Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Health > Wat te doen als angst je leven beheerst?

Wat te doen als angst je leven beheerst?

Wat te doen als angst je leven beheerst?

De meeste mensen zijn weleens ergens bang voor. Voor haaien, de tandarts, autorijden, hoogtes. Maar als jij door een onschuldig visje hyperventilerend in de lampenkap hangt, dan is er meer aan de hand.

Tekst Amanda van Schaik | Illustraties Sandy van Helden

Haar hart klopt in haar keel, haar ademhaling versnelt en het zweet breekt haar uit. Tamara (33) voelt het gevaar in elke porie van haar 
lichaam. De aanstichter van haar angst blijft roerloos liggen en lijkt onschuldig, maar 
Tamara weet wel beter. “Als ik dichterbij kom – tjak! – klapt hij ineens met zijn scharen. Ik
weet heus wel dat-ie niet écht aanvalt. Maar toch zit ik liever met een tijger in een kooi dan met een krab,” vertelt Tamara terwijl ze rilt 
bij de gedachte. Krabben zijn in Nederland een zeldzaamheid. Op zich is zo’n krabbenfobie 
dan best te doen, toch? Maar Tamara werkt parttime in een vishandel. Niet handig, zou je denken, om met je krabbenfobie daar te gaan werken. “Eerst verkochten we geen krabben, 
die zijn er pas sinds een paar jaar,” verklaart 
Tamara. “Het is gelukkig een heel grote zaak, 
en ik sta bij de gebakken vis. Maar toch. Het 
gevaar ligt altijd op de loer.”

Alarmbellen

Angst is een gevoel dat verwijst naar dreigend gevaar en is eigenlijk hartstikke nuttig. Als er een bloeddorstig beest op je af rent, is het toch fijn dat er alarmbellen gaan rinkelen. Psychiater Bram Bakker legt uit: “Angst is nodig om te kunnen overleven. Veel angsten hebben nut. Het is logisch dat we hoogtes een beetje eng 
vinden, want mensen kunnen nu eenmaal niet vliegen. Angst maakt je voorzichtig en dat is 
verstandig.” Wanneer wordt een angst een fobie? “Als je alarmbellen gaan rinkelen zonder dat er gevaar dreigt en er vermijdingsgedrag is,” zegt Bakker. “Je bent dan bang voor je eigen angst. Hoe een fobie ontstaat, waarom de één er wel last van heeft en de ander niet, daar is veel onduidelijkheid over. Meerdere elementen spelen mee: 
persoonlijkheid, maar ook genetische, biologische en sociale factoren. Angststoornissen lijken voor een deel erfelijk, maar hoe ze geërfd worden, weten we niet. Het ontwikkelen van een fobie kan ook te maken hebben met opvoeding.”

Angststoornissen – verzamelnaam voor fobieën en paniekstoornissen – komen vaker voor onder vrouwen (12,5%) dan onder mannen (7,7%), blijkt uit cijfers van het Nederlands Huisartsen Genootschap. Het werkelijke aantal zal nog 
hoger liggen, want niet iedereen met een angststoornis gaat naar de huisarts of deze wordt niet als zodanig herkend. Over de vraag waarom vrouwen er meer last van hebben dan mannen, kan Bakker alleen speculeren: “Misschien komt het door het verschil in man-vrouwrollen: vrouwen zaten vroeger letterlijk meer binnen dan mannen. En dan lijkt alles daarbuiten enger.”

Dominante 
vader

Tamara’s krabbenangst komt voort uit haar jeugd: “Toen ik klein was, had ik een vriendje dat me achterna rende met zijn venijnige schildpad in z’n handen. Die opengesperde bek, heel akelig. Dat zo’n beest agressief is terwijl je het niets doet, dat kan ik niet begrijpen. Dat onverwachte vind ik eng. Ik had een heel 
dominante vader en een moeder die me niet steunde. Mijn vader kon ineens, 
zonder reden, uit z’n slof schieten. En dan kromp ik ineen. Ik denk dat dit de bron is en dat mijn angst verder is aangezwengeld door die schildpad. Ik ben hierdoor altijd al bang 
geweest voor kleine dieren met onverwachte bewegingen. Dat was ik ook toen ik voor het eerst een krab zag. Het beestje was agressief naar mij. De krab is een trigger van 
de angst die ik als klein meisje voelde.”

Hoe komt Tamara hier vanaf? “Ga niet ver-
mijden waarvoor je bang bent,” zegt psychiater Bakker, “want dan wordt de angst in stand gehouden. Wees terughoudend met medicatie. Het merendeel van de mensen die antidepressiva slikken, krijgt dat voorgeschreven voor angstklachten. Maar daarmee pak je alleen de symptomen aan en niet de oorzaak. Als angst je leven saboteert, kan therapie uitkomst bieden.”

