Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Marije: ‘Alleen op een verlaten plek, in een vreemd land, kwam er een man naar me toe’

Marije: ‘Alleen op een verlaten plek, in een vreemd land, kwam er een man naar me toe’

Marije: ‘Alleen op een verlaten plek, in een vreemd land, kwam er een man naar me toe’

Marije Veerman (38) is hoofdredacteur van Flair en woont met Franklin (38), zoon Kyano (13) en dochter Liv (9) in Purmerend.

Vorige week vertelde ik al over een reis die ik op mijn eenentwintigste met een vriendin had gemaakt toen ik voor mijn studie in Zuid-Afrika woonde. De start verliep niet geheel vlekkeloos, maar het was om nóg meer redenen een nogal memorabele reis. Smartphones bestonden nog niet, dus we gebruikten een wegenkaart om de weg naar onze eindbestemming, Tofu Beach, te vinden. De zandweg waarop we reden, moest volgens de kaart uiteindelijk op de juiste weg uitkomen. Vol goede moed en in opperbeste stemming reden we door, maar de weg werd steeds smaller, tot eigenlijk alleen onze auto er nog op paste. Vertwijfeld vroegen we ons af of dit ooit goed zou komen, maar volgens de kaart klopte het echt. Achteraf bezien waren we toen natuurlijk al at the point of no return. Als we teruggingen, zouden we zeker anderhalf uur bezig zijn, nog los van de vraag hoe we in vredesnaam moesten keren. Dus reden we door. Met zenuwen in onze buik. De weg werd hobbeliger, met hier en daar flinke kuilen waardoor we stapvoets moesten rijden.

Vergeten

En toen, weer een halfuur later, zagen we dat de weg helemaal was weggeslagen en er alleen twee smalle plankjes over dat gat leidden. We keken elkaar aan. Dat gingen we dus echt niet doen. Maar het alternatief was ook weinig aanlokkelijk; keren op deze ultrasmalle weg met aan weerszijden een goot van wel een meter diep.

Er zat alleen niets anders op. Mijn vriendin stapte uit en ik begon te draaien en steken. Het was millimeterwerk. Het leek goed te gaan, tot ik net iets te laat op de rem trapte en het achterwiel van de weg raakte. Grappig toch, hoe je zelfs na zo’n lange tijd een gevoel nog steeds kunt terughalen. Het zweet dat van mijn voorhoofd droop, mijn T-shirt dat aan mijn rug plakte… Maar het lukte! Nadat mijn vriendin alle koffers uit de auto had gegooid, kreeg ze het wiel op de een of andere manier weer op de weg. Daarna was het nog een paar keer steken en waren we gedraaid. Met de cd van Bryan Adams op standje luid
zetten we de terugkeer in. Tot mijn vriendin ineens haar hand voor haar mond sloeg: we waren vergeten onze koffers weer in de auto te zetten. Er zat niets anders op, een van ons moest vier kilometer teruglopen om ze op te halen. Mijn vriendin ging op weg, terwijl ik bij de auto wachtte. Net op het moment dat ze uit mijn gezichtsveld verdween, kwam er vanuit de bosjes ineens een man naar me toe. Sowieso nooit iets wat ik toejuich op een verlaten plek en al helemaal niet in een vreemd land. Hij begon een praatje. Over waar we vandaan kwamen, waar we naartoe gingen en waar ik op wachtte.

Lees ook
Marije: ‘Om me heen zocht ik naar iets van bescherming, maar ik kon niets vinden’

Hulp

Achteraf denk ik dat hij misschien bewust bij me bleef, gewoon als hulp, maar op dat moment hoopte ik dat hij verdween. Al was het alleen maar om mijn vriendin, die zich vanuit de verte vast zorgen zou maken als ze mij zag staan met een man naast me. Pas nu ik zelf een dochter heb, besef ik dat het maar goed was dat mijn moeder thuiszat en geen idee had van wat zich daar in Mozambique allemaal afspeelde.

Later kregen we zelfs nog een overstroming te verduren waarbij het water tot aan de portieren reikte. Maar toch, uiteindelijk geldt voor dit soort ervaringen: je leert op de plek waar je dat het beste doet, door te leven. Ik vrees alleen wel dat ik over tien jaar deze editorial onder mijn neus geduwd krijg door mijn eigen dochter…

Deze editorial van Marije lees je in Flair 32-2021. Dit nummer ligt nu in de winkel. Liever thuis laten bezorgen? Bestellen kan hier.