Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Geen categorie > Het 1000e nummer van Flair: vrouwen over kinderloosheid, autisme en lesbisch zijn

Het 1000e nummer van Flair: vrouwen over kinderloosheid, autisme en lesbisch zijn

Het 1000e nummer van Flair: vrouwen over kinderloosheid, autisme en lesbisch zijn

‘Ik sta voor wie ik ben’

‘Autisme is geen zwakte, maar mijn kracht’

Birsen Basar (35, auteur en coach) heeft autisme.

“Aan de buitenkant kun je niet zien dat ik autistisch ben, dat speelt zich binnenin mijn brein af. Ik begrijp bijvoorbeeld andere mensen minder snel en moet extra moeite doen om erachter te komen wat ze bedoelen. Stel het je zo voor: je bent in Japan en spreekt geen Japans, de Japanners vinden Engels moeilijk. Het kost veel energie om de ander dan toch te kunnen volgen. Dat heb ik de hele tijd, ook als ik gewoon Nederlands spreek.”

Nadenken bij elke stap

“Een ander voorbeeld is dat ik moeilijk contact leg. Ik weet wel dat ik ‘Hallo’ kan zeggen en ‘Hoe gaat het?’, maar dat is het dan. Hoe ik het contact verder moet opbouwen, weet ik niet. Ik heb als het ware een ‘leeg hoofd’ en moet nadenken bij elke stap. Dit soort dingen kost me veel energie en geeft me stress, daarom ga ik op zoek naar rust. Autistische kinderen doen dat soms door uren naar een draaiende wasmachine te kijken. Ik beweeg mijn rug van voor naar achteren, als een schommelstoel. Als ik dat een paar seconden doe, merk ik al dat ik de stress in mijn hoofd een beetje kwijtraak.”

“Ook merk ik dat het me helpt om zoveel mogelijk structuur aan te brengen in mijn leven. Mijn hoofd zit vaak helemaal vol met plannen en projecten die ik het liefst zo snel mogelijk af wil maken. Ik moet veel van mezelf. En ik kan maar moeilijk keuzes maken. Dat zit al in kleine dingen als: wat wil ik eten vanavond? Of wil ik op vakantie binnenkort? Daar krijg ik dan met mijn vriend woorden over, want hij kan er niet tegen als ik zo loop te dralen.”

“Soms lopen dingen anders dan ik had gepland, dat vind ik moeilijk. Ik kan wel proberen het overzicht te bewaren, maar ik heb daar niet alle invloed op. Soms zeggen anderen op het laatste moment een afspraak af, of doen ze niet wat ze beloofd hebben. Vroeger werd ik dan boos of chagrijnig, maar hoe ouder ik word, hoe beter ik daarmee leer omgaan.”

‘Ik leer elke dag’

“Het heeft bij negen jaar gekost voordat de instanties me uiteindelijk het label ‘autisme’ gaven. Ergens was ik opgelucht dat ik nu wist wat er met me aan de hand was. Maar wat ik daar verder mee moest? Ik had geen idee. Pas naarmate ik er meer en meer over las, snapte ik het beter. En nog steeds leer ik iedere dag beter wat autisme inhoudt.”

“Ik merkte dat dit ook iets is waar anderen mee worstelen. Ouders met autistische kinderen en mensen met autisme zelf. Vooral ook onder mensen van bijvoorbeeld Turkse komaf is er nog veel onwetendheid over dit onderwerp. Daarom wil ik mijn kennis graag delen en autisme bekender maken. Ik heb er vier boeken over geschreven en een documentaire gemaakt. Ik geef lezingen, waarop soms wel een paar keer avonden achter elkaar driehonderd man komt opdagen.”

“Ik wil dat mensen met autisme zich er niet meer voor hoeven schamen. Ik wil laten zien dat autisme geen zwakte is, maar juist een kracht. Er wordt er veel te veel gefocust op het negatieve, maar laten we het nou juist eens gaan hebben over het positieve. Autistische mensen zijn soms gewoon beter in ándere dingen, ze zijn niet minder capabel.”

“Dat merk ik ook in mijn eigen werk, ik heb ook een baan bij de gemeente Breda, op de afdeling subsidies. Ik merk dat autisme in mijn werk goed van pas komt, ik werk heel gestructureerd en kan goed het overzicht bewaren. Dat kunnen anderen misschien ook, maar bij mensen bij autisme is dit extremer. Ik ben ook een enorme doorzetter. Wat ik in mijn hoofd heb, ga ik doen. Waar ik aan begin, maak ik af.”

