Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Column > Hester over de huizencrisis: ‘Ik zie mijn zoon (20) de komende jaren nog wel thuiswonen’

Hester over de huizencrisis: ‘Ik zie mijn zoon (20) de komende jaren nog wel thuiswonen’

Hester over de huizencrisis: ‘Ik zie mijn zoon (20) de komende jaren nog wel thuiswonen’

Hester Zitvast (44) is freelance journalist, moeder van drie kinderen (20, 17 en 7 – en zwanger van de vierde). Door haar Twitter-verslaving zit ze bovenop het nieuws en daar heeft ze vaak wel een mening over. Voor Flaironline.nl ventileert ze die opinie. Daar hoef je het als lezer natuurlijk niet altijd mee eens te zijn. Een goede (en fatsoenlijke) discussie gaat ze niet uit de weg.

Nee, wij hebben niet even ergens een ton liggen

Mijn oudste zoon is 20. Ik zie hem de komende vijf jaar het huis niet verlaten. Hij werkt, maar heeft nog lang niet voldoende inkomen voor een koophuis. Bovendien is hij single en met één inkomen kun je het helemaal wel schudden. De wachtlijst om hier iets te huren in de omgeving is een jaar of zeven, acht. En nee, wij hebben niet even ergens een ton liggen dat we hem kunnen schenken of lenen en mochten we het al hebben liggen, dan heb ik ook nog twee andere kinderen (en dus een vierde op komst) voor wie je dat in mijn ogen dan evenredig zou moeten doen.

Het is om te janken

Er wordt lekker gebouwd in de omgeving. Dikke twee-onder-éénkappers van een tonnetje of zes, zeven. Jullie kennen ze vast wel, van die typische starterswoningen van 200 vierkante meter met enorme tuin aan het water. Het is om te janken. Terwijl ons demissionair kabinet de dagen slijt met discussiëren over met wie ze nou wel en met wie ze nou niet in zee willen, neemt de woningnood toe. En het gaat niet alleen om woningnood. Doordat jonge stellen geen dak boven hun hoofd weten te krijgen, stellen ze hun kinderwens noodgedwongen uit. Niet heel wenselijk, als je je bedenkt dat er juist meer baby’s bij moeten in dit land om de vergrijzing nog een beetje het hoofd te bieden.

Lees ook
‘Kan mijn kind nu alsjeblieft een jaar naar school gaan, want ik wil geen thuisonderwijs geven’

We hebben niets aan kleine projectjes

Zo nu en dan lees je weer over een project wat hoop moet bieden. Zes containerwoningen voor starters of uitvouwbare woningen in leegstaande kerkgebouwen, stallen of winkelpanden bijvoorbeeld. Veelal tijdelijk en je proeft in alles het volledig ontoereikende. De druppel op de gloeiende plaat. We hebben niets aan kleine projectjes. Nederland heeft een grootse aanpak nodig en liever gisteren dan vandaag. 50-plussers bezetten, omdat het niet anders kan, eindeloos (en ook steeds vaker alleen doordat ze gescheiden zijn) grote eengezinswoningen omdat ze geen betaalbaar (huur)appartement of kleinere woning kunnen vinden. En starters wandelen vrijwel allemaal met een zwaar gemoed bij de hypotheekadviseur weg. Ze kunnen dan weliswaar het aanzienlijke bedrag van €300.000 lenen samen, maar er staat in de omgeving waar ze willen wonen één huis voor dat bedrag te koop. Voor de bezichtig is een stop afgekondigd: er komen op dag één al 20 geïnteresseerden langs. En reken maar op een overbieding van een slordige 50K.

Je leven on hold, dat is het eigenlijk. Je kunt namelijk weinig als je geen huis, geen eigen plek hebt. In Groningen bezetten studenten ondertussen het universiteitsgebouw: wanhopig, omdat de uni wel studenten aantrekt, maar de stad voor 600 van hen op geen enkele manier in huisvesting voorziet. Ik snap er niets van. Wat een wanbeleid.

Er moet NU iets gebeuren

Mijn zoon is welkom bij me, ik kijk hem geenszins het huis uit. Maar ik gun hem zo zijn eigen plek. Het is niet gezond tot ver in de 20 nog bij je ouders thuis te wonen. De woningnood treft ons feitelijk allemaal direct of indirect en het is dan ook niet te begrijpen dat we niet net als de Groningse studenten massaal in protest komen. Hoe lang laten we dit nog op z’n beloop? Hoe lang nemen we nog genoegen met halfbakken oplossingen en oeverloos gewauwel? Er moet NU iets gebeuren. Iedere dag telt.