Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Marije: ‘Dit moest zo’n dag worden waaraan we in de winter nog terugdachten’

Marije: ‘Dit moest zo’n dag worden waaraan we in de winter nog terugdachten’

Marije: ‘Dit moest zo’n dag worden waaraan we in de winter nog terugdachten’

Marije Veerman (38) woont met Franklin (38), zoon Kyano (13) en dochter Liv (9) in Purmerend.

Naar zee

Het zou de laatste zomerse dag van het jaar worden. Zevenentwintig graden, zelfs aan zee. Na een kwakkelzomer voelde het als een cadeau. Helemaal omdat ik geheel toevallig nét mijn vrije dag had. Eén ding was zeker: die middag zou ik aan het strand liggen. Kyano had een voetbalwedstrijd en bovendien  “niet zo’n zin”. Liv keek bedenkelijk.  “Maar mama, dan kan ik dus na schooltijd niet buiten spelen?”  Ik ratelde iets over de laatste keer zwemmen, softijs met spikkels eten en boekjes lezen op het strand. Ze haalde haar schouders op.  “Nou oké, dan gaan we wel.”Om twee uur stond alles klaar in de gang. De strandstoeltjes, de koeltas, handdoeken en bikini’s. Dit moest zo’n dag worden waaraan we in de winter nog terugdachten.  “Weet je nog, die keer in september dat we gewoon na schooltijd naar het strand konden rijden en nog tot acht uur bleven hangen?”Het was half drie toen we linksaf sloegen naar Castricum aan Zee. Eén over half drie toen ik een enorm lint auto’s zag stilstaan. Het was iets waar ik geen rekening mee had gehouden. Niet op een doordeweekse dag om half drie ’s middags. Ik checkte snel mijn iPhone. Achtenvijftig minuten zou de file duren. Auto’s voor me begonnen te keren. Mijn brein werkte razendsnel.

Dan maar naar Egmond aan Zee, vanaf hier nog twintig minuten rijden, maar alles beter dan een uur file. “Gaan we nu naar huis?” vroeg Liv. Ik weet niet of haar stem hoopvol of teleurgesteld klonk. Ik keerde en we waren weer op weg. Het was drie uur toen we Egmond binnenreden en vrijwel meteen een auto zagen die zou vertrekken. Wat een mazzel, meteen een plek.

Het duurde alleen te lang voordat ze wegreden. Tijd waarin ik begon te twijfelen. Waren op dit stukje strand wel strandtenten? Was het verderop niet leuker? Voor ik het wist, duwde mijn voet alweer tegen het gaspedaal. Hoogmoed komt voor de val zeggen ze weleens.

Pas toen ik verder reed, zag ik hoe druk het was. Een hele sliert auto’s op zoek naar een plek. Heen en terug. Ik zag vrouwen uitstappen om badgasten met stoeltjes en verwarde haren onderweg naar hun auto aan te spreken. We reden rondje na rondje. Ik werd wanhopig en oké, ongelofelijk geïrriteerd.

Lees ook
Marije: ‘Liv was in tranen: ‘Mama, het lukt me gewoon niet om de groene vinkjes te krijgen’

Elke keer als er badgasten vertrokken op het moment dat ik langsreed, zag ik al een vrouw naast de plek gebaren dat de plek voor haar was. Haar man knipperde aan de overkant met zijn lichten ter ondersteuning van haar claim. Maar toen! Net op het moment dat ik tegen Liv zei dat we aan ons laatste rondje begonnen en anders gewoon huiswaarts zouden keren, hadden we eindelijk geluk.

Een auto vertrok en niemand zag het, behalve wij. Het was vier uur toen ik met het zweet op mijn voorhoofd, twee strandstoeltjes, een rieten tas en een koeltas op het strand plofte.  “Nu eerst de zee in, mama!” Daar stonden we. Twee uur later. Haar hand voor de gelegenheid weer even in de mijne. Onze tenen raakten de zee. We keken naar het water en ik voelde puur geluk. We zetten één stap in zee en toen zag ik het: het water was vergeven van de kwallen.

Marije Veerman, hoofdredacteur Flair

Deze column van Marije Veerman en veel meer lees je in Flair 38-2021. Dit nummer ligt nu in de winkel. Liever thuis laten bezorgen? Bestellen kan hier. Wil je meer columns van Lisanne lezen? Klik dan hier.