Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Celebs > Gwen van Poorten: ‘Dit is de eerste relatie waarin ik mezelf echt leuk vind’

Gwen van Poorten: ‘Dit is de eerste relatie waarin ik mezelf echt leuk vind’

Celebs
Gwen van Poorten: ‘Dit is de eerste relatie waarin ik mezelf echt leuk vind’

Een teken van zwakte, dat vond BNN’s Gwen van Poorten de burn-out die ze op haar 21e kreeg. Nu, zes jaar later, zit ze beter in haar vel dan ooit. Mede dankzij haar vriend. ‘Het was allemaal stoer gedoe, totdat hij in mijn leven kwam.’

Lees ook: Tess Milne: ‘Het wild child zit nog altijd in me!’

Ik ga morgen paddo’s eten,’  zegt Gwen ­halverwege het gesprek opgetogen.  ‘Het is misschien gek dat ik dat zo’n ding vind, want voor Spuiten en slikken heb ik ongeveer alle harddrugs weleens getest. Dat vond ik niet zo eng, want je weet wat het ongeveer met
je doet. Maar als je tript, weet je niet hoe je hoofd gaat reageren. Voel je je onzeker of niet zo goed, dan wordt dat enorm uitvergroot. Toen ik een keer spacecake at, ging het ­helemaal mis. Daarna heb ik gezegd:  ‘Dat ga ik nooit meer doen,’  maar nu wil ik het, voor een item met een spirituelere insteek, toch nog een keer proberen.’
Gwen van Poorten. Jong, knap, goedlachs en succesvol, met haar vaste baan als Spuiten
en slikken-presentatrice, 140.000 volgers op Instagram en zo’n 40.000 abonnees op YouTube. Indrukwekkend voor iemand die pas drie jaar geleden haar nationaltelevisiedebuut maakte, maar zo ervaart Gwen het niet.  ‘Vroeger had ik overal schijt aan en ging ik vaak op mijn bek. Ik hoefde alleen maar omhoog te kijken, want beneden was er niets. Nu ik iets te verliezen heb, ben ik bang om dat kwijt te raken. Daardoor ben ik voorzichtiger geworden en laat ik me minder snel gaan.’

Welke doelen hoop je met die paddotrip te bereiken?
‘Mijn streven is om de teugels wat meer te laten vieren, want volgens mij kunnen daar mooie dingen uitkomen. De laatste tijd heb ik daar al wat stappen in gemaakt, voornamelijk door mijn vriend. Voordat ik hem ontmoette, anderhalf jaar geleden, leefde ik in mijn eigen wereldje. Als ik ­problemen had, dan was het: verstand op nul, Netflix aan en er niet meer aan denken. Huilen vond ik een teken van zwakte, dus dat deed ik nooit. Het was stoer gedoe en grote praat.

Totdat mijn vriend in mijn leven kwam. Hij liet zich niet door mij afschepen en vroeg door: wat zit je dwars, waarom heb je bepaalde patronen voor jezelf gecreëerd, hoe komt het dat je je emoties zelden toont? Voor mij was dat lastig, want ik was er niet aan gewend om stil te staan bij mijn gevoelens. Ik vond het ook niet prettig om ermee geconfronteerd te worden, maar door mijn vriend heb ik geleerd om me ervoor open te stellen. Dat is – nu ik er eenmaal doorheen ben – heel fijn. Vroeger reageerde ik rationeel: is dit belangrijk voor mijn ­carrière? Ja? Dan doe ik het. Nu vraag ik me eerst af: hoe voel ik me hierbij, past dit bij mij, wil ik dit wel? Ik ben meer mens geworden in plaats van robot. En daardoor kan ik meer genieten en ben ik relaxter geworden.’

Is er een moment geweest waarop het finaal misging?
‘Ja. Ik ging op mijn achttiende op mezelf wonen, werkte fulltime in een sportschool, organiseerde ’s nachts feestjes en probeerde zo veel mogelijk presentatieklussen te ­scoren. Het was zeven dagen per week ­werken, werken, werken. Op een gegeven moment was er sprake van dat ik bij TMF aan de slag kon, maar toen stopte de zender. Daarna liep ik vast. Ik had mijn opleiding niet afgemaakt, ik was niet gelukkig met mijn leven, ik verdiende amper geld. Ik heb dit nooit verteld omdat ik dat een teken van zwakte vond, maar ik kreeg een dikke burn-out. Eerst dacht ik nog dat ik griep had, want ik voelde me zo raar. Paniekerig, snel op de kast, onrustig. Het lampje ging uit. Ik ben in de auto gestapt om naar mijn ouders te ­rijden, maar halverwege kon ik niet meer. Ik was compleet over mijn toeren. Mijn vader is me komen ophalen en samen met mijn ouders ben ik naar de huisarts gegaan. Hij zei:  ‘Dit gaat wel een tijdje duren, jij moet echt even rustig aandoen.’  Dat vond ik ­nergens op slaan. Ik had mijn doelen nog niet bereikt!

Maar het was de continue onrust die me nekte. Ik heb met een psycholoog gepraat die me uitlegde dat ik een bepaalde structuur miste:  ‘Je bent op jonge leeftijd uit huis gegaan, waarna je als een puppy die voor het eerst wordt losgelaten bent gaan rennen totdat je omviel.’  Het was natuurlijk ook niet goed dat ik nooit om hulp wilde ­vragen en alles naar het positieve probeerde om te buigen. Positiviteit is fantastisch, maar soms is het ook goed om te denken: shit, dit is vervelend. Of: wat gemeen, dit verdien ik niet. Uiteindelijk ben ik drie maanden bij mijn ouders gebleven. In die periode viel ik tien kilo af, werd ik weer rustiger en leerde ik heel veel over mezelf.’

Lees het hele interview met Gwen in de nieuwe Flair, nú in de winkels!

Wil je niets meer missen van Flair? Neem een abonnement. Profiteer nú van onze speciale lente-aanbieding: 10 nummers voor slechts €10

Shoppen is altijd een goed idee