Je bent hier: Home > Celebs > Maaike Ouboter: ‘Ik ben anders naar het verlies van mijn ouders gaan kijken’

Maaike Ouboter: ‘Ik ben anders naar het verlies van mijn ouders gaan kijken’

Celebs
Maaike Ouboter: ‘Ik ben anders naar het verlies van mijn ouders gaan kijken’

Als je de gevoelige, filosofische liedjes van Maaike Ouboter (26) hoort, denk je: dat is een bloedserieus type. Maar ze is óók gek op feestjes, logeerde bij een straatclown in Spanje en kan ontzettend raar doen. Herkent ze haar eigen citaten?

Lees ook: Sandra Schuurhof: ‘Vreemdgaan vind ik zo’n onzin’

‘Ik was bang om té snel iets uit te brengen en vervolgens snel vergeten te worden. Ik wilde tijd hebben om mooie dingen te maken.’

‘Dat heb ik gezegd nadat mijn debuutalbum in 2015 uitkwam. Daar sta ik nog achter. Met ‘te snel’ bedoel ik dat andere mensen sneller gaan dan ik zelf wil. Dat ik niet de ruimte krijg om te denken: sta ik hier achter? Omdat ik dat nooit zou willen, heeft het weer even geduurd voordat mijn tweede album er was. Ik wilde dat het iets zou worden waar ik trots op kan zijn: het allerbeste wat ik nu kan maken en een afspiegeling van de dingen die me bezighouden. Op zoek naar inspiratie heb ik aan allerlei mensen in mijn omgeving gevraagd: ‘Welke persoon in het buitenland heeft indruk op jou gemaakt?’ Niet omdat ik zelf geen inspiratie had, maar omdat ik me wil blijven ontwikkelen. Als puber denk je: ik begrijp het leven helemaal. Maar hoe ouder je wordt, hoe meer je inziet dat de wereld complexer is dan je dacht.

Ik wilde in gesprek gaan met mensen die ik niet ken om mijn blik te verruimen, waardoor ik hopelijk een bredere visie krijg en niet te veel gevangen raak in hoe ik denk dat het is en moet. De mensen die door mijn omgeving werden aangedragen, ben ik gaan opzoeken. Ik heb op hun bank geslapen, met ze gegeten, door de stad gewandeld, gepraat over het leven. Wat speelt er in jouw hoofd, waar ben je bang voor, welke dromen heb je? Een verrijkende ervaring om in hun levens terecht te komen en door een andere bril te kijken. Een van de ontmoetingen was met een meisje in Noorwegen. Ze was activistisch en had een enorme passie voor het beter maken van de wereld. Dat werkte aanstekelijk op mij, ik dacht: ik moet dat ook meer doen, strijden voor dingen, op de zeepkist met een vuist in de lucht. Waarom doe ik dat niet? Dat werd een worsteling in mijn hoofd, totdat ik me realiseerde dat die instelling helemaal niet bij me past. Ik hou van nuances, kan eindeloos wikken en wegen. En dat is oké. Er moet ook iets of iemand tegenover dat activistische staan, het is goed dat die balans er is. Dat zij zij is en ik ik. Een leuke ontdekking: we mogen er allemaal zijn.’

‘Toen ik nog studeerde, blonk ik niet uit door inzet. Lange tijd dacht ik daarom dat ergens helemaal voor gaan niet bij mijn karakter past.’