Psycholoog Jan van den Berg werkt bij het Angstbehandelcentrum IPZO (ipzo.nl). Zijn advies: “Fobieën staan los van het feitelijke gevaar. Om deze onlogische koppeling toch te snappen, moet je doorvragen. Wat houdt je schrikbeeld over krabben geloofwaardig? Je kunt een meteoriet op je hoofd krijgen of longkanker oplopen, maar daar ben je niet mee bezig. Waarom met krabben dan wel?” Dit kan Tamara zelf onderzoeken door al haar vragen en ideeën over krabben voor te leggen aan een expert – een bioloog bijvoorbeeld. Zo krijgt ze antwoord op haar vraag hoe krabben tegen mensen aankijken. Hierdoor neemt haar geloof in het agressieve karakter 
van de krab af, zegt Van den Berg.

Kak, een Kakkerlak…

Journalist Suzanne (35) is bang voor kakkerlakken en insecten: “Gelukkig zijn er in Nederland nauwelijks kakkerlakken. Mijn fobie speelt dan ook op in het buitenland. Ik hou erg van reizen en Azië is een van mijn favoriete bestemmingen. Maar mijn kakkerlakangst kan mijn vakantieplezier enorm vergallen. Voor ik op reis ga, maak ik me al druk. Ze doen niets, dat weet ik heus wel, maar ik vind ze echt heel vies en smerig. Toen ik twee jaar geleden in Thailand was, zag 
ik een paar kakkerlakken. Ik huilde en probeerde 
al hyperventilerend op de rug van mijn vriend 
te klauteren.” Suzanne denkt dat ze haar angst voor insecten van haar vader heeft overgenomen: “Hij is 
panisch voor spinnen en heeft zijn angst denk 
ik op mij overgebracht. Door de jaren heen ben ik banger voor kakkerlakken dan spinnen 
geworden. Misschien omdat ik spinnen vaker 
zie en ze hierdoor beter kan handelen. Kakkerlakken worden in mijn hoofd steeds enger.” Suzanne heeft er weleens over nagedacht om iets aan haar angst te doen: “Ik wil heel graag een jeugdvriendin opzoeken die verhuisd is naar Australië. Maar mijn angst houdt me tegen. Het wemelt daar van de kakkerlakken.”

Psycholoog Jan van den Berg: “Als je een fobie hebt, ben je veel tijd kwijt aan het vermijden van bepaalde situaties. Dit helpt alleen niet. 
Een insecten- en spinnenfobie kan behandeld worden door oefeningen te doen waarbij het brein gaat leren dat gevaar uitblijft. De eerste stap: het insect van een afstandje bekijken. Even wennen en dan benoemen wat de meeste angst oproept en dit in een ander licht plaatsen. Dit haalt de angel uit de angst. Vervolgens kun je het insect van dichtbij bekijken als hij over de handen van de therapeut loopt. Het rationele deel van het brein denkt: dit beestje is klein, maar het emotionele deel denkt daar heel 
anders over: dat heeft geleerd dat zo’n beestje
levensgevaarlijk is en heeft tijd nodig om de 
verwachtingen bij te stellen. Als je dan ziet 
dat de spin betekenisloos is voor je veiligheid, krijgt jouw brein de tijd om te leren dat er geen reden is tot paniek. Bij het brein geldt: eerst zien, dan geloven.”

Overgeefgevaar

Marieke is 33, werkt als social media manager en is bang voor overgeven, ook emetofobie 
genoemd: “Ik vind vliegen eng. Niet omdat ik bang ben om neer te storten, maar vanwege de turbulentie en het hieruit voortkomende overgeefgevaar. Niemand vindt overgeven een pretje. Maar mijn angst om over te geven beheerst mijn leven zo erg, dat ik hiervoor in therapie ben gegaan bij een gz-psycholoog. Mijn grootste probleem is dat ik bang ben om zelf te moeten overgeven. Daarbij komt de angst dat anderen 
in mijn bijzijn overgeven, ik daar misselijk van word en zelf moet kotsen. Ik woon in Rotterdam en ga met de trein naar mijn werk in 
Amsterdam. Zodra ik de trein binnen stap, 
begint de paniek en gaan de radertjes lopen: waar is het toilet, is er een vrije doorgang? Ook heb ik altijd een plastic tasje bij me voor het 
geval ik over m’n nek ga. Hoewel ik gek ben 
op films, ga ik liever niet naar de bioscoop. Ik ben zelfs een keer huilend de zaal uit gelopen, omdat ik bang was dat ik moest kotsen en dan niet weg zou kunnen. Ik ging minder vaak stappen, want stel dat ik door de drank misselijk werd, of dat anderen moesten overgeven.” Marieke’s emetofobie is in haar tienerjaren ontstaan en steeds erger geworden: “Ik weet niet waardoor het is getriggerd. Ik kan me niet herinneren dat ik vaak moest overgeven. Wel had 
ik een vriendje dat regelmatig kotste na het stappen. Maaginhoud die omhoog komt uit je keel, is voor mij als nagels die over het schoolbord krassen. De geur, het geluid… Mijn kinderwens was voor mij de reden om hulp te zoeken. Bij een zwangerschap komt toch vaak misselijk-
heid kijken. Ik heb er nu zeven sessies op zitten. Tijdens de laatste heb ik filmpjes van brakende mensen bekeken. Heftig, maar de therapie helpt wel. Langzaam realiseer ik me dat ik zelf controle heb over mijn misselijkheid. Als ik me 
angstig voel en bang ben om over te geven, kan ik mijn gedachten beter focussen: in plaats van me druk te maken over misselijkheid, kan ik 
me richten op waar ik mee bezig ben. Dat zorgt voor een stuk meer ontspanning.”

