Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Lisanne van Sadelhoff > Column Lisanne: ‘Zonder jullie ben ik niets, zonder jullie ben ik fucking nergens’

Column Lisanne: ‘Zonder jullie ben ik niets, zonder jullie ben ik fucking nergens’

Column Lisanne: ‘Zonder jullie ben ik niets, zonder jullie ben ik fucking nergens’

Het zou een normale donderdag-middag worden, een donderdag-middag waarop ik zou thuiswerken, en dus ook semi-stiekem een dutje zou doen, vermoedelijk gezond zou lunchen, schouderklopjes aan mezelf zou geven en zou eindigen met drie Snickers en een halve zak cassavechips die nog over was van de bestelling bij de Chinees. Echt een normale donderdagmiddag, dus

Lijfsbehoud

Tot ik de dag ervoor werd gebeld door een opdrachtgever. Of ik op reportage wilde in een ziekenhuis, voor een reeks verhalen over de vastgelopen zorg. Daar wilde ik mijn Snickers en chips wel voor inruilen en zo toog ik die middag naar het ziekenhuis. Om een vlieg aan de muur te zijn, zo had ik het verwoord naar de communicatie-afdeling: ik zou observeren en vervolgens zou ik opschrijven wat ik zag, daar, op de spoedeisende hulp.Wat ik zag was: zweet op voorhoofden, rode wangen van de mondkapjes en beschermingsbrillen, rennende voeten, razendsnel typende vingers, collega’s die aan vier woorden genoeg hadden, want geen tijd.

Waar ik een beetje wiebelig van werd: naalden die bloed opzogen, wattenstaafjes die neuzen binnendrongen, monitoren en hun alarmerende gepiep. Wat ik nog meer zag: handen van patiënten die werden vastgehouden, schouders waarin zachtaardig geknepen werd, lachende mensen om grapjes van verpleegkundigen:  “U kunt het niet zien, maar ik glimlach nu geruststellend naar u.” Soms was er geen tijd voor grapjes, soms was de tijd bijna op, zoals bij de man die werd binnengebracht met pijn in zijn onderbuik. Nierstenen, dacht iedereen, een lichaamsslagader die op knappen staat, zei de CT-scan.

Tot de dood hen scheidde

En zo kwam het dat ik een groepje witte jassen zag rennen naar de man. Draden kwamen eraan te pas, een monitor en een infuus. Hij lag op een brancard, zijn schoenen nog aan, broek op de enkels. Nergens vind je zo veel kwetsbaarheid als bij een mens die zijn gezondheid aan het verliezen is. “We gaan u nu goed in de gaten houden,” zei een verpleegkundige tegen de man, “en als er zo een plekje is op de ok, gaan we u met spoed opereren.”  Waarmee ze eigenlijk wilde zeggen: uw leven redden. Er werden gordijnen opengetrokken. Een vrouw met rode ogen kwam aanlopen, zíjn vrouw, zo veel was duidelijk, tot de dood hen scheidde, maar dat was niet vandaag.

Bedankspeech

Het lijkt wel een film, dacht ik, maar ik zei niets, ik was nog steeds de vlieg op de muur en wat víél er ook eigenlijk te zeggen hier? De monitorpiepjes deden hun werk, de verpleegkundigen zorgden, de chirurgen overlegden. En ik zat daar maar, op de muur, te kijken naar dit menspersoon dat gisteravond nog zorgeloos had gegeten met zijn gezin, zijn tanden had gepoetst, in slaap was gevallen en nu ineens in een wirwar van slangetjes lag.

Lees ook
Lisanne: ‘Dan zegt Karel met zijn zoetgevooisde stem dat ik moet gaan liggen, dus dat doe ik dan ook’

Ik weet niet of het door de ziekenhuislucht kwam of die paar buisjes bloed die in een karretje voorbij werden gereden, maar ik werd toen een beetje een  lunatic: in gedachten begon ik alle Snickers en chips af te zweren en stak een bedankspeech af tegen mijn organen, tegen mijn bloedvaten, mijn spieren, mijn botten. Zelfs de kleinste spiertjes en de kleinste botjes en de organen waarvan ik niet precies weet waar ze zitten, wat ze doen, bedankte ik voor hun trouwe dienst en please blijf daarmee doorgaan, want zonder jullie ben ik niets, zonder jullie ben ik fucking nergens.

Journalist Lisanne van Sadelhoff (31) woont met haar hond Leo in Utrecht. Elke week schrijft zij in Flair over wat haar bezighoudt. Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Fotografie: Bart Honingh