Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Marije Veerman > Marije: ‘Hoe langer die file duurde, hoe harder dat stemmetje in mijn hoofd begon te zeuren’

Marije: ‘Hoe langer die file duurde, hoe harder dat stemmetje in mijn hoofd begon te zeuren’

Marije: ‘Hoe langer die file duurde, hoe harder dat stemmetje in mijn hoofd begon te zeuren’

Marije Veerman (38) woont met Franklin (38), zoon Kyano (13) en dochter Liv (9) in Purmerend.

Schuldgevoel

Soms kijk ik om me heen en vraag ik me af of anderen dit ook hebben. Dat constante gevoel dat je tekortschiet. Als vriendin, vrouw, moeder, hoofdredacteur, dochter, collega en ga zo maar door. Er is altijd dat stemmetje ergens in je achterhoofd, zeurderig en dwingend om je te vertellen dat je meer had kunnen doen, beter had gemoeten.

En hoezeer ik ook mijn best doe om er geen aandacht aan te besteden, mezelf toespreek dat ik niet overal tegelijk kan zijn, niet iedereen tevreden kan stellen, dat stemmetje heeft de neiging om diep in mijn geest door te dringen en zich daar te nestelen om aan m’n zelfvertrouwen te gaan knagen.

Gisteren nog, in de file. Het was een week propvol afspraken geweest. Een week van deadlines op het werk, beoordelingsgesprekken, de toetsweek van Kyano… Vandaag was de dag waarop ik eerder thuis zou zijn, had ik beloofd. Zodat ik Kyano kon helpen met het schrijven van een recensie en Liv met haar spreekbeurt.

Ik vind het hele principe van een spreekbeurt op de basisschool sowieso een crime. Het idee van zo’n hummel die voor een klas vol starende ogen haar verhaal moet oplepelen, zorgt er al weken voor dat de knoop in mijn buik groter wordt naarmate de spreekbeurtdatum nadert. Ieder jaar weer zegt Liv dat ze niet zenuwachtig is. Dapper, met rechte rug.

Tot ze op de dag zelf naar school loopt. Als ik haar hand net iets steviger dan anders in de mijne voel knijpen en het hoge woord er uiteindelijk uitkomt: “Ik heb echt geen zin, mama.”  Ik weet heus wel dat het erbij hoort. Dat het ongetwijfeld heel pedagogisch verantwoord is. Het overwinnen van angsten, praten voor een groep… maar als moeder zou ik haar het liefst in mijn armen nemen en zeggen: “Je hoeft niet, hoor.”

File

Maar er was dus die file, een ellenlange file. Hoe langer die duurde, hoe harder dat stemmetje in mijn achterhoofd begon te fluisteren. Dat ik eerder had moeten weggaan, dat ik door die stomme file weer laat thuis zou zijn. Dat ik geen boodschappen had gedaan, de handdoeken niet in de droger had gegooid en ook nog was vergeten die mail te sturen naar een collega die erop zat te wachten.

Toen de file nóg langer duurde, dacht ik ook nog even aan mijn moeder die de avond ervoor een heel verhaal had verteld, waar ik volgens mij nauwelijks op had gereageerd. Had ik eigenlijk wel iets gezegd?

Lees ook:
Marije: ‘Een doorgestuurd bericht van een vriendin van een verpleegster is geen sterke bron’

Toen ik na een file van anderhalf uur eindelijk thuis was, de auto parkeerde en naar de deur liep, was de zwaarte van het schuldgevoel bijna tastbaar. Ik stak de sleutel in het slot en op het moment dat ik de deur opende, kwam Liv vanuit de gang al aangerend en sloeg haar armen om mijn middel.

Dat ze al heel ver was met haar spreekbeurt. Eenmaal binnen brandde de haard, zat Kyano aan de keukentafel aan zijn huiswerk en haalde Franklin – en nu wordt het bijna een Jumbo-reclame – de zalm uit de oven. De wereld werd lichter. Ik werd lichter. Het stemmetje hield abrupt zijn mond en ik wist: niemand is onmisbaar.

Alle columns van Marije lees je op onze website. Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.