Dubbele winst

“Er wordt vaak gedacht dat mensen met autisme goed zijn in het werken met computers. Dat is misschien wel zo, maar uit de onderzoeken die ik heb gedaan blijken ze bijvoorbeeld ook goed te functioneren in de zorg. Waarom? Ik weet het niet zo goed. Punctualiteit helpt natuurlijk. Maar misschien ook wel doordat ze zelf veel ervaring hebben met hulpverleners. Dat is voor mij ook één van de redenen dat ik een opleiding SPH –sociaal pedagogische hulpverlening- ben gaan doen. Ik wil nu niets liever dan anderen met autisme goed kunnen helpen. Want het geven van lezingen en trainingen is heel leuk om te doen, maar van mensen direct kunnen helpen word ik nog gelukkiger. Ik help iemand anders en word zelf ook blij: dubbele winst.”

 

‘Mijn vriendinnen hebben het over hun kinderen, ik over mijn kinderloosheid’

Bertine Carovigno (46, gedragscoach) is ongewenst kinderloos.

“Ik ben niet zo’n type dat op jonge leeftijd al droomde van het moederschap, maar rond mijn dertigste begon het toch wel te kriebelen. Mijn man en ik waren al lange tijd bij elkaar, vriendinnen om me heen kregen kinderen. Ik voelde steeds meer dat ik er klaar voor was. Maar het lukte niet volgens de ‘normale weg’.”

Medische molen

“Na een paar jaar kwamen we in de medische molen terecht, ik heb zeven keer een ICSI-behandeling ondergaan. Ik kreeg hormoonbehandelingen, puncties en een terugplaatsing. Het waren pittige trajecten waarin ik veel van mijn lichaam vroeg, maar zonder het gewenste resultaat. Iedere keer was daar de teleurstelling als het weer niet was gelukt. Dat is iedere keer een klap die je moet incasseren en waarna je weer door moet met je leven. Achteraf denk ik: ik had me misschien wel een keertje ziek mogen melden, ik was in die periode vrij hard voor mezelf. Ik ging maar door terwijl ik niet zo stil stond bij mijn emoties. Ik had het gevoel dat ik steeds faalde, terwijl ik op dezelfde afdeling van het ziekenhuis vrouwen blakende baby’s op de wereld zag zetten. Dat kwam soms hard binnen.”

“Zolang de artsen zeiden dat het mogelijk moest zijn om in verwachting te raken, bleven wij proberen. Maar op een gegeven moment wilden wij ook door met ons leven, want dat stond al jaren op pauze. Als je al een auto kocht, moest je er rekening mee houden dat je misschien wel een kindje zou krijgen. En dat lukte dan toch weer niet. We legden ons er steeds meer bij neer, hoe moeilijk dat ook was, want steeds hoor je dat stemmetje: moeten we het niet toch proberen? Misschien wel op een andere manier? Toch daalde het idee steeds meer dat ik dit niet moest willen.”

Groot verdriet

“Ik voelde op dat moment wel dat ik de verbinding met mezelf kwijt was geraakt. In eerste instantie stortte ik me op mijn werk. Maar ik merkte dat het zich begon te wreken. Mijn emoties had ik lange tijd niet toe te laten, maar ondertussen was er wel een groot verdriet in mijn leven. Ik ben begonnen met Yin yoga, een manier van yoga die mij heeft geleerd mijn gevoelens weer toe te laten.”

“Een van de dingen die ik nu doe is erover praten. Vriendinnen vertellen over hun kinderen, ik vertel over mijn kinderloosheid. Over dat het me soms raakt als ik een klein babytje zie of als ik een kind haar moeder hoor roepen en me realiseer dat het bij mij nooit zal zijn. Ik wil niet langer dat harnas om mijn hart om mijn gevoel te verstoppen, het mag er gewoon zijn. Hierdoor kan ook de liefde weer stromen. Ongewenst kinderloosheid is nog steeds een taboe. De maatschappij lijkt van je te verlangen dat je moeder wordt. Als het niet lukt, voelt dat als falen. Je schaamt je. Haast alsof je er minder vrouw door bent. Onzin natuurlijk, ik ben toch veel meer dan dat?”

Moeilijk

“Het is een moeilijk onderwerp voor veel mensen om over te praten. Dat merkte ik ook toen mijn directe collega zwanger werd. Niemand durfde direct aan mij te vragen hoe ik me daarbij voelde. Later hoorde ik wel van die collega dat ze tegen haar hadden gezegd: ‘Dat moet misschien wel moeilijk zijn voor Bertine.’ Mensen durven niet te vragen naar iets wat pijnlijk is, maar het is juist fijn als dat wel gedaan wordt, je gezien wordt en je je niet telkens groot hoeft te houden.”

