Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Miljuschka Witzenhausen > Oma Miljuschka brandt met kerst kaarsjes voor dierbaren: ‘Ook voor hem. Hij blijft toch m’n kind’

Oma Miljuschka brandt met kerst kaarsjes voor dierbaren: ‘Ook voor hem. Hij blijft toch m’n kind’

Miljuschka Witzenhausen
Oma Miljuschka brandt met kerst kaarsjes voor dierbaren: ‘Ook voor hem. Hij blijft toch m’n kind’

Miljuschka Witzenhausen (34) is tv-kok, presentatrice en culinair blogger. Ze woont samen met Philip en heeft twee kinderen, Rembrandt (8) en Felina (6), uit haar huwelijk met kunstenaar Tycho Veldhoen. Elke week schrijft ze in Flair over haar rollercoasterleven.

“Net als ik met mijn handen in het deeg sta, gaat de bel. Ik verwacht geen visite. Sterker nog, ik heb geen tijd voor visite. Ik moet nog zo veel doen. Ik veeg mijn handen af aan mijn schort en loop naar de deur. Als ik die opendoe, zie ik twee blije gezichten. ‘Ik dacht, we komen je even helpen’, zegt mijn moeder lachend. Naast haar staat mijn oma. Op haar rollator staat een prachtige kerstster. Ze brengt me er ieder jaar een. Ze is dol op planten, want ‘het geeft een beetje kleur aan je huis’. Felrode bloemen rusten op een zacht bedje van groene bladeren. De kleuren van kerst. ‘Ik dacht met die boerderij en zo, zal je wel genoeg planten hebben. Maar ja, ik geef ’m elk jaar dus heb ik ’m toch maar voor je meegenomen.’ ‘Ik ben er heel blij mee, oma. Kerst zou kerst niet zijn zonder jouw kerstster.’

‘Zeg maar wat we kunnen doen’, zegt mijn moeder zodra ze de keuken in loopt en ze direct begint de berg afwas weg te werken, waar haar oog op valt. ‘Geef mij maar effe een aardappelmesje’, zegt mijn oma met een knik naar de berg appels die op tafel ligt. Als een geoliede machine zijn we aan het werk. Het is zo heerlijk vanzelfsprekend.

‘In de ogen van mijn oma staat de pijn van een moeder die haar jongetje ergens onderweg naar volwassenheid is kwijtgeraakt’

‘Wat hebben jullie gedaan vandaag?’, vraag ik. ‘We zijn even naar de kerk geweest om een kaarsje te branden’, antwoordt mijn oma. Haar moeder was overtuigd communist en had haar geleerd dat geloof ‘opium voor het volk’ was, maar zij ging trouw ieder jaar naar de kerk om een kaarsje te branden voor haar dierbaren. ‘Ook voor hem, natuurlijk.’ Met hem bedoelt ze haar oudste zoon Willem, die in het gevang zit. ‘Hij blijft toch me kind. Hij heb ze eige ook niet gemaakt’, zucht ze in onvervalst plat Jordanees.

Ze is 84 en haar kind allang geen kind meer. ‘Ik heb voor hem maar een extra kaarsje gebrand’, fluistert ze en staart wezenloos voor zich uit. In haar ogen staat de pijn van een moeder die haar jongetje ergens onderweg naar volwassenheid is kwijtgeraakt. Het jongetje dat een weg insloeg, waar zij hem niet kon volgen, wat leidde naar de destructiviteit waarvoor ze hem niet kon behoeden. ‘En baat het niet dan schaadt het niet’, vervolgt ze met een nuchterheid waarmee ze elk verdriet in haar leven het hoofd wist te bieden. ‘Ik vind het heel naar voor je, oma.’ ‘Het is nu eenmaal, zoals het is’, antwoordt ze berustend. Het is haar kracht dat ze het leven kan nemen zoals het komt. Daarin is ze mijn grote voorbeeld. ‘Sorry,’ zegt ze, ‘ik wil de stemming niet bederven.’ ‘Ben je mal. Dat hoort ook bij kerst. Denken aan en om je naasten. En dat is wat je doet. Daar hoef je je niet voor te verontschuldigen.’

