Je bent hier: Home > Celebs > ‘Goedemorgen Nederland’-presentatrice Lisette Wellens: ‘Racisme is geen meningsverschil’

‘Goedemorgen Nederland’-presentatrice Lisette Wellens: ‘Racisme is geen meningsverschil’

Celebs
‘Goedemorgen Nederland’-presentatrice Lisette Wellens: ‘Racisme is geen meningsverschil’

Voor haar gevoel staat Goedemorgen Nederland-presentatrice Lisette Wellens (33) altijd in twee werelden. Als kind van een Curaçaose moeder en een Nederlandse vader probeert ze die twee werelden bij elkaar te brengen. Helemaal nu. ‘Een bruggenbouwer, zo zie ik mezelf in de gesprekken over racisme. Niet oordelend of vingerwijzend, maar verbindend.’

‘Ik sta altijd in twee werelden’

Op 2 juni plaatste Lisette op Instagram een foto van haar vader en moeder. Haar vader draagt Lisette op zijn arm. Ze is nog een baby, roze broek, witte jas, witte muts. Eronder schreef ze onder meer: “Als kind van een zwarte moeder en een witte vader balanceer ik op een vreemde lijn. Niet wit en niet zwart. Allebei een beetje. En dus ook allebei net niet.” En: “Alle excuses die volgden op het moment dat ik mensen wees op hun racistische opmerkingen, heb ik weleens gehoord. ‘Het was maar een geintje’ en ‘Je bent te gevoelig’.” Het is de eerste keer dat ze zich mengt in de discussie. Tot die tijd had ze steeds tegen zichzelf gezegd dat ze niet zo moest zeuren, dat er mensen zijn die het veel zwaarder hebben dan zij en dat het beter is om je er maar niet te veel over uit te laten.”Een bruggenbouwer, zo zie ik mezelf in de gesprekken over racisme. Niet oordelend of vingerwijzend, maar verbindend. Ik denk dat ik dat altijd heb gedaan, zonder me daar bewust van te zijn, overigens. Mijn moeder komt uit Curaçao, mijn vader uit Nederland, een zwarte moeder en een witte vader. Wat ben ik dan? Gemixt? Nederlandse? Curaçaose? Voor mijn gevoel sta ik altijd in twee werelden. Vandaar die verbinding.”

Op een zonovergoten terras bij haar om de hoek zit Lisette, blauwe spijkerjurk, haar los, zonnebril aan een kettingtouwtje om haar nek, ontspannen onderuit. Het is half twaalf, haar werkdag zit erop. Die ochtend is ze om kwart voor drie opgestaan, iets wat onvermijdelijk is als je Goedemorgen Nederland presenteert. Om zeven uur gaat het programma live van start. Ze is eraan gewend. Het scheelt ook dat ze met weinig slaap kan en genoeg energie heeft. “Een fijne bijkomstigheid van mijn ADHD”, zegt ze lachend.

Op de foto die ze postte kreeg ze veel reacties. Mooie, ontroerende en ondersteunende, maar ook nare en beledigende. Ze heeft alle reacties gelezen. “Ik kon het niet laten, ik moest weten wat er werd geschreven. Ik weet niet zo goed waarom ik dat doe, want het is echt zelfkastijding, hoor. Hoewel er ook heel mooie reacties waren, soms uit onverwachte hoeken. Ik probeer die haatantwoorden ook niet te persoonlijk te nemen. Het is Twitter, het afvoerputje van mensen die maar wat roeptoeteren en geen idee hebben.”

Waarom vond je dat je er nu wel iets over moest zeggen?

“Ik vond dat ik alles te lang gebagatelliseerd had. En wat ik deed, het er niet over hebben, is nu precies wat je niet moet doen. Opmerkingen die ik naar mijn hoofd geslingerd krijg, de aannames, de vooroordelen: het zijn allemaal kleine, soms onbewuste, maar wel racistische speldenprikjes. Als ik niks doe, houd ik dat in stand. Ik was ook wel klaar met aardig gevonden willen worden of politiek correcte antwoorden geven. Een paar van die kleine speldenprikjes kan ik wel aan, maar heel veel prikjes zorgen voor een pijnlijke wond.”

Hoe was dat voor jou als kind?