“Ik probeer met het delen van mijn verhaal andere vrouwen te helpen. De stilte te doorbreken, want dit thema leeft bij zoveel mensen. Ik heb ook Slowrun groep Hengelo met gelijkgestemden opgericht. Dat is fijn, want we sporten samen, maar weten ook waar de ander mee te maken heeft. Het is nu mijn missie om uit mijn verdriet iets positiefs te bewerkstelligen. Ik heb mijn idealen bijgesteld en ik ben nu gelukkig met alles wat het leven me wel biedt. Dat is waar het om gaat.”

 

‘In Nederland voel ik me veilig, omdat ik mezelf kan zijn’

Mawahib Suliman (32, verpleegkunde) is met haar drie kinderen gevlucht uit Sudan.

“Mijn man was politiek activist. Op een dag werd hij opgepakt en in de gevangenis gegooid. Daarna heb ik niets meer van hem gehoord, ik wist niet waar hij was en er was geen contact mogelijk. Ik was iedere dag bang dat ik hem nooit meer levend terug zou zien.”

“Voor mij en mijn kinderen – mijn jongste was twee, de andere drie en vijf – was het ook niet veilig. Er woedt sinds 2003 oorlog in Darfur waar wij woonden, er waren iedere dag bombardementen. En omdat we uit een niet-Arabisch gebied kwamen, waren we ‘de vijand’. Ik stond met mijn rug tegen de muur, toen ik besloot te vluchten. Ik had geen andere keus. De kans dat we de barre tocht met een rubberboot over zee en de smokkeltocht daarna zouden overleven, was misschien maar dertig procent. Maar toch deed ik het, met mijn huilende doodsbange kinderen aan de hand begon ik aan deze nachtmerrie. Via Libië, naar Italië en uiteindelijk naar Nederland. De smokkelaars gaf ik mijn gouden oorbellen en mijn trouwring. Dat was alles wat ik nog in mijn bezit had. Toen we uiteindelijk in een asielzoekerscentrum in Nederland aankwamen, hadden we alleen de kleding die we droegen. We moesten helemaal opnieuw beginnen in dat vreemde, koude land, waarvan ik niets meer wist dan dat ze er kaas aten en er tulpen groeiden. Ik sprak de taal niet, kende niemand en ik wist niks. Ik voelde me erg alleen.”

Met open armen ontvangen

“Ik ben ongelooflijk goed opgevangen door de Nederlanders. Met open armen, echt. Ze hielpen me met alles, gaven ons kleding bijvoorbeeld. In de vijf verschillende AZC’s door het hele land, door mensen die ik heb leren kennen via de taallessen en door de stichting Buddy to Buddy die me koppelde aan anderen, zodat ik wegwijs werd gemaakt. Ik deed ongelooflijk mijn best om de taal te leren en zo makkelijker te integreren. Het was moeilijk, maar het is me wel gelukt. Ik heb ook flink wat Nederlandse vrienden kunnen maken, ze voelen als mijn nieuwe familie want mijn eigen familie heb ik in Sudan moeten achterlaten.”

“Toen ik vorig jaar hoorde dat mijn man nog in leven was en hij naar Nederland kon komen met behulp van verschillende instanties, was ik zo blij dat de tranen over mijn wangen stroomden. Net zoals toen ik hem op Schiphol na al die tijd eindelijk weer tegen me aan kon drukken en ik zag hoe mijn kinderen hem knuffelden.”

Vrijheid

“In Sudan had ik het gevoel dat wij er niet bij hoorden. Dat gevoel heb ik hier niet. Hier heb ik vrijheid en voel ik me veilig omdat ik mezelf kan zijn. Daar had ik het gevoel dat er elk moment iemand kon binnendringen en ons mee kon nemen, zoals dat ook bij mijn man is gebeurd. Mijn kinderen zagen alles en herinneren zich dat nog steeds, het was verschrikkelijk. Ik ben dankbaar dat ik zo welkom ben in Nederland.”

