Je bent hier: Home > Column > Column Miljuschka: ‘Mijn moeder stuurde een foto van mij in mijn babybedje’

Column Miljuschka: ‘Mijn moeder stuurde een foto van mij in mijn babybedje’

Column
Column Miljuschka: ‘Mijn moeder stuurde een foto van mij in mijn babybedje’

Miljuschka Witzenhausen (34) is tv-kok, presentatrice en culinair blogger. Ze woont samen met Philip en heeft twee kinderen, Rembrandt (8) en Felina (6), uit haar huwelijk met kunstenaar Tycho Veldhoen. Elke week schrijft ze in Flair over haar rollercoasterleven.

“‘Je hebt knutjes’, zegt mijn moeder, die op de boerderij was toen ik voor werk in het buitenland zat. Ze laat me via videobellen haar gezicht zien. ‘Een hele kolonie.’ Dat moet haast wel. Ik tel in de gauwigheid 21 muggenbulten. Net als mijn zoontje heeft ze een enorme aantrekkingskracht op alles wat prikt en heeft ze de pech dat ze er allergisch op reageert. Ze ziet eruit als The Elephant Man.

Knutjes. Ik had er nog nooit van gehoord, maar van mijn moeders gezicht las ik onmiddellijk af dat het muggen moesten zijn. Ik googel. Het zijn hele kleine muggetjes, die zo rond 5 uur in zwermen opduiken en de aanval inzetten op alles waar ze hun jeukende gif in kunnen spuiten.

‘Ik kijk naast me: mijn partner ligt heerlijk te snurken’

‘Misschien moet je een klamboe nemen,’ opperde ze nog. Ze stuurde een foto van mij in mijn babybedje met daaromheen een klamboe. Mijn wiegje stond in de Kerkstraat grenzend aan de Reguliersgracht, midden in het centrum van Amsterdam. Het zal het grachtenwater zijn geweest dat ons huis vergaf van de muggen. Ze waren zo hongerig dat ze met zwermen tegen de klamboe geplakt zaten waar mijn hoofdje lag, in de hoop dat ze een lekker hapje van mijn zweterige koppie konden nemen. Maar aan klamboes wilde ik niet aan beginnen. Ik was blij dat ik na maanden eindelijk een strak plafond had en was zeker niet van plan daar een gaatje in te boren en zo’n lelijke haak in te draaien voor zo’n afzichtelijke tent.

Lees ook
Miljuschka: ‘Er is 1 ding waar ik niet tegen opgewassen ben’

‘Je hebt tegenwoordig heel mooie,’ probeerde mijn moeder nog. Maar ik peinsde er niet over. Het zou wel mee vallen. En dat deed het. De eerste nacht dat we er sliepen en de tweede en de derde. Maar de vierde nacht hoorde ik een irritant gezoem bij mijn oor. Als van een tandartsboor. En als ik ergens niet tegen kan, is dat het geluid van een tandartsboor. Het gaat dwars door mijn schedelpan. Tegelijkertijd voel ik een prik op mijn voet die onder de dekens vandaan bungelt en jeuk in mijn hals en op mijn arm. Ik word lekgeprikt. Ze hebben massaal de aanval op mij ingezet. Ik kijk naast me: mijn partner ligt heerlijk te snurken. Nergens last van. Ik ga dicht tegen hem aan liggen in de hoop dat als de muggen hem ruiken, ze hem lekkerder vinden en ik van ze af ben. Het helpt niet. Een prik op mijn andere arm, mijn gezicht. Ze blijven komen. Maar het ergste vind ik het vreselijke geluid. Het enige wat ik wil is dat geluid uit. Ik ga op jacht. Dood er 2 maar de rest ontsnapt. Ik doe geen oog dicht, pak mijn telefoon en googel: klamboes. Er moet er toch wel een te vinden zijn waar ik geen gat voor in mijn plafond hoef te boren. Toch?”

Deze column van Miljuschka komt uit Flair 30. Deze editie ligt vanaf 24 juli in de winkels. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen kan hier.

Fotografie: Bart Honingh voor Flair

Shoppen is altijd een goed idee