De hypotheek bleek al maanden niet te zijn betaald en in plaats van een goedgevulde bankrekening bleken we tienduizenden euro’s schuld te hebben. Mijn moeder kreeg bijna een beroerte en het huwelijk van mijn ouders liep een flinke deuk op.’

‘Uiteindelijk hebben ze het gered, maar het was niet makkelijk om een nieuwe modus te vinden. Niet langer in een vrijstaand huis, maar in een rijtjeswoning, met een bescheiden autootje voor de deur. Het gebeurde allemaal precies in de tijd dat ik eindexamen deed voor de middelbare school. Wonder boven wonder slaagde ik ondanks alle hectiek en problemen en het leek me een goede volgende stap om nu zelfstandig te worden en op mezelf te gaan wonen. Ik wilde mijn ouders ontlasten en ze laten zien dat ik het zelf ook zou redden. Ik moest ook wel, want van het spaargeld dat ze hadden opgebouwd voor mijn studietijd was niets meer over.’

Rijke meisje

‘Maar alle goede voornemens ten spijt bleek ik er iets te makkelijk over te hebben gedacht. In de supermarkt gooide ik alles wat ik lekker vond in mijn karretje zonder naar de prijs te kijken, en die nieuwe Isabel Marant-sneakers van ruim driehonderd euro? Daar liet ik mijn creditcard voor wapperen. In mijn hoofd was ik nog steeds dat rijke meisje dat zonder na te denken haar vrienden kon trakteren. Ik maakte zelfs een keer een tripje naar New York gewoon omdat ik er zin in had.’

‘Ik had de maximale lening en genoot met volle teugen van mijn studentenleven. Natuurlijk baalde ik weleens als ik zag dat ik voortdurend in de min leefde, maar eerlijk gezegd maakte ik me niet al te veel zorgen. Tijdens mijn studie begon ik al te freelancen als fotograaf en ik wist zeker dat als ik op die manier succesvol zou zijn, ik mijn rode cijfers snel weg zou werken. Dat liep alleen even anders. De crisis kwam om de hoek kijken en mijn opdrachten liepen drastisch terug. Bij mijn ouders aankloppen was geen optie, ze kwamen zelf net rond en ze waren juist zo trots op het feit dat ik me ‘zo prima wist te redden’. Ze moesten eens weten.’

Met de billen bloot

‘Ik schaamde me kapot toen ik me moest aanmelden bij de voedselbank, maar wanneer je ineens moet rondkomen van twintig euro per week en je voortdurend bang bent voor deurwaarders wanneer de deurbel gaat, heb je weinig keus. Ik schreef me zelfs een tijdje uit op mijn adres, maar dat was natuurlijk pure struisvogelpolitiek en geen oplossing. Ik moest echt met de billen bloot. Afspraken maken met deurwaarders. En hulp vragen.’

‘Het past helemaal niet bij me om mijn hand op te houden. Ik moest een enorme psychologische drempel over. Net als bij de schuldhulp van de gemeente. Ik heb een budgetcursus gevolgd, want dat is iets wat ik van huis uit nooit heb meegekregen, en het is lastig voortdurend verantwoording te moeten afleggen en dankbaar te zijn. Dat doet iets met je eigenwaarde. Natuurlijk ben ik blij dat ik in een land leef waar ik zomaar elke week een gratis krat met eten mag ophalen. Maar makkelijk is het niet. Het is vreemd dat je opeens niet meer zelf bepaalt wat je gaat koken, maar dat je afhankelijk bent van een pakket. Ik vond mensen die bij de voedselbank liepen altijd zielig, en nu ben ik zelf zo’n zielig mens.’

Sociale leven

‘Mijn ouders denken nog steeds dat ik het prima red, en dat laat ik zo. Als ik bij ze op bezoek ga, trek ik mijn mooiste kleding aan die ik nog heb van vroeger. Soms heb ik een mazzeltje: laatst vond ik bij de kringloop een prachtig Armani-vest, voor een grijpstuiver. Daar ben ik dan tien keer zo blij mee als toen ik vroeger een volledig nieuwe garderobe insloeg bij de Bijenkorf.’

‘Ook mijn sociale leven lijdt eronder, want stukje bij beetje ben ik me steeds meer terug gaan trekken uit mijn vriendenkring. Ik begon me groen en geel te ergeren aan het ‘Oh my god, ik ben zo blut’-geroep van vriendinnen, terwijl postbezorgers dagelijks met drie pakketten bij ze voor de deur staan. Echt, mijn handen jeukten om ze op zo’n moment wat realiteitszin bij te brengen, maar tegelijkertijd realiseer ik me dat dat komt door mij, en de situatie waarin ik zit. Niet door hen.’

Dubbel pech

‘Eigenlijk heb ik dubbel pech: als ik niet zou zijn opgegroeid in zo’n rijk en bevoorrecht milieu, zou ik me nu waarschijnlijk minder geïsoleerd en ‘anders’ hebben gevoeld. Dan zou ik het feit dat ik bij de voedselbank loop niet verborgen houden, wat ik nu wel doe. Hoewel ze het heus niet recht in mijn gezicht zouden zeggen, weet ik zeker dat het beeld dat mijn vriendinnen van me hebben drastisch zou veranderen als ik daar eerlijk voor uitkwam.’

Hoe ik dat zo zeker weet? Omdat ik zelf net zo was. Mensen die bij de voedselbank liepen, vond ik losers. Dus wat zegt dat over mij? Ik denk dat er zelfs een deel van me is dat er nog steeds zo over denkt. Daarom voel ik me ook zo verscheurd. Ik voel me niet langer thuis bij mijn oude kringetje, maar bij de mensen die er dezelfde ‘lifestyle’ op na houden als ik, voel ik me ook niet op mijn gemak.’

‘Omdat mijn levensstijl geen keuze is, maar een noodzaak, maar ook omdat de meeste mensen die ik tegenkom personen zijn met psychosociale problemen – althans, die indruk wekken ze – of bijstandsmoeders met kinderen. Het zou wellicht schelen als ik wat meer ‘nieuwe armen’ zoals ikzelf tegen zou komen, maar die heb ik tot nu toe nog niet gezien. Al ligt dat misschien ook aan mezelf, want ik loop altijd als een haas in en uit als ik mijn pakket kom ophalen, hopend dat niemand me ziet.’

Tekst: Vivienne Groenewoud | Beeld: Getty
Dit verhaal heeft eerder in VIVA gestaan