“Mijn kinderen doen het heel goed, mijn oudste gaat na de zomervakantie naar de havo. Ze hebben zich heel snel de taal eigen gemaakt. Ze hebben veel meegemaakt, maar hier kunnen ze gewoon kinderen zijn. Hun toekomst ligt hier. Ook ik heb mijn plek hier gevonden. Ik heb het gevoel dat ik thuis ben. Ik heb een leuke baan in de zorg, in een verpleeghuis. Vooral het afgelopen jaar vond ik het extra bijzonder dat ik iets voor een ander mens kon betekenen. De bewoners van het huis mochten geen bezoek meer ontvangen, wij – het verzorgend personeel – waren op dat moment alles voor ze. Ik vind het fijn dat ik iets terug kan doen voor alle hulp die ik zelf heb mogen ontvangen.”

 

‘Ik brak met mijn ouders, zodat ik gelukkig kon zijn’

Soraya Dingler (28, zorgmedewerker) groeide op bij de Jehova’s getuigen, maar werd verstoten omdat ze lesbisch was.

“Mijn ouders waren Jehova’s getuigen, als kind ben je dat dan automatisch ook. Als baby werd ik zelfs al langs de deuren meegenomen om het geloof te verkondigen. Toen ik iets ouder was, moest ik dat zelf ook doen. Als ik bij klasgenoten aan de deur stond, schaamde ik me zo dat ik snel zei: ‘Kom je buitenspelen?’ De echte reden van mijn komst slikte ik dan in. Het geloof werd er bij mij echt in gestampt. Drie keer per dag bidden voor de maaltijden, naar kerkdiensten, langs de deuren en bijbelstudie. We waren er non-stop mee bezig.”

Strikte regels

“Verder leefden we met strikte regels. We deden niet aan feestdagen zoals Kerst, Pasen en sinterklaas. Mij werd al heel snel verteld dat sinterklaas niet bestaat en dat het raar was dat anderen daar wel in geloofden. Het was ook niet de bedoeling dat ik naar verjaardagspartijtjes ging, of een traktatie in de klas aannam. Als klein kind was ik het zo gewend dat ik het als normaal heb ervaren. Maar hoe ouder ik werd, hoe meer ik dacht: Wat zijn we in vredesnaam aan het doen? Ik was een puber in de brugklas, maar mocht niet naar de schoolfeesten. Ik voelde me een outsider als ik weer moest uitleggen waarom ik bepaalde dingen niet mocht. Ik vond dat vreselijk. ‘Ga maar wat met je vrienden van het geloof doen,’ zeiden mijn ouders dan. Je leeft niet voor jezelf, je leeft voor Jehova. Onder groepsdruk heb ik me zelfs op mijn vijftiende laten dopen. Het voelde alsof ik niet meer terug kon.”

“Toen ik erachter kwam dat ik meer voor vrouwen voelde dan voor mannen, kreeg ik het geestelijk steeds zwaarder, omdat ik mijn identiteit probeerde te verbloemen. Wat ben ik en wat wil ik daarmee? Ik moest dat onderzoeken, zonder dat mijn ouders daarachter kwamen. Dat mislukte. Ze kwamen er toch achter dat ik met een meisje had gezoend. Ik werd voorgeleid naar de ouderling van de kerk, die een pittig gesprek met me aanging om me op andere gedachten te brengen. Mijn ouders stelden me uiteindelijk voor de keuze: óf je doet niks met je gevoelens óf je stapt uit de kerk. Dan is het gevolg wel dat je ons ook niet meer zult zien. Voor mij was het duidelijk, ik moest voor mezelf kiezen. Ik kon mezelf niet verloochenen. Het gevolg was dat ik werd uitgesloten van de kerk en mijn ouderlijk huis werd uitgezet. Gelukkig kon ik bij een vriendin terecht. Later zocht ik een baan, zodat ik een kamer kon huren. Natuurlijk vond ik het vreselijk dat ik mijn ouders niet meer kon zien, maar ik wilde ook niet ongelukkig worden voor de rest van mijn leven. Bij deze club wilde ik niet meer horen, ik wil gaan voor mijn eigen geluk.”

Hun leven

“Ik heb mijn ouders nooit wat verweten. Het is hun leven, ze weten niet beter. Dat geloof is hun alles. Sterker nog: voor mij was het ook logisch dat dit de consequentie was van mijn keuze. Emoties toon je binnen het geloof nauwelijks, dat deed ik hierover ook niet. Sporadisch zocht mijn moeder wel eens contact over de app. Dan vroeg ze naar mijn werk of studie, nooit naar mij. Toen ik vorig jaar na de begrafenis van mijn oma als enige niet meegevraagd werd naar het eten na de plechtigheid, besloot ik het contact totaal te verbreken. Ik kies voor mezelf en ik wil deze negatieve mensen niet meer om me heen.”