Psycholoog Van den Berg: “Angst om over te 
geven maakt je misselijk van spanning. Waardoor je daadwerkelijk het gevoel krijgt dat je moet overgeven. Het is een vicieuze cirkel. 
Eerst moet worden achterhaald wat de onder-liggende factor is van de overgeefangst. Bang voor schaamte, sociale afwijzing, het overgeven zelf? Daarna kunnen je verwachtingen worden omgebogen met als nevendoel minder misselijk te zijn. Hierop volgt de confrontatie met de 
angst door middel van foto’s en video’s van 
overgevende mensen. Aan het eind: een live braaksessie. Een psycholoog wekt dat op voor een groepje en geeft veel uitleg: overgeven is geen emotioneel gebeuren, maar functioneel. Dan ga je je veilig voelen bij overgeven en leer 
je om misselijkheid te ondergaan zonder verzet.”

Weg met die goudvis

Manon (39) werkt als sales manager voor 
een vliegmaatschappij en is bang voor vissen. 
“Vissen hebben geen expressie. Als een beer 
me aankijkt, en me wil vermoorden, weet ik waar ik aan toe ben. Maar vissen zijn zo uit-drukkingsloos. Toen ik twaalf was, had ik een goudvis. Die vond ik niet eng. Tot de vis tijdens het verschonen van de kom in de wasbak viel. 
Ik durfde ’m niet op te pakken en moest de buurman om hulp vragen.” Met alle gevolgen van dien: “Ik zwem niet in de Noordzee want dan kan ik de bodem niet zien. Als ik iets voel, denk ik meteen dat het een vis is. Ik gruwel van dat geglibber. Bij helder water durf ik wel de zee in. Maar ik ben dan niet relaxed. Ik trek veel 
liever een baantje in het zwembad. Vis eten 
doe ik wel, maar dan wel zonder vel. Zodat je niet ziet dat het een vis is. Geef mij maar een lekker filetje.”

Psycholoog Van den Berg: “Bij veel specifieke 
fobieklachten wordt een verkeerde conclusie 
getrokken. Met goed begeleide confrontatie-
therapie kun je een fobie vaak in enkele uren wegnemen.” Graven in het verleden is volgens Van den Berg in dit geval geen must: “Het voegt meestal niets toe en kan zelfs frustreren. Ons angstbehandelcentrum behandelt soms mensen met muggenangst. Die introduceer ik dan aan een muggenexpert die zijn kennis deelt. Hierdoor worden gevoelsmatige negatieve verwachtingen ontkracht, en wordt de emotionele associatie met het dier teruggedrongen.”

Horrormesje

Jessica (38) werkt op de meldkamer bij de politie en is bang voor scheermesjes. “Ik was een jaar 
of dertien en dacht: het is tijd om mijn benen 
te scheren. Ik pakte mijn vaders scheermes. 
Onhandig en onervaren als ik was, bleek benen scheren met een bot mes geen goed idee. Voor 
ik het wist, had ik een plak huid van een centimeter of tien te pakken. Ik keek beduusd naar 
het mesje waar een plak vel in zat. Toen keek 
ik naar m’n scheen. Het deed pijn. Langzaam borrelde bloed op en daarna ging het stromen. Sindsdien kom ik niet bij scheermesjes in de buurt. Mijn vriend verstopt ze voor me. Als hij 
er wel eentje laat slingeren, raak ik het mesje 
niet aan. Dan roep ik hem erbij en zeg dat ie moet opruimen. Nu!” Jessica’s angst zorgt er gelukkig niet voor dat ze met behaarde benen moet rondlopen. Ik gebruik een elektrische shave voor m’n benen. Die heeft tenminste geen scherpe mesjes die lappen huid kunnen wegsnijden. Het is in mijn hoofd een steeds groter horrorverhaal geworden. Als ik 
weet dat mijn vriend zich boven aan het scheren is, gaat m’n hart sneller kloppen.” Hetzelfde effect hebben al die reclames van scheermesjes: “Je hebt er een van een tennisser die zijn hoofd kaal scheert. Kippenvel!”

Psycholoog Van den Berg: “Jessica heeft een beladen herinnering. Je haalt dan eerst de lading van de herinnering af door te blijven concentreren op alle details van de herinnering, totdat er gewenning optreedt. Als er dan nog angst overblijft, zit er niets anders op dan de confrontatie opzoeken. Als therapeut zou ik de scheerhandeling eerst voordoen, dus met een scheermes mijn been scheren. Vervolgens kan zij de handeling kopiëren. En dit vaak herhalen. Dat zorgt voor zelfvertrouwen om de handeling goed uit te 
voeren. En dan zie je met eigen ogen dat waar
je bang voor bent, niet zal gebeuren.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 32. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «