Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Marije: ‘Ik vertelde de kinderen maar wat het was: het bed van onze bovenburen. Ze vroegen niet door’

Marije: ‘Ik vertelde de kinderen maar wat het was: het bed van onze bovenburen. Ze vroegen niet door’

Marije: ‘Ik vertelde de kinderen maar wat het was: het bed van onze bovenburen. Ze vroegen niet door’
Marije Veerman (38) woont met Franklin (38), zoon Kyano (13) en dochter Liv (9) in Purmerend.

De bovenbuurman

Op vakantie hadden we een paar dagen een buurman in het appartement boven ons huisje. Een echte Italiaan met glad haar, een zongebruinde huid en een flinke babbel. Vanaf zijn minibalkon keek hij uit op delen van onze tuin. In de ochtend, wanneer de rest van het gezin nog lag te slapen, lag ik vaak al met een croissant op ons ligbed in het gras. Dan zag ik hem al bellend heen en weer lopen op zijn balkon van één bij één. Hij sprak in rap Italiaans, inclusief handgebaren. Ik had dan altijd een beetje met hem te doen. Het zag er zo gestrest uit op een moment van de dag waarop ik op mijn meest relaxed was.Om acht uur ’s ochtends hoefden er nog geen tassen voor het strand te worden ingepakt en geen kinderen van hun iPad te worden getrokken. Dan konden er nog geen zwembroeken, Donald Ducks of opblaasbanden worden vergeten. Dan was het alleen maar ik, de zee en mijn ontbijtje. En de bovenbuurman dan, vooruit. Ik was wel nieuwsgierig wat hij hier deed. Alleen op vakantie? Of was hij hier misschien voor zijn werk?

Op een avond zagen we hem op zijn balkonnetje zitten met een vrouw met lange bruine lokken. Samen zaten ze aan de wijn. Ze lachten. Waar zou hij haar hebben ontmoet? Ik kreeg spontaan zelf ook zin in een romantische avond, maar mijn kinderen dachten daar anders over: “Moeten we naar bed? Hoezo? Het is toch vakantie.” Toen ze bijna anderhalf uur later eindelijk in hun bed lagen, ging ik nog even langs om ze een knuffel te geven.

En toen hoorden we het. Een luid, monotoon gekraak en gepiep. Ik was even net zo verbaasd als zij. Wat was dit in vredesnaam? Ik weet nu waarom ik niet meteen de link legde: omdat het zo verschrikkelijk monotoon en constant klonk dat het haast machinaal leek. Maar goed, het kwartje viel. De bovenbuurman had zijn date verplaatst naar de slaapkamer. Naar zijn bed om precies te zijn. Ik vertelde de kinderen maar wat het was: het bed van onze bovenburen. Ze vroegen niet door.

In de tien minuten die volgden, zat ik met Franklin alleen maar gebiologeerd naar het geluid te luisteren. Het klonk zo gehaast. Van een eigen romantische avond kwam vervolgens niets meer terecht. Blijkbaar doet een slecht voorbeeld niet goed volgen.

Lees ook:
Marije de mist in: ‘Ik voelde me verschrikkelijk en riep alleen maar ‘nee, nee, nee”

De bovenbuurman had er allerminst last van. Rond twee uur ’s nachts begon het monotone gekraak weer. Het hield vijf minuten aan. ’s Ochtends om zeven uur idem. Jaloezie (vanwege de frequentie) en medelijden (vanwege het gebrek aan fantasie) vochten om de overhand. Ik stootte Franklin aan. “Schat, ze zijn al weer bezig.” Als antwoord draaide hij zijn rug naar me toe en mompelde: “Het is zeven uur ’s ochtends.” Toen ik tegen negenen naar de bakker was geweest en met mijn croissant op het ligbed plofte, spiekte ik toch even naar boven. Hij zat al aan zijn bistrotafeltje, een beker koffie voor zijn neus. De vrouw was in geen velden of wegen te bekennen. Hij haalde even een hand door zijn haar. Eén ding was zeker: hij zag er een stuk meer ontspannen uit.

Deze editorial van Marije lees je in Flair 34-2021. Dit nummer ligt nu in de winkel. Liever thuis laten bezorgen? Bestellen kan hier.

fotografie Esmée Franken