Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Health > Op mijn 18e werd ik zwanger, daarna kreeg ik nog 2 kinderen: ‘Ik werd depressief en wilde onder een bus komen’

Op mijn 18e werd ik zwanger, daarna kreeg ik nog 2 kinderen: ‘Ik werd depressief en wilde onder een bus komen’

Op mijn 18e werd ik zwanger, daarna kreeg ik nog 2 kinderen: ‘Ik werd depressief en wilde onder een bus komen’

Veel van jullie kennen mijn verhaal als geen roze wolk mama. Ik wilde graag dat andere moeders ook de kans krijgen om hun niet zo roze wolk verhaal te delen. Daarom ben ik “dagboek van een geen roze wolk” mama gestart. Zodat elke mama haar verhaal kan delen, als ze daar behoefte aan heeft. Zo creëren we samen meer openheid, begrip en awareness voor de niet zo roze wolk (zowel tijdens de zwangerschap als na de bevalling) en  vraag ik meer aandacht voor  de mentale nazorg in het vierde trimester. Het is zo nodig! Hopelijk wordt het taboe op de niet zo roze wolk hierdoor ook minder. Je leest hier het eerste deel van Suzanne.

Ik ben Suzanne, 31 jaar en ruim vier jaar getrouwd met Romano. Samen met onze kinderen Délana van 12 jaar, Joshua van 10 jaar en Fay Naomi van 2,5 jaar wonen we in Assen. Ik ben opgegroeid in Apeldoorn, waar mijn familie nog steeds woont, en wat ik nog steeds elke dag mis.

Geen leuke zwangerschap

Op mijn 18e raakte ik zwanger. De zwangerschap van mijn oudste dochter was vrij gemakkelijk. De eerste 16 weken waren wel pittig vanwege het vele overgeven, maar daarna fietste ik er zo doorheen. Een dag na de uitgerekende datum werd Délana geboren. De tweede zwangerschap was minder leuk, los van het extreme misselijk zijn in het eerste trimester, hield ik veel vocht vast waardoor ik aardig opgeblazen door het leven moest. Vijf dagen ‘te laat’ kwam Joshua ter wereld, een baby van bijna 9 pond. Beide bevallingen waren zwaar, maar ik herstelde er heel snel van, zowel fysiek als mentaal.

Op mijn 28e was ik zwanger van Fay Naomi. Ik was super blij, maar ook dit keer vond ik het zwanger zijn niet leuk, zeker niet in het derde trimester en ik hield weer veel vocht vast en was extreem vermoeid. Ik huilde in de auto onderweg naar mijn werk en vond het leven (geen leuk werk en door de vermoeidheid een weinig sociaal leven) niet heel veel aan. Elf dagen overtijd werd Fay geboren, met een gewicht van 9 pond. De bevalling was de beste van de drie. Natuurlijk, het zal nooit mijn hobby worden en Fay en ik hadden het beiden best zwaar door haar grootte, maar er waren geen complicaties en ik kijk er positief op terug. Voor mijn gevoel niet echt een reden om op een donkergrijze wolk terecht te komen.

Ondanks de (over)vermoeidheid die ik aan het einde van de zwangerschap voelde, zie ik dat ook niet als een oorzaak van de niet zo roze wolk. Doordat ik mijn werk niet leuk vond zat ik al wel ietsje minder goed in mijn vel.

Direct in de kraamweek en de week erna merkte ik dat mijn wolk veel minder roze was dan bij de andere twee kinderen. Maar, ik dacht dat het erbij hoorde. Er waren wat stressfactoren zoals een verhuizing die drie weken na de bevalling zou starten, een huisbaas die in de kraamweek onaangekondigd in huis stond, waardoor er uiteindelijk politie aan te pas moest komen en een extreme borstontsteking, inclusief ziekenhuisopname, in de tweede week. Sowieso vond ik borstvoeding geven vreselijk en zoog dat me letterlijk helemaal leeg.

Kort daarna heb ik medicijnen gekregen die de borstvoedingsproductie binnen twee dagen volledig plat legde vanwege overproductie (hormoon-bommen moeten dat dan wel zijn geweest), startte ik daarbovenop ook nog met de pil en moest ik regelmatig naar het ziekenhuis, omdat er een enorme knobbel zat op mijn borst op de plek waar de ontsteking had gezeten. Een blaasontsteking mocht ook niet ontbreken. Daarnaast speelde er een rechtszaak met de vader van de oudste twee kinderen. Genoeg stressfactoren dus. Ik herkende wel dat ik niet op een roze wolk zat, maar erkende het niet.

