Je bent hier: Home > Celebs > Maartje van de Wetering: ‘Met een zesje ben ik niet blij’

Maartje van de Wetering: ‘Met een zesje ben ik niet blij’

Celebs
Maartje van de Wetering: ‘Met een zesje ben ik niet blij’

Sinds ze dirigeerwedstrijd Maestro won, gaat het lekker met de acteercarrière van Maartje van de Wetering (32). ‘Maar rode lopers vind ik nog steeds vréselijk. Dan denk ik alleen maar: hoe moet ik gaan staan, ben ik niet te breed?’

Lees ook: Birgit Schuurman: ‘Ik geloof in ware liefde op een niet-romantische manier’

Op verzoek van de fotograaf lacht Maartje voor de dertigste keer het spleetje tussen haar tanden bloot. Et voilà, het evenbeeld van Marilyn Monroe verschijnt op het scherm van de camera. De korte blonde krullen, de volle lippen, de geprononceerde jukbeenderen: als twee druppels water. ‘Die vergelijking wordt vaker gemaakt,’ vertelt Maartje later in het Amsterdamse restaurant 5&33. ‘Ik zie het zelf niet zo, maar ik vind het een mooi compliment.’ Lachend: ‘Hopelijk leef ik wel iets langer, want zij werd maar 37 jaar.’

Wat Maartje behalve haar looks met Marilyn gemeen heeft, is haar talent voor zowel acteren als muziek. 
Het eerste is al tien jaar Maartjes vak, het tweede kwam tot bloei tijdens haar deelname aan dirigeerwedstrijd Maestro, die ze eind vorig jaar met verve won. ‘Ik zing en ik speel piano, maar ik heb niet enorm de ambitie om in m’n eentje voor een grote groep te staan en te zeggen: ‘En nu gaan we allemaal spelen.’ Die rol van aangever was helemaal nieuw voor mij, wat meedoen aan Maestro ontzettend spannend maar ook ontzettend leuk maakte.’

Een goede dirigent is stressbestendig, heeft een ijzeren wil én een goede conditie. Gaat dat voor jou op?
‘Nee, nee. Niet echt. Tijdens de opnames van Maestro had ik best veel stress. Als actrice moet je best veel spannende dingen doen: naar premières gaan, lastige scènes spelen, dat soort dingen. Maar ik geloof niet dat ik ooit zoiets engs als Maestro heb gedaan. Ik heb nachten wakker gelegen en als ik opstond, was het meteen (zwaait met een denkbeeldig stokje in de lucht, red.): één, twee, drie.’

Ben je een piekeraar?
‘Heel erg. En een ontzettende perfectionist, dus ik leg de lat voor mezelf heel hoog. Soms ben ik met meer dingen tegelijk bezig en die wil ik dan allemaal tot in de puntjes uitwerken. Dan kom ik mezelf weer eens tegen, omdat dat niet haalbaar is. Ik vind het moeilijk om me daarbij neer te leggen. Het is iets waar ik aan werk.’

Hoe pak je die perfectionistische inslag aan?
‘Therapie werkt voor mij. Ik blijf namelijk telkens tegen hetzelfde aanlopen: die ambitie en het perfectionisme. Met een zesje ben ik niet blij. Het is nooit goed genoeg. In eerste instantie had ik niet in de gaten dat mijn issues daarmee te maken hadden, maar mijn therapeuten en ik kwamen daar op uit. Ik ben vaak bang dat mensen me niet leuk vinden en vind het moeilijk om mijn plek te vinden in een groep. Dan ga ik heel erg mijn best doen in plaats van dat ik denk: dit ben ik en ik kijk wel hoe het loopt.’ Lachend: ‘Blijkbaar zit het heel diep, want ik heb er meerdere therapeuten voor nodig.’

Dat heeft waarschijnlijk te maken met die ijzeren wil.
‘Ja, ook dat past bij mij. Als ik iets doe, dan ga ik er helemaal voor. Zo wilde ik als klein meisje al naar de toneelschool, wat voor iemand uit een dorp in Brabant niet heel erg voor de hand lag. Ik kreeg ook weleens opmerkingen van: ‘Doe normaal, ga een vak leren.’ Nooit van mijn ouders overigens. Mijn moeder was juf op de basisschool, mijn vader werkte in een fabriek voor veevoer als assistent-bedrijfsleider. Niets artistiekerigs dus, maar ze hebben me altijd ondersteund en gevoed. Ze keken braaf als ik weer eens op de salontafel stond te dansen of een stukje voordroeg en mijn moeder nam me vaak mee naar het theater, musicals en allerlei films. Ze hebben nooit gezegd: ‘Daar ga jij je beroep niet van maken’.’

Was je een populair meisje?
Meteen: ‘Nee. Zeker niet op de basisschool. Ik had altijd het gevoel dat ik er niet bij hoorde, want ik leerde heel graag en vond het leuk om mee te doen met de les. Mijn gevoel was dat de andere kinderen zich daaraan stoorden, waardoor ze me een rare vonden. Ik werd niet gepest, maar ik denk wel dat ik werd buitengesloten. Dat vond ik heel erg.’

Je bent ook nog enig kind. Heb je je alleen gevoeld?
‘Ja, soms wel. Ik herinner me vooral de zondagen als saai. In het dorp waar ik ben opgegroeid, komt iedereen uit de katholieke hoek. Op zondag zat je dan bij je ouders of grootouders. Dat waren lange dagen, terwijl ik nu denk: wat heerlijk rustig. Mijn ouders zijn veertig jaar bij elkaar en wonen nog steeds in Brabant. Ik kom heel graag bij ze en heb ze ook nog wel echt nodig. Met mijn moeder overleg ik vaak dingen: wat vind jij hiervan, hoe zou jij dit aanpakken? En bij Maestro waren ze er elke aflevering bij. Ik zou eigenlijk niet weten wat ik zonder ze zou moeten.’

Het hele interview met Maartje van de Wetering lees je in de nieuwste Flair. Flair 16 ligt nu in de winkel! 

Interview en productie: Fleur Baxmeier | Fotografie: Ester Gebuis

Shoppen is altijd een goed idee