Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Kiki > Kiki #158: ‘Ik voel me super gelukkig. Tot Finn alles verpest’

Kiki #158: ‘Ik voel me super gelukkig. Tot Finn alles verpest’

Kiki #158: ‘Ik voel me super gelukkig. Tot Finn alles verpest’

Kiki Faber (27) – inderdaad het nichtje van de welbekende Floor Faber – woont in Amsterdam, waar ze met haar grote mond, impulsiviteit en chaotische gedrag genoeg dingen meemaakt. 

Woensdag

Sinds er weer klanten in het warenhuis rondlopen, is de sfeer totaal anders. Vrolijker. Of je na een lange nacht de gordijnen opendoet en ontdekt dat de zon schijnt. Na mijn dienst haalt Finn me op. ‘Ik heb een verrassing,’ zegt hij. ‘Deze kant op.’  

We lopen naar de gracht en daar wijst hij een klein blauw sloepje aan. ‘Van een vriend geleend. Ga je mee?’ Hij pakt mijn hand vast en helpt me in de boot. Aan alles heeft hij gedacht: uit een box klinkt zachte muziek, er zijn kussens om op te zitten en dekens om over je heen te slaan, koud bier en chips. Finn heeft moeite om de motor aan te krijgen, even lijkt het zelfs niet te gaan lukken, maar dan varen we over de grachten. Het water glinstert in de zon, de bomen zitten vol knisperend groen, en mensen die met een drankje op de rand zitten, proosten naar ons. Ineens valt me op hoe mooi de grachtenpanden zijn. Normaal fiets ik daar keihard aan voorbij. Ik voel me super gelukkig. Tot Finn alles verpest. ‘Al een hele tijd wil ik je iets zeggen, maar het lijkt wel nooit het goede moment, of eigenlijk had ik gewoon het lef niet. Maar na donderdag denk ik: misschien voel je toch wel hetzelfde voor mij.’
Donderdag? Wat was er toen? Volgens mij hebben we samen Netflix gekeken.

Ernstig kijkt hij me aan. ‘Ik vind je leuk, Kiek. Of leuk is eigenlijk het woord niet, ik ben gek op je.’
Ineens herinner ik me weer dat ik tijdens Peaky Blunders dicht tegen hem aan ging zitten. Daar bedoelde ik niets mee, ik wilde vooral de warmte van een ander mens voelen. Wat baal ik hiervan! ‘Zo tof ben ik nu ook weer niet, hoor,’ zeg ik. ‘Er zijn een heleboel dingen die je niet van me weet. Bijvoorbeeld dat ik altijd rood sta, scheten laat onder het dekbed, mijn benen vaak niet onthaar en mijn puni ook niet.’ 

Vertederd zegt hij: ‘Of mij dat wat uitmaakt.’

‘En ik heb het met Alexandro gedaan.’

Hij reageert of ik hem een klap in zijn gezicht heb gegeven. ‘Wanneer dan? Heb je wat met hem? Hebben jullie al die tijd tegen me gelogen?’  

 Oh nee, wat flap ik er nu weer uit? En ik had Alexandro ook beloofd om het voor Finn geheim te houden.  ‘Het was al snel duidelijk dat het tussen ons niet ging werken.’

‘Hoe vaak heb je het dan met hem gedaan?’ 

‘’k Weet niet. Een paar keer.’ 

‘Ben ik even genaaid, zeg! Ik heb jullie allebei gevraagd of jullie wat met elkaar hadden, en steeds weer hoorde ik: “Nee hoor, echt niet. “Maar dat was dus wel zo. Liegen, liegen , liegen. En dat zijn dan mijn beste vrienden! Als je het niet erg vindt, vaar ik nu terug. Ik heb helemaal geen zin meer in dit tochtje.’

Ik zeg nog een paar keer dat het niets voorstelde en dat het me spijt, maar hij is zo kwaad dat hij geen woord meer tegen me zegt.