Postpartum depressie

Ik kende het hele fenomeen van postpartum depressie niet, dus ik negeerde mijn extreem rode wangen van spanning, mijn schouders die steeds vaster kwamen te zitten en mijn diepe, ellendige gevoel van binnen. Met die klachten begon het in ieder geval. Ik had veel verschillende klachten, zoals het heel gestrest raken als Fay huilde en super gespannen de fles geven en ik had niet het gevoel dat Fay van mij was. Ik dacht wel eens: ‘leuke en mooie baby hoor, heel schattig! Maar ze kan ook van de buurvrouw zijn’.

Ik had geen plezier in de dagen en vond het moeder zijn ineens enorm zwaar, terwijl ik dat eerder nooit als zodanig zwaar had ervaren (druk wel, maar niet zwaar). Mijn spieren zaten op vergeven moment zo vast, dat ik niet meer kon bewegen en op bed getild moest worden door Romano. Vanaf dat moment begon ook de slapeloosheid en het hyperventileren. Dit herkende ik in eerste instantie niet, waardoor ik drie dagen op de longafdeling heb gelegen omdat ze dachten dat er daar iets mis mee moest zijn.

Op het diepste punt sliep ik niet meer, had ik afschuwelijke gedachten en wilde ik eigenlijk vooral dat het leven zou stoppen. Ik kon geen prikkels meer aan. Ik heb drie maanden mijn telefoon niet kunnen gebruiken en geen tv kunnen kijken. De zorg voor de kinderen was te veel en ik huilde heel veel. Ik was veel in paniek, wat zich uitte in zweterige handpalmen en voetzolen, huilen, hyperventileren en hartkloppingen. De gedachte dat dit nooit meer zou stoppen overheerste de dagen. Het was diep, diep zwart om mij heen.

Niet mezelf

Na de opname op de longafdeling zijn Romano en ik doorgestuurd naar de crisisdienst van de GGZ. Daar hoorde Romano mij voor het eerst zeggen dat ik niet meer wilde leven en niet meer voor Fay wilde zorgen. Ik was zo moe, zo op. Ik kon het beide niet meer. Romano’s eerste reactie was eigenlijk vooral heel boos en verontwaardigd. ‘Hoe kon ik zoiets nou denken en hoe kon ik ooit zeggen dat ik niet voor onze dochter wilde zorgen’. Uiteindelijk ben ik opgenomen geweest en toen merkte ik een ommekeer bij hem.

De zorgverleners hebben hem goed uitgelegd dat ik dat niet was die dat dacht, maar dat het echt vanuit de ziekte ‘postpartum depressie’ kwam. Romano stond dag en nacht voor me klaar. Hield mijn hand vast als ik in paniek was en niet kon slapen. Zorgde voor alle drie de kinderen toen ik dat niet kon. Mijn ouders en zussen hebben echt als een baken om ons heen gestaan en ons gesteund op elke manier die ze maar konden bedenken.

De rest van de omgeving heb ik niet gesproken destijds, omdat ik niets meer kon verdragen. Het enige wat zij vernamen was radiostilte. Romano heeft allemaal appjes de deur uit gedaan en eigenlijk waren alle reacties heel meelevend. We merkten dat iedereen ons wilde helpen. Sommigen dachten gelijk aan ‘de gelukkige huisvrouw’-taferelen. Dat vond ik wel lastig. Ik had echt het gevoel mezelf te moeten verdedigen dat ik enorm van Fay hield, en dat mijn gevoel dat ze niet van mij was niet betekende dat ik eraan dacht haar iets aan te doen.

Nachtmerrie

Gedachten als: ‘laat mij maar door een bus omver gereden worden, dan is het hopelijk voorbij’ overheerste in deze tijd. Ik werd oprecht bang van mezelf als ik dat soort dingen dacht, want mijn gedachten zeiden dat wel, maar ik wilde dat helemaal niet, omdat ik wist hoe erg ik ooit van het leven had genoten.

