Je bent hier: Home > Celebs > Marion Pauw: ‘Als ik vroeger tijd voor mezelf had, zat ik hyperventilerend op de bank’

Marion Pauw: ‘Als ik vroeger tijd voor mezelf had, zat ik hyperventilerend op de bank’

Celebs
Marion Pauw: ‘Als ik vroeger tijd voor mezelf had, zat ik hyperventilerend op de bank’

We kennen haar van populaire literaire thrillers als ‘Daglicht’, ‘Hemelen’ en ‘Zondaarskind’. En nu ligt er een roman van haar in de winkel: ‘De experimenten’. Haar carrière leest als een successtory, maar het is Marion Pauw zeker niet aan komen waaien. Het zinnetje Let’s try harder zit er al van jongs af aan in.

Ze was niet het mooiste meisje van de klas. Ook niet de populairste of de slimste. Altijd de number two, zoals ze het zelf zegt. En daar komt die enorme drijfveer vandaan. “Zeker als het even niet lekker loopt, denk ik: verdomme! Mijn woede zorgt ervoor dat ik nóg meer mijn best ga doen. Ik kan heel goed schrijven als ik fucking pissig ben.”

In een eerder interview zei je: succes is de beste wraak. Had je daarbij iemand in gedachte?

“Op mijn 16e had ik verkering met de zoon van de tandarts. Zijn ouders keken heel erg op mij neer, omdat mijn vader schoorsteenveger was. Hij was zijn baan als chemisch analist kwijtgeraakt en is toen een schoorsteenveegbedrijf begonnen. Onwijs knap, het zegt veel over zijn veerkracht. Maar die mensen behandelden mij alsof ik trailer trash was. Zo zei die vader een keer tegen zijn zoon: ‘Ze zegt dan wel dat ze aan de pil is, maar ik zou wel een condoom gebruiken. Want je weet het maar nooit met dat soort meisjes.’ Alsof ik dolgraag het zaad van de zoon van de tandarts zou willen. Het was heel kwetsend, maar het gaf me wel een enorme drive. Dat zeg ik ook altijd tegen mijn eigen kinderen: het is niet erg als er tegenslagen zijn, het geeft je juist power. Ik had echt zo’n gevoel van: wácht maar.”

Inmiddels schreef je de ene bestseller na de andere, ‘Daglicht’ is verfilmd en in 2009 won je de Gouden Strop. Maar 4 jaar geleden kondigde je ineens aan te willen stoppen met schrijven. Waarom?

“Ik was een beetje klaar met fictie schrijven. Had al mijn persoonlijke issues wel zo’n beetje verwerkt in mijn boeken. Ik dacht: wat moet ik nu weer eens verzinnen? Maar het schrijven in het algemeen heb ik nooit helemaal uitgesloten. Daarom schreef ik in 2017 ook een boek over liefdesverdriet (Hotel Hartzeer, red.), samen met Susan Smit. En toen het verhaal van mijn nieuwe roman De experimenten op mijn pad kwam, kon ik daar geen nee tegen zeggen. Inmiddels weet ik: ik ben een verhalenverteller pur sang.”

Je nieuwe boek is heel anders dan de thrillers die je tot nu toe hebt geschreven. Had je het gevoel dat je jezelf moest bewijzen?

“Nee, niet meer dan bij mijn andere boeken. Bij elk boek wil ik iets goeds neerzetten. Daar werk ik hard en lang aan. Maar doordat dit een waargebeurd verhaal is, zet het je wel extra op scherp. Ik voelde een verantwoordelijkheid richting de mensen die dit hebben meegemaakt. Dat heb ik overigens niet als negatief ervaren, ik kan juist goed werken onder druk. Ik was wel heel blij dat ik al de nodige schrijfervaring had. Een paar jaar geleden had ik dit boek niet kunnen schrijven. Als je nog niet zo ervaren bent, wordt de beschrijving van een concentratiekamp al snel melodramatisch. Daarmee sla je de plank mis. De research en het schijven van het boek hakten er overigens behoorlijk in. Ik wist natuurlijk al wel iets over Auschwitz, maar op het moment dat je je er écht in gaat verdiepen is het enorm schokkend.”

Hoe laat jij je werk los?

“Ik sport veel, doe aan pilates en lees graag. Dat laatste is ook meteen mijn graadmeter: als ik te veel stress heb, kan ik niet meer lezen. Dan heb ik simpelweg de concentratie niet meer. Op zo’n moment weet ik: ik moet mijn prikkelniveau flink naar beneden brengen. Dan maak ik mijn agenda leeg en ga ik wandelen. Uitrusten. Gewoon even niets doen. Als ik nu kijk naar vroeger, naar wat ik tussen mijn 30ste en 40ste allemaal heb gedaan, dan denk ik: hóé dan? Ik was een alleenstaande moeder, werkte 4 dagen per week bij een reclamebureau en schreef boeken in mijn vrije tijd. Daarbij had ik wel 100 vrienden. Met iedereen sprak ik af. Alleen op vrijdagmiddag had ik 1,5 uur voor mezelf, vlak voordat de kinderen uit school kwamen. Dan zat ik hyperventilerend op de bank.”

Lees het hele interview in Flair 24. Deze editie ligt vanaf 12 juni in de winkels. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen kan hier.

Tekst: Nathalie de Graaf | Fotografie: Bart Honingh