“Ik heb een goede baan, lieve mensen om me heen, een leuk huis en een fijne relatie. Ik ben blij dat ik sta waar ik nu sta. En ik hoop met mijn verhaal anderen te inspireren die ook op een of andere manier worden belemmerd om zichzelf te kunnen zijn. Ik wil graag de hoop geven dat alles wel goed komt. Hoe dan ook.”

‘Mijn mannelijke alter ego laat zien hoe ik me van binnen ook voel’

Lilia Scheerder (35, kunstenaar) is dragking en treedt op onder de naam Antoine Panaché.

“Een mannelijke en een vrouwelijke kant, ik heb ze allebei. Soms voert de één de boventoon, soms de andere. Ik voel me niks en tegelijkertijd allebei. Het personage Antoine heb ik gecreëerd om uiting te geven aan die mannelijke kant. Door hem een gezicht te geven ben ik dragking geworden.”

“Performen deed ik al vanaf mijn achttiende. Ik ben al met verschillende personages het toneel op gedoken. Die hadden dan meestal een komische insteek. Ik was bijvoorbeeld hiervoor een heel extraverte vrouw op het podium. Met Antoine is het anders. Hij voelt veel persoonlijker en gaat veel verder dan een typetje, hij is een alter ego.”

Borsten afbinden

“Antoine ontstond toen ik een avond in mijn atelier aan het werk was. Ik wilde een foto maken met een ouderwetse typemachine in de hoofdrol. Ik begon erop te tikken en hoorde dat er muziek in zat. Ondertussen zag ik in mijn atelier ook een kostuum hangen en dacht ik: wat ik nou eens met dat kostuum aan muziek ga maken? Ik trok mijn kleding uit, ik bond mijn borsten af met verband en stopte een sok in mijn onderbroek. Ik trok het pak aan en begon foto’s te maken. Antoine begon muziek te maken. Dit was de geboorte van mijn alter-ego. Het voelde heel organisch. Alsof iets dat ik altijd al in me had er eindelijk uit kwam.”

“Ik ben op gaan treden met een eigen repertoire en later met playbacknummers. We hebben al op veel podia mogen staan en hij heeft steeds meer vorm gekregen. Hij is de personificatie van wat ik mannelijk vind. Geen machoman, maar eerder een ouderwetse filmster uit de silent movies van honderd jaar geleden, een persoon die lijkt qua uiterlijk lijkt op Charlie Chaplin of Buster Keaton.”

Antoine

“Hij is iemand die met grote verbazing kan kijken naar de huidige maatschappij. Een outsider. Zo laat mijn alter ego zien hoe ik me ook diep van binnen voel. Ik vind bij anderen gemakkelijk aansluiting, maar voel mij er nooit volledig bij horen. Antoine is mijn metafoor.”

“Antoine voelt als iets dat ik moet doen. Als ik een tijdje niet in zijn huid ben gekropen, begint het te kriebelen. Daarom had ik het zwaar het afgelopen jaar, omdat er maar weinig optredens in mijn agenda stonden. Ik besloot mezelf toch af en toe te transformeren. Met hem nam ik allerlei videoclips en performances op die ik online zette. Zo kon ik hem af en toe toch zijn.”

Fans

“Want fans – of liever zeg ik ‘geïnteresseerden’ – heeft hij zeker. Ik krijg complimenten en vrouwen flirten met hem en homoseksuele mannen ook, al is Antoine heel bescheiden en heeft hij dat nauwelijks door, net zoals Lilia. Hij is extreem verlegen, daarom moet ik er om lachen. Na een optreden kwam er een man naar me toe die zei: ‘Ik weet dat je een vrouw bent en ik niet op vrouwen val, maar ik vind je als Antoine heel aantrekkelijk.’ Ik moet erom lachen en vind het vleiend. In principe begeef ik me als Antoine niet in het dagelijks leven. Ik ga niet in drag even een boodschap halen ofzo. Maar ik heb wel een keer als hem op het terras gezeten. Een vriendin vroeg of ik met haar mee ging. Ik liep nog in mijn kostuum na een optreden, dus wilde me in eerste instantie om gaan kleden. Ze zei: waarom ga je niet zo mee? Ik vond het wel grappig. Niemand reageerde eigenlijk verbaasd. Het was wel Roze Woensdag, dus ik denk dat het niet zo vreemd was dat ik verkleed aan de wijn zat.”

Lees de rest van deze portretten op 30 juni in het 1000e nummer van Flair.

Tekst: Merel Brons | Fotografie: Esmee Franken | Visagie: Maaike Beijer