Ik heb ook wel eens een droom gehad waarbij een auto over de wal achter ons huis knalde en rechtstreeks, door de lucht heen, op Fay haar kamertje afkwam en daar naar binnen zou rammen. In mijn droom rende ik gillend naar haar kamer om haar te redden, want anders zou ze dood gaan. Het was een vreselijke, levensechte droom. Maar voor mij wel een bevestiging dat ik wel echt van haar hield en haar wilde beschermen, no matter what.

Omdat de crisisdienst van de GGZ mij na mijn opmerkingen over het niet meer willen leven gewoon doodleuk naar huis stuurde, hebben mijn ouders mij uit nood opgehaald. Daar heb ik drie weken alleen gezeten, wat achteraf niet de beste keuze was. Maar we wisten geen beter alternatief. Na drie weken ging het steeds verder bergafwaarts en was er geen houden meer aan. Op advies van de crisisdienst in Apeldoorn (woonplaats van mijn ouders) heb ik me daar in het ziekenhuis laten opnemen op de afdeling Psychiatrie.

In eerste instantie zeiden ze dat het voor een weekje zou zijn, om onder andere mijn medicijnen te stabiliseren. Maar dit weekje werden er zeven. Na mijn opname in Apeldoorn ben ik naar huis gegaan en ben ik opgevangen door het IHT (intensive home treatment) van de GGZ. Dit had ik achteraf direct moeten krijgen, dan was het denk ik niet zo gelopen zoals het is gelopen. Ik kont het IHT bellen zodra het niet goed ging, wat zo’n fijn gevoel was. Binnen een kort tijdsbestek stond er dan iemand op de stoep die mij kon kalmeren.

Zo’n twee maanden later kon ik afscheid nemen van het IHT team. Nog een maand later ben ik onder begeleiding van de psychiater gestopt met mijn nachtmedicatie en sliep ik weer op mezelf. Een paar maanden daarna werd de zorg overgedragen naar mijn huisarts, omdat alles stabiel bleef. En een klein jaartje later ben ik onder begeleiding volledig gestopt met de antidepressiva. Inmiddels is dat bijna acht maanden geleden.

Herstel

Het gaat nu al zo’n anderhalf jaar goed. De postpartum depressie heeft me wel veranderd. Ik vind mezelf gevoeliger dan voorheen (wat niet per direct negatief is), moet nog wat vertrouwen terugkrijgen in mezelf en ik zit nu in een fase waarin ik zoekende ben naar welk werk nu bij me past. Want ook dat is veranderd.

Het was heftig, intens. Maar het brengt ook een heleboel, want mijn ik-gerichte karakter is nu veel meer naar buiten gericht, mijn hardheid heeft plaats gemaakt voor begrip en mijn ontastbaarheid heeft plaats gemaakt voor openheid en eerlijkheid. Ik voel mijn grenzen aan en heb geleerd dat altijd maar doorgaan niet past binnen het ‘goed voor jezelf zorgen’. En ik geniet nu met volle teugen van het moederschap, want ik heb ervaren hoe het is om dit niet te kunnen doen.

Lees ook:
Tilda Timmers over mislukte moederdromen: ‘Daar gingen mijn plannen, zo, hoppakee, het raam uit’

Waar ik mij nu echt hard voor wil maken is een betere nazorg voor mama’s. Want je wordt bijna direct losgelaten. Alle hulpbronnen zijn zomaar ineens weg. Terwijl er juist na de bevalling zo veel gebeurd. De cijfers van het aantal postpartum depressies is heel hoog en het maakt me ergens zelfs boos dat, ondanks deze cijfers, vrouwen veel te weinig worden begeleid. Waarom bieden verloskundigen of andere betrokkenen niet een nazorgtraject, die erop gericht is om regelmatig in contact te zijn met moeders na een bevalling?

Als een professional aan mij had gevraagd: ‘hoe gaat het?’, dan was de depressie na twee weken al naar voren gekomen, in plaats van na vier maanden. Want het ging niet goed, maar niemand vroeg ernaar. Ik deed alsof het goed ging, want ik herkende het zelf niet. Als iemand met kennis en ervaring had doorgevraagd, waren alle sluizen opengegaan. Ik hoop oprecht dat deze nazorg er standaard komt. Want het krijgen van een kind bestaat uit meer dan een zwangerschap en bevalling. De tijd daarna, die is ook zo cruciaal. Het doet me oprecht verdriet dat hier zo weinig oog voor is.