De kinderen zijn inmiddels naar beneden gekomen en vervangen de weemoed door vreugde. ‘Oma! En omie!’, roepen ze blij en vliegen ze om beurten in de armen. Al gauw ben ik mijn moeder uit de keuken kwijt. Zij zit met Felina op een deken op de grond die de arrenslee van de Kerstman voor moet stellen. Ze doet haar best er niet uit te vallen, terwijl ze met haar naar de Noordpool reist om de Kerstman te redden van boosaardige boeven die het op zijn cadeautjes voorzien hebben.

‘Trots ben ik op de vier generaties die wij zijn’

Rembrandt heeft zich omie toegeëigend, die hij tevergeefs probeert een spelletje op zijn telefoon uit te leggen. ‘Omie, let nou even goed op!’, hoor ik hem moedeloos zeggen. ‘Ach, jongen. Daar begrijpt een oud mens als ik toch geen snars van’, probeert ze ervan af te komen. Maar hij houdt vol. Ze kan niet aan hem ontkomen. Het is zijn moment met haar. Ze hebben een bijzondere band. De eerste maanden na zijn geboorte heeft hij dagelijks uren in haar armen gelegen, omdat hij bij haar wel stil werd. Ze heeft een bijzondere gave. Geef haar een baby in haar handen en die stopt met huilen. Ik denk dat het die moeiteloze acceptatie van het leven is, die kinderen voelen en rust geeft.

De keuken geurt heerlijk naar alles wat ik aan het bakken ben. Uit de woonkamer klinkt het gelach van de kinderen. Ik realiseer me hoe gelukkig ik ben. Met een dienblad met thee, zojuist gebakken kerstkoekjes en tulband loop ik naar de kerstboom. Trots ben ik op de vier generaties die wij zijn. ‘Pauze!’, roep ik, en met zijn allen gaan we rond de kerstboom zitten. ‘O, ik heb nog wat voor je’, zegt mijn moeder en loopt naar haar tas. Ze komt terug met in haar handen een vergeeld klein doosje. Ik herken het onmiddellijk. ‘Koosje!’, roep ik uit. Voorzichtig haal ik haar uit haar bedje. Het is een prachtig gekleurd vogeltje van glas voor in de kerstboom. Parelmoer paars, geel en roze met een staartje van paardenhaar. Mijn moeder heeft hem van mijn oma gekregen en zij heeft hem weer aan mij gegeven. ‘Wat goed dat je die hebt bewaard! Die was ik in de verhuizing anders zeker kwijtgeraakt.’

‘Mijn kerst is compleet’

De kinderen staan om haar heen. Ze kennen Koosje en weten hoe voorzichtig ze met haar moeten zijn. ‘Mag ik haar in de kerstboom doen?’, vraagt Felina. ‘Ja hoor’, zeg ik. ‘Denk je niet dat het tijd is?’, vraagt mijn moeder. ‘Ze zijn er nu oud genoeg voor.’ ‘Ja, eigenlijk wel, hè’, zeg ik. ‘Mogen wij Koosje nu hebben!?’, roept Rembrandt uitgelaten. Ze kijken al jaren uit naar dit moment. ‘Ja’, zeg ik. ‘Het wordt tijd dat jullie de zorg voor het vogeltje op jullie gaan nemen.’ Twee kleine koppies kijken me trots aan. Ze voelen zich nu zo groot. Met de grootste zorg hangen ze Koosje in de kerstboom. Felina houdt het takje vast en Rembrandt zet de vogel erop. Ik geniet. Geniet van de saamhorigheid die kerst brengt.

Lees ook
Miljuschka over haar kinderen: ‘Ik ben met stomheid geslagen’

Dan is het tijd voor een versnapering. Allemaal zetten we onze tanden in een warm stuk tulband als ik gekrab aan de deur hoor. ‘Poezebeest!’ Poezebeest is weer terug van weggeweest! Ik ren naar de deur, sluit hem in mijn armen en woel met mijn neus door zijn dikke, rode vacht. Nu is mijn kerst helemaal compleet.

Deze column van Miljuschka komt uit Flair 50/51. Deze editie ligt vanaf 18 december in de winkels. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen kan hier.

Beeld: Bart Honingh voor Flair

Shoppen is altijd een goed idee