Je bent hier: Home > Celebs > De man van Nadja Hüpscher kreeg kanker: ‘Het idee zonder hem verder te moeten, maakte me intens verdrietig’

De man van Nadja Hüpscher kreeg kanker: ‘Het idee zonder hem verder te moeten, maakte me intens verdrietig’

Celebs
De man van Nadja Hüpscher kreeg kanker: ‘Het idee zonder hem verder te moeten, maakte me intens verdrietig’

Actrice en scenarioschrijver Nadja Hüpscher (48) schreef een boek over hoe haar gezin het jaar waarin haar man Sander kanker had, doorstond. ‘Een trucje om niet te huilen is om omhoog te kijken, zodat de tranen als het ware terugrollen in je neus.’

“Of onze keuken klaar is? Ja! Grappig dat je dat vraagt.” Die vraag is er natuurlijk niet zomaar, want die keuken heeft een min of meer belangrijke rol in het nieuwe boek van Nadja, Geluk is met een K, over het jaar dat haar man Sander zaadbalkanker had. Hij ontdekte een knobbeltje onder zijn sleutelbeen en besloot dat te laten checken, omdat het best groot was. Al snel bleek dat het om een aangetaste lymfeklier ging, met als onderliggende oorzaak zaadbalkanker. “We dachten niet meteen het ergste, maar toen dat wel zo bleek te zijn, voelde het alsof de vloer onder onze voeten werd weggeslagen. Sander reageerde rustig, ik sloeg dicht, hoorde amper wat er werd gezegd.”

Ze beschrijft in dagboekvorm over het leven met haar zieke man en hun twee zoontjes Rein en Benjamin, destijds zeven en zes jaar. “Die keuken was onze houvast. Toen Sander ziek werd, stortte onze wereld in. We hadden iets ‘normaals’ nodig om ons op te kunnen focussen en besloten de keuken te verbouwen. Dat ging natuurlijk helemaal niet zo snel, maar op de één of andere manier versterkte dat houvast ons wankel evenwicht. Het was iets normaals, terwijl niks meer normaal was.”

En dus liepen Nadja en Sander tussen de ziekenhuisbezoeken en onderzoeken door in Ikea, op zoek naar het juiste deurtje en aanrechtblad. Een heel andere wereld. “Niemand wist waar we doorheen gingen, we waren gewoon twee mensen die aan het winkelen waren. Wat me trouwens opviel, is hoeveel kale mannen er eigenlijk in Ikea rondlopen. Sander heeft een mooie bos krullen, maar nadat de eerste plukken haar uitvielen door de chemo heeft hij alles eraf geschoren. Die kale kop viel daar helemaal niet op, want álle mannen zagen er zo uit.”

Nadja vertelt levendig. We bellen, en zelfs door de telefoon kun je je voorstellen hoe ze met haar man langs de schappen van Ikea liep. Of hoe dat ging toen ze op de bank met haar twee zoontjes zat en vertelde dat papa ziek was. “Ze waren met plastic geweren op elkaar aan het schieten, stonden half op de tafel, sprongen op elkaar, en ik probeerde ondertussen te vertellen dat papa ziek was en dat dat niet echt te zien was, maar dat hij wel naar het ziekenhuis moest. Even waren ze stil en vroegen toen: ‘Krijgen we chips? We hebben honger.'”

Dat is wel lekker relativerend.

“Dat is goed aan kinderen. De jongens waren een goede afleiding, niet alleen voor ons, maar voor iedereen. We hoefden het niet de hele tijd over Sander of kanker te hebben, we konden ook over de kinderen praten. Die jongens zorgden er ook voor dat ik niet helemaal instortte. Ik moest opstaan, boterhammen smeren, naar zwemles; kinderen duwen je door zo’n periode heen. Op heel zware dagen, als ik bang was dat Sander dood zou gaan, zorgde de hectiek die de jongens meebrachten er ook voor dat het verdriet af en toe even stopte. Dat hielp.”

Je schrijft heel gedetailleerd; wat er op het shirt van de assistent van de dokter staat, hoe iemand kijkt, wat iemand precies zegt.

“Het gaf houvast om alles zo precies op te schrijven. Details maken het voor mij concreet. En ik denk voor de lezer ook. Het gaat er niet om hoe ik me voel, of om welke inzichten ik heb. Ik registreer hoe het is als op een ochtend je man vertelt dat hij een knobbel heeft, of als de dokter vertelt dat je man doodziek is. Dan kun je zelf conclusies trekken. Ik wil het niet invullen, emoties kun je ook niet door iemands strot duwen.”

