Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Kiki > Kiki #165: ‘Ik weet best waar hij op hoopt en misschien heb ik er ook wel zin in’

Kiki #165: ‘Ik weet best waar hij op hoopt en misschien heb ik er ook wel zin in’

Kiki #165: ‘Ik weet best waar hij op hoopt en misschien heb ik er ook wel zin in’

Kiki Faber (27) – inderdaad het nichtje van de welbekende Floor Faber – woont in Amsterdam, waar ze met haar grote mond, impulsiviteit en chaotische gedrag genoeg dingen meemaakt. 

Vrijdag

Dit is geen feest, maar een samenkomst, beweert Roos, en daardoor kan het qua corona.  Ik maak me ook niet meer zoveel zorgen omdat alle oude dikke mannen inmiddels wel zijn ingeënt. Het is de eerste keer dat ik bij Roos en haar vriend Dylan thuiskom. Roos zegt dat ze hun relatie een doorstart wil geven en als ik hun appartement betreed, begrijp ik waarom. Een enorme woonkamer met boho plofbanken en een palm (!) , een tafel om met tien man aan te zitten, en een open keuken met een ijsklontjesmaakkoelkast. Dat toppunt van luxe ga ik nooit in mijn leven bereiken, denk ik. Roos geeft me een cocktail die naar citroenlimonade smaakt en me wankelig op mijn hoge hakken maakt, en ze vertelt wat over de andere gasten. Kernwoord is vastgoed, daar handelen de mannen in, de vrouwen hebben een baantje. Ik vind het shocking niet-feministisch, maar ik zie wat ze ervoor terug krijgen. Het lijkt hier verdorie wel een reclame voor high fashion brands en ik voel me ineens een tikje onzeker in mijn pink vintage jurkje. Wanneer Roos nieuwe gasten begroet, loop ik het dakterras op. Hiervandaan heb je een prachtig uitzicht over de stad. Jammer dat er nauwelijks  planten staan, Kees had hier een paradijs van kunnen maken. ‘Waar denk je aan?’ Achter me staat een man, in een polo, chino’s, espadrilles, Ray Ban zonnebril en kalend. Niet mijn type.
‘Aan zonnebloemen,’ antwoord ik. ‘Het kan hier wel wat groener, dat is ook fijn voor de bijtjes en de vogels.’

‘Oh, ben je zo’n klimaattutje. Maar zodra het kan, zit je weer op Bali, wed ik.’

‘Daar ben ik nog nooit geweest.’

‘Moet je echt een keer doen.’ Hij vertelt over de stranden, de tempels en de aardige mensen. ‘En het eten is ook geweldig. Weet je, kom een keer bij me eten. Dan laat ik eten komen van een restaurantje waar ze echt Balinees koken.’

‘Is goed, hoor,’ lach ik. Ik ben een tikje verbaasd dat hij meteen om mijn telefoonnummer vraagt.  Lucas heet hij, en hij haalt nog een cocktail, we doen een vaag dansje en ik lach om alles. Gewoon omdat het zo fijn is om op een niet-feestje te zijn, nieuwe mensen te zien, te flirten.  
Op een gegeven moment wil ik naar huis, en hij loopt mee naar mijn fiets. Ik weet best waar hij op hoopt en misschien heb ik er ook wel zin in. We zoenen. Zijn tong lijkt te onderzoeken of ik al mijn kiezen nog heb en wat is er veel speeksel. Ik kan er bijna een slokje van nemen. Gadsie! Zacht duw ik hem van me af. ‘Weet je, ik moet naar huis. De hond staat op knappen. Het is de hond van de vrouw bij wie ik in huis woon, ze ligt in het ziekenhuis en…’ Ik praat maar door, terwijl ik mijn slot losmaak.
‘Je komt binnenkort eten, hè!’ roept hij me na als ik de straat uitfiets.