Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Marije heeft slapeloze nachten: ‘Ik had toen natuurlijk al moeten ingrijpen’

Marije heeft slapeloze nachten: ‘Ik had toen natuurlijk al moeten ingrijpen’

Column
Marije heeft slapeloze nachten: ‘Ik had toen natuurlijk al moeten ingrijpen’

Yay, de nieuwe Flair ligt weer in het tijdschriftenschap! En dat betekent óók weer een kersverse editorial van hoofdredacteur Marije Veerman (38), die met Franklin (38), zoon Kyano (12) en dochter Liv (9) in Purmerend woont. 

Slapeloze nachten

“Het is half acht ’s ochtends en mijn hoofd voelt aan als een zak watten. Ik herken het gevoel uit duizenden. Het mag dan wel zeven jaar geleden zijn, maar ik weet nog goed hoe het was om er ’s nachts vijf keer uit te moeten terwijl je hele lichaam schreeuwt dat het wil slapen. Zes weken na de geboorte van Liv verhuisden we naar het huis van mijn ouders, waar we met z’n vieren onze intrek namen in mijn oude kamer. We hadden het huis van mijn oma gekocht, die was overleden, en daar moest nog het nodige aan gebeuren. Qua timing had het natuurlijk wel iets handiger gekund, maar de dood laat zich nu eenmaal niet regisseren.”

“Eenmaal bij mijn ouders, sliepen de kinderen een verdieping hoger. Soms rende ik wel zeven keer per nacht de trap op bij een jammerkreet, om voor ze écht wakker zou worden mijn susgeluidje te laten horen. Iedereen verklaarde me voor gek en vond dat ik haar moest laten huilen, maar die mensen sliepen niet in ons huis. Als Liv ging huilen, huilde ze ook echt. Hard, schel en zo doordringend dat je alles wilde doen om het te laten stoppen. Dus vermeed ik de confrontatie en liep minstens een jaar lang vijf tot zeven keer de trap op en af, tot ze er zelf overheen groeide.”

‘Die nacht stond het ding naast ons op het nachtkastje, als de stille vertegenwoordiger van onze ruggengraat’

“Nu, zeven jaar later, sta ik op datzelfde punt. Niet met mijn kind, maar met de kat. Het ging eigenlijk al mis toen ik wel een kat wilde, maar een kattenluik weigerde (zonde van de oude deuren!), waardoor langzaam de gewoonte er in sleet om’s nachts de balkondeur voor hem open te maken als hij naar buiten wilde. Dan liep hij de slaapkamer binnen en sloeg net zo lang met zijn poot tegen de luxaflex tot ik wakker werd en opendeed. Ik had toen natuurlijk al moeten ingrijpen, en we deden heus lafhartige pogingen. We sloten hem op in de speelkamer, om vervolgens twee nachten wakker te liggen van zijn gekrab en gemauw. Bij nacht drie gaven we dan weer toe. Met als gevolg dat zijn nachtelijke geheen-en-weer elke lente en zomer meer toeneemt – in de winter vindt hij het blijkbaar te koud.”

“Gisteren was Franklin het zat. We hadden nog één actieplan over: de waterspuit. Die nacht stond het ding naast ons op het nachtkastje, als de stille vertegenwoordiger van onze ruggengraat. En echt, het leek te werken. De kat kwam, Franklin spoot en het dier koos het hazenpad.  Totdat hij het een halfuur later opnieuw probeerde en ik mezelf lag te verbijten om niet gewoon die verrekte balkondeur open te gooien, zodat we konden slapen.”

Lees ook
Marije over partime werkende vrouwen: ‘In de jaren ’70 bejubeld, tegenwoordig een doodzonde’

“Die ochtend bekeek ik mijn holle ogen in de spiegel. Lag het aan mij of veerde mijn gezicht zeven jaar geleden iets makkelijker terug? De kat had ik net met een dramatische zwaai van de deur en een luid ‘Nou alsjeblieft, het is ochtend, nu mag je eindelijk!’ naar buiten gelaten.  Toen, tien minuten later, gekras tegen het glas. De kat. Hij wilde weer naar binnen. Hij had net zo goed zijn tong kunnen uitsteken.”

Deze editorial van Marije lees je in Flair 15-2021. Dit nummer ligt nu in de winkel. Liever thuis laten bezorgen? Bestellen kan hier.

Fotografie: Esmee Franken

Shoppen is altijd een goed idee