“Ik groeide op in Almere, waar van alles rondliep: mensen met verschillende achtergronden, geloven en kleuren. Het was een fijne plek om op te groeien. Eigenlijk heb ik toen ik klein was nooit het gevoel gehad dat ik zwart of wit was. Ik voelde me wel anders, maar dat kwam vooral door mijn haar. Ik vond mijn krullen maar raar en mensen zaten er vaak ongevraagd aan. De moeder van een buurjongen was Chinees en die had van dat prachtige, steile haar. Dat wilde ik zo graag, want dan kon ik een boblijn met pony nemen. Dat was met mijn haar natuurlijk niet te doen. Mijn jeugd was in die zin dus redelijk onbezorgd. Lieve ouders, leuke school, genoeg vriendinnen en eindeloos buitenspelen. Pas later ben ik me gaan realiseren hoe die vooroordelen over zwarte mensen onder mijn huid zijn gaan zitten. Discriminatie, racisme, het was er ook in mijn jeugd, maar ik registreerde het niet als zodanig. Ik had witte tantes in Brabant en zwarte tantes op Curaçao, in mijn wereld liep alles door elkaar. Vandaar dat ik het misschien minder zag. Maar het was er wel.”

‘Ik ging tegen alle vooroordelen vechten: extra netjes praten, overdreven vriendelijk doen’

“Er werd een keer bij ons thuis aangebeld en ik rende naar de deur, terwijl mijn moeder achter me aan liep. Toen ze opendeed, werd er aan haar gevraagd of ‘mevrouw’ ook thuis was. Een zwarte vrouw met zo’n wit kind, dan zou ze wel de werkster zijn. Of die keer dat ik in een kroeg tijdens een voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal het volkslied meezong en een man zei dat hij het zo knap vond dat ik het Wilhelmus ken. Of dat mensen automatisch denken dat ik een zwarte vader heb en mijn ouders niet meer bij elkaar zijn, want die vaders laten hun gezin toch altijd in de steek? Door dat soort dingen ging ik steeds meer beseffen hoe er tegen zwarte mensen wordt aangekeken. En dat zette, gek genoeg, een mechanisme in mij aan waardoor ik tegen die vooroordelen ging vechten: extra netjes praten, overdreven vriendelijk doen en op de school voor journalistiek deed ik extra hard mijn best voor de taaltoets. Ik ben daar heel goed in en toch dacht ik: ik moet zorgen dat ik nul fouten heb, want anders gaan ze denken dat ik er zo één ben die niet Nederlands is en niet kan spellen. Ik heb ook vaak getwijfeld waarom ik ergens aangenomen werd. Was dat om hoe ik eruitzie en handig voor het diversiteitspotje, of was dat om wat ik kan? Dat is gewoon geen fijn gevoel.”

Heb je het idee dat het nu de goede kant uitgaat?

“Ik ben er blij mee, met hoe het de laatste weken gaat. Dingen worden opengebroken. Ik heb nog nooit zo veel over kleur en hoe ik me daarover voel gepraat. Een vriendin zei tegen me dat ze zich ineens realiseerde dat ze ook weleens ongevraagd aan mijn haar had gezeten. Daar moet ik dan om lachen, want het is niet zo dat ze nu een soort boete hoeft te doen. De bewustwording die loskomt, is fijn. Maar er hoeft niet steeds achterom gekeken en sorry gezegd te worden. Het gaat om voortschrijdend inzicht. Kijk naar het nu en kijk hoe je het beter kunt doen. De kern van de discussie is: in hoeverre wil je je inleven in de ander? Kun je begrip tonen voor het gevoel dat er is, maar dat je zelf misschien niet hebt? Ik heb besloten dat ik het niet meer ga weglachen. Mijn witte tantes lezen ook de reacties op social media die aan mij zijn gericht. Die vinden dat heftig, terwijl ik sommige dingen al mijn hele leven hoor. Nu pas denken ze: hé, wat gek dat dat gebeurt. Racisme is geen meningsverschil, het is een systeem dat je pas ziet als je het doorhebt, en ik ben blij dat dat nu meer en meer gebeurt. Het is geen probleem van gekleurde mensen waar witte mensen van overtuigd moeten worden. We moeten het met z’n allen aanpakken.”

Lees ook
Barbara Sloesen speelt eerste moederrol in nieuwe romcom: hoe zit het met haar rammelende eierstokken?

Er zit ook een bepaalde haast in je, komt dat omdat je vader jong is overleden?