‘Het leuke aan mijn studie media en cultuur was dat het erg filosofisch was. Dat vond ik interessant, maar er waren duizend andere dingen die ik óók interessant vond. Als ik ’s avonds zat te blokken, dacht ik: ik heb meer zin om naar de film te gaan. Dat deed ik dan ook. Daardoor dacht ik van mezelf: shit, ik heb geen discipline. Maar nu ik in de muziek zit, merk ik dat het daar niet zozeer mee te maken heeft. Neem mijn nieuwe plaat. Daar zit zo veel concentratie, energie, tijd, bloed, zweet, tranen, toewijding en liefde in. Ik moet de noodzaak voelen. Noodzaak klinkt alsof er mensen gered moeten worden, maar ik bedoel er de drive mee om iets te doen. Dan ga ik er vol voor. Mijn studie vond ik niet interessant genoeg om alles voor op te geven. Destijds schaamde ik me ervoor dat ik liever koffie ging drinken met mensen dan dat ik me op mijn boeken stortte. Ook omdat ik het idee had dat andere mensen daar een mening over hadden. Al mijn hele leven ben ik me enorm bewust van wat anderen voelen en denken. Ik pak negatieve emoties snel op en kan daar erg mee zitten. Als mensen ruzie met elkaar hebben, vind ik dat onprettig en wil ik dat het goedkomt. In mijn studietijd voelde ik me een lapzwans, omdat ik het idee had dat andere mensen dat van mij vonden. Nu realiseer ik me dat het klopte wat ik deed, want ik vind mensen gewoon fascinerend. In contact met ze staan, in gesprek raken met vreemden, praten over het leven. Het was een voorbode van wat ik nu schrijf en dus wel degelijk nuttig. Inmiddels trek ik me de mening van anderen minder aan, maar ik ben er nog gevoelig voor. Laatst zei iemand: ‘Je bent in het echt veel dikker dan ik dacht.’ Ik ben gelukkig met hoe ik eruitzie, maar dat raakt me dan toch. Geldt ook voor kritiek op mijn album. Ik kan zeggen: ‘Ik heb gemaakt wat ik wil maken’, maar ik heb toch de bevestiging nodig dat het goed is. Blijft die uit, dan zal ik daar onzeker van worden.’

‘Wat ik wel stom vind: soms wordt me gevraagd wat mijn ouders ervan zouden hebben gevonden… Wat moet ik daar nu op antwoorden?’

‘Na het overlijden van mijn beide ouders voelde ik me soms een alien omdat ik zoiets had meegemaakt. Daar werd het groot van. Mijn reactie daarop was dat ik het er niet over wilde hebben. Ik ging me ertegen afzetten en werd er boos van. Dat is veranderd. Dat komt door iets wat ik heb geleerd tijdens die reis voor mijn album, namelijk dat alle mensen worstelen met dezelfde thema’s: de liefde, de dood, de band met je ouders. Dat vond ik een grappige ontdekking: ik wilde juist wegblijven van het cliché van het meisje met die ouders, en toen kwam ik er weer terecht. Tegelijkertijd was dat rustgevend, omdat het me het inzicht gaf dat iedereen zich verhoudt tot z’n ouders – of ze wel of niet leven, of je ze spreekt of niet, of je hetzelfde als zij wilt zijn of anders. Dat maakt niet uit, want je bent voor altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden, anders was jij er niet geweest. Ik ben daardoor anders naar het verlies van mijn ouders gaan kijken. Eerder probeerde ik het onderwerp te vermijden, omdat ik niet wilde dat het mijn leven zou bepalen. Nu denk ik: het heeft impact gehad, dus veel liedjes zullen er onbewust mee te maken blijven hebben. Ik ben nog steeds trots op Dat ik je mis. Het is een mooie tekst die ik graag zing. Je kunt denken: alweer dat liedje, maar het is een compliment dat het voor mensen veel betekent. Er zitten veel lagen in. Sommige begreep ik zelf niet eens toen ik de tekst schreef, maar ontdek ik nu pas. Dat gaat met de liedjes op mijn nieuwe album vast ook gebeuren. Ik hoop dat het publiek ze net zo zal omarmen als de nummers op mijn debuut. Je maakt uit het niets iets en zodra dat er is, bestaat het voor altijd. Nogal een verantwoordelijkheid, dus het moet wel kloppen.’

Het hele interview met Maaike Oubouter lees je in de nieuwste Flair. Flair 18 ligt nu in de winkel! 

Interview en productie: Fleur Baxmeier Fotografie: Marloes Bosch

 

Shoppen is altijd een goed idee