Je bent hier: Home > Celebs > Katinka Polderman: ‘Na de geboorte van Bram ging mijn lijf rare dingen doen’

Katinka Polderman: ‘Na de geboorte van Bram ging mijn lijf rare dingen doen’

Celebs
Katinka Polderman: ‘Na de geboorte van Bram ging mijn lijf rare dingen doen’

In haar nieuwe voorstelling ‘Polderman draagt een steentje bij’ kijkt cabaretière Katinka Polderman (38) met haar messcherpe blik naar onze maatschappij én naar haar eigen bijdrage. “We zijn allemaal onderdeel van een systeem waar we geen grip op hebben.”

Je zong 9 jaar geleden al over pijpen en 4 jaar geleden over beffen. Verbaast het je dat er nu zo veel commotie is over Merol van wie wordt gezegd dat er eindelijk een vrouw is die hierover zingt?

“Het is natuurlijk best raar dat iedereen dat roept en niet de moeite neemt om even te kijken of dat al eerder is gebeurd. Maar ja, mijn liedjes hoor je niet op 3FM of 538, dus dan blijft dat een beetje in de luwte hangen.” Dan lachend: “Ziehier het lot van een antiheld. Ik sta niet in een glitterjurk op het toneel en ben geen rode-loper-materiaal. Dan valt het bij het grote publiek ook minder op wat je doet.”

Lees ook
Rik van de Westelaken open over homoseksualiteit: ‘Die eerste kus met een man was life changing’

Ze zit bijna 15 jaar in het vak. In 2005 won ze de jury- én publieksprijs van het Leids Cabaret Festival. De pers schreef dat wat ze deed bijzonder en vernieuwend was. “Dat is nooit zo de bedoeling geweest, ik blijf alleen heel dicht bij mezelf, dus dit is het gewoon.” En met ‘dit’ bedoelt ze de vrouw die ze is op het podium: geen gitaarvirtuoos, geen loepzuivere zangeres, maar iemand die haarscherp de werkelijkheid doorbreekt op een heel lieve manier. Een liedje kan beginnen met bloemetjes en zonnestralen en eindigen met kanker en de dood. Grof en teder, zoals ze zelf ook een beetje is. Ze groeide op in het Zeeuwse ’s-Heer Abtskerke, een dorp met zo’n 500 inwoners. Er was niet zo veel te doen en dus moest je je als kind zelf vermaken. Katinka en haar 2 jaar jongere broertje groeien op in een, zoals ze het zelf omschrijft, dorpsgezin. Haar vader reed op een tankwagen en bracht benzine naar tankstations en boeren in de omgeving, haar moeder werkte in het speciaal onderwijs. Op haar basisschool zaten 18 kinderen.

In de voorstelling tik je ook even het verschil tussen mannen en vrouwen aan en zeg je dat je nooit een man zou willen zijn, omdat je dan met een vrouw moet samenwonen.

“Ik heb een beetje de clichés van vrouwen en mannen door de mangel gehaald. Eigenlijk denk ik dat samenwonen met een man of vrouw allebei even erg is. Ik zou het liefst gewoon lekker alleen wonen. Ik ben heel erg van de rommeltjes. Mijn oude huis, waarin ik alleen woonde, bestond uit boeken. Ik zat als het ware ingemetseld in boeken en heel veel troep. Mijn vriend Peter is daar helemaal niet van, hij ergert zich wild aan mijn verzameling. Nou ja, ik geloof dat hij het inmiddels heeft geaccepteerd. Eigenlijk zouden we in een twee-onder-een-kaphuis moeten wonen. Dan heeft hij in het ene huis zijn minimalistische huis met grijze mannenmeubels, een televisie en een gamebox, en stapel ik het andere huis vol met mijn spullen. En dan 1 gemeenschappelijke keuken, als een soort overgangszone. Dat lijkt me wel wat.”

Los van je enorme boekencollectie, ben je makkelijk om mee samen te wonen?

“Ik denk het niet. Ik kom na mijn voorstellingen natuurlijk heel laat thuis en dan wil ik ook wel even bijslapen. Dat kan niet altijd, want Peter en onze zoon Bram van 3 hebben een ander ritme. En ik ben graag op mezelf, dus ik ben niet zo geschikt om een huis mee te delen. Ik laat ook dingen slingeren en lees liever een boek dan dat ik sta te stofzuigen. Mijn vriend is wel heel schoon en wil alles opgeruimd hebben. Het is eigenlijk een wonder dat we in harmonie samenleven.”

Hij is ook een tijdje thuis geweest om voor jou en Bram te zorgen.

“Toen Bram een half jaar was heeft Peter zijn baan opgezegd. Na de geboorte ging mijn lijf rare dingen doen. Ik had bloedarmoede, pfeiffer en mijn schildklier ging raar doen. Ik was een hoopje mens, oververmoeid en tot niks in staat. Dus het was ook echt wel nodig dat hij thuis was. En toen ik weer op de been was, was het heel fijn dat ik gewoon kon werken zonder erover na te denken wie er bij Bram was. Want Peter was thuis. Op den duur was hij het best wel beu en wilde hij zelf ook weer wat gaan doen. Een half jaar geleden heeft hij zijn werk als timmerman weer opgepakt.”

Lees het hele interview in Flair 35-2019. Deze editie ligt vanaf 28 t/m 3 september in de winkels. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Saskia Smith | Fotografie: Bart Honingh

Shoppen is altijd een goed idee