De kanker is nu een jaar weg, zijn jullie er nog heel erg mee bezig?

“Sander en ik hebben het er eigenlijk weinig over. Als hij voor controle naar het ziekenhuis moet, speelt het wel weer eventjes, maar het is niet zo dat we een boom gaan opzetten over die kankerperiode. Ik merk dat het voor de jongens wel meer speelt. Als er bijvoorbeeld een opa doodgaat van een vriendje, willen ze precies weten waaraan hij is doodgegaan. Ik denk om zelf te checken dat je niet zomaar dood kunt gaan. Er moet iets aanwijsbaars zijn. Maar ze kunnen ook geruststellen. Benjamin zei laatst: ‘Mama, alles komt altijd goed. Toen we de sleutel waren vergeten en het tostiapparaat binnen nog aanstond kwam het goed, of toen mijn vinger tussen de deur kwam en die weer heel werd, of de kanker van papa. Die ging ook weer weg.’ Houden zo, denk ik dan.”

Je bent zelf ook heel bang geweest dat het niet goed zou aflopen.

“Ja, en dat vond ik moeilijk. Het was een gedachte die ik helemaal niet wilde hebben. Na de eerste chemokuur was de kanker weg. Twee maanden later voelde Sander weer een knobbel. Het was foute boel. Hij kon kiezen: nog een keer dezelfde chemokuur, of een tiger trial, een heel zware kuur uit Amerika die nog in de onderzoeksfase zat. Hij koos voor de laatste, ondanks dat de bijwerkingen heel heftig waren. Maar hij geloofde niet meer in de ‘standaard’ chemo. De kanker was zo snel teruggekomen; de schrik zat er behoorlijk in. We hebben het er wel over gehad samen, maar die beslissing was echt aan hem en dat voelde ook goed.

Door de nieuwe behandeling had Sander, onder meer, enorme pijn in zijn rug. Hij kon niet meer zitten, niet meer staan, liep kreunend door het huis en viel soms flauw. Het was vreselijk om te zien, ook voor de kinderen. Die vroegen de hele tijd: ‘Komt dit wel weer goed?’ In die periode moest ik er toch aan, aan die vraag: wat als hij doodgaat? Kan ik zonder hem verder? Praktisch gezien lukt me dat natuurlijk wel. Ik heb werk, kan de hypotheek betalen, voor de jongens zorgen, maar het idee dat ik zonder Sander verder zou moeten, zonder de persoon die hij is en dat wat we samen hebben, daar werd ik zo intens verdrietig van. Gek genoeg stelde me dat ook gerust. Want dat betekende ook dat het goed zat tussen ons.”

Lees ook
Isa Hoes over een nieuwe liefde: ‘Jonge mannen hebben vaak nog zo’n lekkere levendige energie’

Wat vindt Sander van het boek?

“Hij las het toen hij alweer beter was en zei: ‘Ik ben benieuwd hoe het afloopt’. Daar moet ik dan erg om lachen. Hij vindt het fijn dat het er is, ook omdat hij veel dingen was vergeten. Het is net als met heftige dingen in je leven, iemand begraven of een kind krijgen; je vergeet hoe het was. Of nee, je hebt het ergens wel opgeslagen, maar alle bijzondere details ben je vergeten.”

Verder lezen? Het hele interview lees je in Flair 33-2020. Deze ligt tot en met 18 augustus in de schappen. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Geluk is met een K, € 21,99 lebowskipublishers.nl

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Maandag ligt ie in de winkel! #boek #gelukismeteenk nu al online @bol_com. Over een gezin en #kanker en hoe ga je met alles om en vechten tegen iets waar je niet tegen kan vechten en verdriet dat je niet wil delen en sterk doen en kwaad zijn en lelijk en toch blijven lachen. #Hoe doen andere mensen dat? #wat zeg je tegen je ouders? #wat zeg je tegen een kind? #gaat papa nou dood of niet? #waarom weet jij niks, mam? over andermans leed. #ik hoorde van je man, wat erg! #wat een horrorfilm waar jij in bent beland! Over willen verdwijnen omdat alles te erg is. Over dat je “er moet zijn” want dat zeggen ze in films. Over geen man meer hebben terwijl ie er toch is. En over eenzaamheid. Van de zieke en van de verzorger. Zin om te lezen?

Een bericht gedeeld door Nadja Hüpscher (@nadjahupscher) op

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

#vakantie

Een bericht gedeeld door Nadja Hüpscher (@nadjahupscher) op

Tekst: Saskia Smith | Beeld: Bart Honingh

Shoppen is altijd een goed idee