Je bent hier: Home > Health > Denise blogt: Moestuintjesgekte

Denise blogt: Moestuintjesgekte

Health
Denise blogt: Moestuintjesgekte

‘Wil je de bon?’ vraagt de caissière.
‘Ja, alsjeblieft.’
Ze geeft me de bon en kijkt naar de volgende klant.
‘En de moestuintjes graag,’ zeg ik.
‘Dat is afgelopen.’
O, verhip. Helaas.

Nou ja, we hebben er nog een paar liggen, dus we zijn toch nog niet klaar. Zo’n 16 plantjes komen net op, alleen de wortel en de doperwt weigeren nog. Een deel heb ik al verpot. De sperziebonen en de broccoli groeien het hardst, ook al lijkt de broccoli er in de verste verte nog niet op. Je vraagt je echt af: hóe wordt het dan broccoli?

Wat wel grappig is, is dat je aan sommige groenten goed ziet dat het familie is. De komkommer en de augurk hebben namelijk precies dezelfde blaadjes. De courgette dan waarschijnlijk ook, maar die hebben we niet.

Als ik zo bezig ben met die moestuintjes, voel ik me ineens heel stads. Terwijl ik ook gewoon in dorpen met veel groen ben opgegroeid en mijn zusje en ik ons eigen stukje moestuingrond in de tuin hadden waar we zelf van alles mochten zaaien. Ik kan me eigenlijk alleen de zonnebloemen herinneren. Nou ja, hoe langer ik nadenk, misschien hadden we ook wel aardbeien.

Pas dit jaar kwam ik erachter dat de ‘gebruiksaanwijzing’ voor elk moestuinpotje anders is. Logisch uiteraard, maar ik heb vorig jaar steeds gewoon maar wat gedaan: een laag aarde, de zaadjes erop, en daar bovenop nog wat aarde, zonder centimeters te tellen. Ik gaf ze te veel water, waardoor ze gingen schimmelen. Misschien dat het daarom niet zo geweldig gegaan was. Precies lezen wat je bij andijvie, radijs, tijm, basilicum, venkel, kropsla of rode biet moet doen, daar neem je niet altijd de tijd voor, zeker als er een overenthousiast jongetje naast je zit.

Zondag bij zwemles ging het ook over de actie.
‘Doen jullie ook mee met die moestuintjesgekte?’ Het was de moeder die het altijd presteert de volledige zwemles door te kletsen; dat je echt denkt: kun je misschien ook even níks zeggen, gewoon een minuutje of zo? Zelf zat ik iets verderop onder twee tropische planten. Af en toe stond ik op om naar Jippe te kijken; de plekken bij het raam waren bezet.
‘Echt…’ benadrukte de moeder, om de aandacht weer op zich te vestigen.
Twee andere moeders knikten en zuchtten.
‘Al die aarde overal!’ Ja, dat heb je dan.
‘En dan moet je ze nog poten ook!’ De andere moeders keken verbaasd. Ik ook. Langzaam kreeg ze door dat het niet klopte wat ze zei.
‘Poten, potten, verpoten, hoe heet het, nou ja, dat. Hebben jullie dat al gedaan?’ De andere moeders kregen geen kans te antwoorden.
‘Ik ben er een uur mee bezig geweest,’ ging ze door. ‘Een uur!’ Een uur vond ik nou niet echt extreem. Ik heb er denk ik langer over gedaan. Maar voor haar was het kennelijk too much.
‘Ik zeg tegen mijn man: ‘Volgend jaar ben jij de Sjaak.’ Nou heb ik die man van haar ook weleens bij zwemles gezien, maar dat lijkt me nou niet echt een moestuintjestype, maar goed, wie weet.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik ook niet zo’n zin had in dat verpotten en zo, maar de kinderen vinden het leuk, dus dan doe je dat. Ik deed het samen met Jippe. Hij genoot ervan. Net als het jongetje uit de reclame die vol ongeloof ‘Wauw’ zegt als de aarde vanzelf omhoog blijkt te komen, zo keek Jippe ook. En zelf vond ik het ook wel een wonderlijk gezicht eigenlijk.

Er waren een paar aardeblokjes die het niet goed deden. Ik dacht eerst nog dat het aan ons lag, maar een vriendje van Jippe zei het ook al: ‘Die met die haartjes doen het niet.’

Dat hadden wij ook gemerkt inderdaad.

Nou goed, de laatste paar moeten we nog maar even doen. Daar zitten de cherrytomaatjes nog bij, die zijn leuk natuurlijk. En lekker. En dan is het afwachten tot we de rest ook kunnen verpotten en tot het echt groente wordt. Ik herinner me nog de blijdschap van vorig jaar toen we na drie maanden éíndelijk een miniwortel uit de aarde trokken.

Ik postte het op Facebook en schreef erbij: Het duurt een paar maanden, maar dan heb je ook wat: één wortel. Dat wordt smullen vanavond. 😉

Van de week werd ik aangesproken door een man uit de buurt. Ik zie hem vaker fietsen. Of ik zaadjes wilde, vroeg hij.
‘Zaadjes?’
‘Ja, ik heb zaadjes in mijn zak. Wil je die hebben?’
Eh… zaadjes in je zak? Dat hebben er wel meer. Stiekem moest ik lachen om mijn eigen gedachte. Ik zei het maar niet hardop. Nou ja, laten we eerlijk zijn, het klonk een beetje raar toch?
‘Wat voor zaadjes?’ Hè, waarom vroeg ik dat nou.
Hij begon een heel verhaal over vrieskou en zaaien. En dat het nu zulk mooi weer zou worden dat de vrieskou waarschijnlijk niet meer terugkwam. Dus moest ik nú zaaien.
Hij pushte te veel, wat niet fijn voelde, dus ik bedankte voor zijn zaadjes, hoe lief bedoeld misschien ook.

En inderdaad, zondag was het heerlijk. De kinderen speelden in hun korte broek. En ’s avonds aten we voor het eerst in de tuin. Geen groenten uit eigen moestuin nog, maar genieten deden we.

Jij ook?

Shoppen is altijd een goed idee