Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > ‘Mijn kind (2) was kwijt en een kwartier lang dacht ik dat hij dood was’

‘Mijn kind (2) was kwijt en een kwartier lang dacht ik dat hij dood was’

‘Mijn kind (2) was kwijt en een kwartier lang dacht ik dat hij dood was’

Ik dacht dat mijn leven voorbij was. Ik moest kotsen, ik rende en ik gilde. ‘Bodi! Bodi!!! Bodi, waar ben je!!!!!’. Ik was Bodi kwijt en ik dacht dat hij door de voordeur naar buiten was geglipt toen ik twee seconden niet oplette.

Ik was aan het koken en Daaf wilde meehelpen met afwassen, dus die zat aan de andere kant op het aanrecht. Het vuur stond nog niet aan, ik had alleen de stoommachine voor hun groenten aangezet. De pannen was ik nog aan het pakken. Toen ging de bel: een gigantisch groot pakket werd bezorgd. Ik sjouw de doos mee naar binnen en doe daarna de voordeur weer dicht.

Weggelopen

Dan zie ik Bodi opeens nergens meer. Niet voor de televisie met Paw Patrol, waar hij normaal wel voor blijft staan. Ik zie hem niet achter de bank, bij het speelgoed, nergens. Ik ren naar boven: niet op zijn slaapkamer, niet op onze slaapkamer, niet in de badkamer. De paniek slaat toe. Is hij naar buiten geglipt toen ik een paar tellen die voordeur open had? Het moest haast wel, want waar is hij dan opeens? Ja, hij is naar buiten gerend toen hij zijn kans zag. En ik heb het niet gemerkt. Een angst overvalt me die ik nog nooit zo heb ervaren. Mijn peuter is weg. Mijn kind is kwijt.

Ik bel mijn man op en hij zegt, ga gelijk in het park zoeken, achter ons huis! Daar zijn namelijk heel veel vijvers. Mijn grootste nachtmerrie is dat Bodi daar ergens in het pikdonker loopt en in het water valt. Dan zinkt hij binnen een paar tellen naar de bodem. Ik weet niet wat ik met Daaf moet, kan in alle paniek mijn sleutels niet vinden. Ik breng Daaf bij de buren en roep alleen maar, ‘Bodi is weg!’ Gelijk gaan de buren mee helpen zoeken. De hele straat zoekt binnen een paar minuten mee. Mensen die gewoon op straat voorbij lopen, hou ik aan en ik roep, help mee zoeken naar mijn kind!!! Iedereen helpt. Ik zie hem nergens. Ik schijn met de zaklamp van mijn telefoon op de vijver die het dichtstbij ons huis is. Zoekend naar mijn jongen. Ik moet bijna kotsen, ik kan niet meer nadenken. Nog iemand wil helpen zoeken en vraagt aan me: ‘Hoe ziet ze eruit?’. Ik kan niet meer uitleggen dat het om een jongetje gaat. ‘Ze is blond’, zeg ik, volledig in shock. In de war. Alles draait. ‘Wat gebeurt er? Dit gebeurt niet echt!’, gil ik tegen niemand. Ik bel 112.

Ik hoor de vrouw van de politie amper. Ze vraagt wat er is. ‘Ik ben mijn kind kwijt, kom alsjeblieft helpen zoeken met grote lampen in het park!’. Ze vraagt waar ik woon. ‘Bussum!’, roep ik. Ik ren verder en kijk en ren. Ik hoor weer een stem in mijn telefoon. ‘Waar woon je?’. In BUSSUM!’, schreeuw ik, maar ik snap op dat moment niet dat ze een straatnaam nodig heeft. Ik functioneer niet meer. Ze vraagt wat hij aanheeft en hoe hij eruit ziet. Opeens weet ik dat niet meer, welke trui en welke broek droeg hij vandaag? Had hij schoenen aan? Ik heb geen idee. Ik ben mijn kind kwijt. En ik denk dat hij dood is. Dat hij verdronken is in die vijver achter ons huis.

Met een zaklamp zoeken bij de vijver

Mijn leven trekt me aan me voorbij. Ik wil niet meer leven, denk ik, zonder Bodi. Het is mijn schuld dat mijn kind dood is. Omdat ik niet oplet. Dan groeit Daaf op als tweeling van wie er een niet meer leeft. Rampscenario’s spelen zich in mijn hoofd af: ik zie me zometeen met grote zwaailichten van de politie dat hele park doorgaan, op zoek naar een drijvend kinderlijf. Ik kan niet meer. Ik word benauwd en het wordt zwart voor mijn ogen. Dan ren ik terug naar huis, nog een keer naar boven. ‘Bodi!!!!’ Bodi!!!!!!!’. Ik ren naar zolder, ik weet niet eens meer waarom. Het traphekje staat open. Ik zie hem zitten, met zijn broekje omlaag, in zijn romper en luier, op het potje. ‘Mama?’, zegt hij.

Ik barst in tranen uit. Ik val hem om zijn nekje en kus hem. Er is niets met hem aan de hand. Ik ren met hem in mijn armen naar beneden naar de buren en laat iedereen weten dat hij er is. Ik sta huilend in onze straat met een nietsvermoedende jongen in mijn armen. Daaf wordt thuisgebracht. Die had het wel leuk bij de buren thuis. Mijn man komt thuis en hoe erg hij het ook voor mij vindt, hij snapt het niet helemaal. Want hij heeft die angst van een kwartier lang niet gevoeld zoals ik. Hij scheen niet met zijn zaklamp op het water om te kijken of hij daar een dood kind zag. Hij zegt: ‘Maar alles is toch goed met Bodi?’. Ja, denk ik. Maar niet met mij. Want voor mij stond even de wereld stil.

Het is het ergste gevoel dat ik ooit heb meegemaakt. Dagen later schrijf ik dit en het gaat nog niet goed met me. Ik heb een trauma. Het doet me denken aan andere ouders, van wie hun kind langere tijd vermist is, ontvoerd is of doodziek is. De pijn die je voelt als moeder als je zoiets overkomt, is onbeschrijfelijk. Alsof je zelf direct sterft. Mijn hart gaat uit naar al deze moeders, want met mijn zoon was niets aan de hand, uiteindelijk. Hij zat gewoon op zolder verstopt. Maar ik dacht minutenlang dat ik hem voor altijd kwijt was. Dat mijn leven over was. Dat is een pijn en een paniek die onherkenbaar is, die ik nooit meer ga vergeten. Ik kijk al een paar nachten wel acht keer bij zijn bedje om te zien of hij lekker slaapt. Ik ben nog nooit zo vreselijk bang geweest als in dat kwartier.

Kus je kind extra veel, vanavond. Niets is vanzelfsprekend.

Volg mijn peuteravonturen op Instagram:

 

View this post on Instagram

 

A post shared by TESS (@tessaheinhuis)

Tessa Heinhuis (32) is managing editor van Flair Online en ze woont in Bussum. Samen met haar man Billy heeft ze een tweeling, Bodi en Daaf (2).