Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Kiki > Kiki #160: ‘Door de coronatest sta ik langs de weg met een bloedneus’

Kiki #160: ‘Door de coronatest sta ik langs de weg met een bloedneus’

Kiki #160: ‘Door de coronatest sta ik langs de weg met een bloedneus’

Kiki Faber (27) – inderdaad het nichtje van de welbekende Floor Faber – woont in Amsterdam, waar ze met haar grote mond, impulsiviteit en chaotische gedrag genoeg dingen meemaakt.

Dinsdag

Voor de zekerheid heb ik toch maar een afspraak gemaakt voor een coronatest. Toen ik vanochtend Sharon erover belde, zei ze: ‘Je neemt maar vrij tot je de uitslag hebt. We kunnen er niet aan beginnen om iedere werknemer met een keelpijntje door te betalen. En ik wil je pas weer zien nadat je me de uitslag hebt geappt. Dadelijk leg je de hele afdeling plat.’ Zo irritant, alsof ik met een positieve uitslag naar mijn werk zou gaan. En de hele afdeling? Roos was er gister niet en verder is er niemand in mijn anderhalve meter zone geweest. Behoorlijk triest eigenlijk.

Om kwart over twee moet ik bij de testlocatie zijn, en ik fiets ernaartoe. Lekker zo’n onverwachts vrije dag. Misschien kan ik zo wel naar de markt en een grot bos… Oh ja, ik moet onmiddellijk naar huis. Er zijn een stuk of vijf mensen voor me aan de beurt. Dan vraagt een verveeld kijkende vrouw of ik op een klapstoel wil gaan zitten. Ze poert met een wattenstaaf in mijn mond, en probeert daarna met hetzelfde wattenstaafje via mijn neus mijn hersenen te bereiken. ‘Morgen heb je de uitslag’, blaft ze.

Wanneer ik terugfiets, voel ik iets over mijn bovenlip stromen. Met mijn mouw veeg ik erlangs. Bloed. Ik stop om in mijn tas naar een papieren zakdoek te graven maar natuurlijk heb ik er juist vandaag geen bij me. Inmiddels lijkt er een Niagara uit mijn neus te kolken. Wat nu? Op de bassisschool had Mo vaak een bloedneus en dan moest hij met zijn hoofd achterover gaan zitten tot het stopte. Dat doe ik dus maar, ook al weet ik dat ik er idioot uitzie, zo staand langs de weg met mijn hoofd achterover. Steeds veeg ik met mijn sjaal langs mijn neus om te zien of er nog bloed vloeit, maar het gaat maar door.

Een man in een geel jack met een mottig hondje blijft voor me staan. ‘Gaat het?’ ‘Ik heb net een coronatest gehad en nu een bloedneus.’ Onmiddellijk zet hij een stap naar achteren. ‘Je moet in je neus knijpen.’ Ik doe het. Terwijl hij toekijkt, babbelt hij over vaccinaties en besmettingscijfers en ik denk alleen maar: loop toch door! Na een poosje zeg ik dat ik maar naar huis ga fietsen en ik knoop de sjaal voor als een soort verband. Pas thuis, als ik op de bank naar The Bold Type lig te kijken, stopt het.

Vrijdag

‘Wat woont je hier leuk!’ Roos loopt door mijn huis, tilt af en toe iets op, kijkt uit het raam. Wanneer ze in haar perfecte jeans op mijn afgeragde bank zit, geef ik haar een biertje en ga ik koken. Ze vertelt dat haar vriend in relatietherapie wil en zij niet, dat ze droomt van een bepaalde Chanel-tas en ze al een aantal studio’s heeft gezien maar weigert een wc te delen. Erg veel gemeen hebben we niet, maar toch vind ik haar leuk. Of komt dat doordat ik me zo only the lonely voel omdat Finn maar niet op mijn appjes reageert?