Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Lisanne: ‘Hoe langer de wachttijd, hoe groter de wens wordt’

Lisanne: ‘Hoe langer de wachttijd, hoe groter de wens wordt’

Lisanne: ‘Hoe langer de wachttijd, hoe groter de wens wordt’

Journalist Lisanne van Sadelhoff (31) woont met haar hond Leo in een klein – maar fijn – appartement in Utrecht. Elke week schrijft zij in Flair over wat haar bezighoudt.

Kinderwens

“In moordend tempo liep ik met militaire passen door het Medisch Centrum Kinderwens in Leiderdorp. Op naar de balie. Op naar de afspraak. Op naar de eendenbek. Als ik iets spannend vind, ga ik sneller lopen. Om daadkracht te tonen aan mezelf. Niet miepen. Het voelde gek om er te zijn, vooral door die náám. Kinderwenscentrum. Heeft iets plastisch, om het zo te benoemen. Bovendien: ik wil nu nog helemaal geen kinderen. Maar uiteindelijk wil ik wel kinderen. Voor mij zou de naam Ooithebikeenkinderwens-centrum beter passen. Maar aangezien nagenoeg alle vrouwen in mijn familie relatief vroeg in de overgang kwamen – en dat best wel heel erg erfelijk is – vond de huisarts dat ik een eitjes-check nodig had.”

“‘Dus ze kunnen die dingen gewoon téllen?” had de Brabo die avond met opgetrokken wenkbrauwen aan mij gevraagd. Ik had mijn schouders opgehaald. Wist ik veel. Ik wilde er niet over nadenken. Geen zin in. Ik wilde alleen uitsluitsel: ‘Het komt allemaal goed, mevrouw Van Sadelhoff, u hebt nog een hele eivoorraad in uw lijf, eentje waar de paashaas vol jaloezie naar zou kijken.’ En dan zou ik met de Brabo een XXL-zak chocoladepaaseitjes leegeten om te vieren dat onze kinderwens nog steeds een realistische wens was. Maar om dat te kunnen bereiken, die zak, die paaseitjes, die geruststelling, die bijbehorende euforie, moest ik eerst naar die afspraak. Doelgerichte passen, mijn naam noemen aan de balie. Ik voelde een beetje zweet op mijn bovenlip. Dat verdomde mondkapje. Niet miepen.”

“Ik had niemand meegenomen – vond ik overdreven. In de hoek van de wachtkamer stond een doos met Lego. Hij stond er een beetje verstopt, stilletjes te staan, met het deksel erop. Het zou ook, bedacht ik, een beetje bruut zijn om een doos met kinderspeelgoed pontificaal hier in een ruimte te zetten waar heel veel vrouwen komen die misschien geen kinderen kunnen krijgen. ‘Mevrouw Van Sadelhoff?’ Mevrouw Van Sadelhoff stond op, weer grote, doelgerichte, snelle passen.”

“Het moment waarop een gynaecoloog vraagt: ‘Kun je nog iets verder je benen spreiden?’ gaat bij mij altijd gepaard met de grootst mogelijke kwetsbaarheid. De eendenbek was open, ik stond open, en de arts kon er – bij wijze van spreken – zijn bureaulamp of leesbril in kwijt. Hij maakte een paar echo’s met een apparaat dat vijf keer langer was dan mijn paarse vibrator met diamantjes on top, en ik deed heel hard mijn best om niet aan mijn paarse vibrator met diamantjes on top te denken terwijl ik daar lag. Hij deed op zijn beurt heel hard zijn best om iets onverstaanbaars te mompelen en zei daarna dat het er ‘zo op het oog goed uitzag’. Maar ook: ‘Ik kan verder niets zeggen, je hoort de uitslag over twee weken.’”

Lees ook
Marije: ‘Ik zag dat het huilen hem nader stond dan het lachen’

“Ik liep met minder snelle passen de kamer weer uit, er was geen daadkracht meer nodig. Ik plofte even neer in de wachtkamer, al hoefde ik niet meer te wachten, al kon ik naar huis. Ik wilde even zitten. Om me heen andere vrouwen, zittende vrouwen, wachtende vrouwen, hopende vrouwen, wensende vrouwen. Ik deed ook een wens. Een kinderwens. Niet voor mezelf – ik was pas bij het begin – maar voor al deze vrouwen die hier misschien al voor de zesde, tiende, twintigste keer in de wachtkamer zaten. Hoe langer de wachttijd, hoe groter de wens wordt.”

Deze column van Lisanne lees je in Flair 12-2021. Dit nummer ligt nu in de winkel. Liever thuis laten bezorgen? Bestellen kan hier

Fotografie: Bart Honingh