“Ik denk wel dat sommige keuzes ingegeven zijn door die gedachte. Mijn vader is plotseling overleden, hij was 46, ik zestien. In één klap was ik volwassen. Dat gevoel van ‘het kan zo over zijn’, zit diep bij mij. Als ik iets wil, zal ik niet snel denken: ik kom daar later nog wel een keer op terug. Ik heb mijn hele middelbareschoolperiode toneelgespeeld en ik zat op dansles en zangles. Ik wilde heel graag naar de toneelschool en schreef me zowel in Amsterdam als Utrecht in. Bij beide werd ik afgewezen. Te jong, te weinig levenservaring. Ze zeiden dat ik over een jaar terug moest komen. Daar wilde ik niet op wachten. Het was meteen: oké, dan niet, wat dan wel? Ik kwam terug bij het schrijven en ben naar de school voor journalistiek gegaan. Een lucky shot, want ik had niet per se ambities in die richting. Had ik een jaar moeten wachten? Had ik het niet nog een keer moeten proberen? Geen idee. Op een bepaalde manier is presenteren ook op een podium staan, dus ik ben toch nog redelijk dicht bij mijn eerste plan gekomen. Ik realiseer me nu ook steeds meer hoe jong mijn vader eigenlijk was toen hij stierf. Toen ik klein was, vond ik 46 oud, maar Alwin, mijn vriend, is bijna veertig en die vind ik helemaal niet oud. Bij veertig begint het leven eigenlijk pas een beetje.”

Verder lezen? Het hele interview lees je in Flair 30-2020. Deze ligt tot en met 28 juli in de schappen. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Vandaag weekend! En even terugkijken op de afgelopen dagen. Vrijdag was het flink improviseren met het steunplan voor KLM, de (nieuwe) kandidaat-lijsttrekkers voor het CDA, de soap rond Veronica Inside, de opvolger van DWDD, het eindrapport rond de buitenlandse invloed op Nederlandse moskeeën en de boodschap dat we straks alleen ‘hoera’ mogen fluisteren in de voetbalstadions. Soms best even stressen maar dankzij mijn geweldige collegas @jostavz, @annefleurvanwanroij en @boeman001, de make-up van @carmen_zomers @ellisfaascosmetics @hannahhuidcoach en de kleding van @claudiaengelsstyling gecombineerd met de sieraden (en die broche!) van @ellen_beekmans was er op tv (volgens mij 😅) niks van te zien. #goedemorgennederland #wnlvandaag

Een bericht gedeeld door LISETTE WELLENS (@lisettewellens) op

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

De afgelopen dagen hebben meer met me gedaan dan ik in eerste instantie aan mijzelf wilde toegeven. Als kind van een zwarte moeder en een witte vader balanceer ik op een vreemde lijn. Niet wit en niet zwart. Allebei een beetje. En dus ook allebei net niet. Vandaar dat ik mijzelf de afgelopen dagen steeds heb toegesproken met dingen als: ‘niet zeuren’, ‘er zijn mensen die het veel zwaarder hebben dan jij’ en: ‘spreek je er maar niet te veel over uit’. Maar dat is precies waar de schoen wringt. Precies die gedachten zorgen ervoor dat al die kleine, gemene, racistische speldenprikjes waar ook ik in Nederland veel te vaak mee te maken krijg in stand blijven. Vaak zo subtiel maar helaas ook zo diepgeworteld. Dus daarom nu toch dit bericht. Hoe vaak ik niet heb gehoord dat ik ‘zo Nederlands’ ben dus vast wel tegen een grapje over zwarte mensen kan, dat ik niet moet zeuren als iemand gedachteloos het woord neger gebruikt, want dat dat toch niet voor mij geldt? Dat ik vast de eerste uit mijn familie ben die is gaan studeren, of dat ik een leuke meid ben maar dat ik me maar niet te veel moet gaan gedragen als Sylvana Simons. Dat mensen ongevraagd aan mijn haar zitten en dan concluderen dat het ‘zo zacht ’ is. Of gekscherend zeggen dat ik op een poedel lijk. En dan was er ook nog het moment waarop ik tijdens een EK in de kroeg praktisch applaus kreeg van een oudere Amsterdammer die het echt heel erg knap vond dat ik het volkslied uit mijn hoofd ken. Ik durf te wedden dat alle mensen die bovenstaande opmerkingen gemaakt hebben dat allang weer vergeten zijn. Want ook alle excuses die volgden op het moment dat ik ze op hun racistische opmerkingen wees heb ik allemaal weleens gehoord: ‘Het was maar een geintje’, ‘ik heb zelf een zwarte vrouw’, ‘mijn andere zwarte vrienden vinden dat ook’, ‘je neemt het te persoonlijk’, ‘je bent te gevoelig’, ‘je hebt het gewoon verkeerd begrepen’ ‘zo bedoelde ik het niet hoor’. Toch ben ik nu diep van binnen voorzichtig hoopvol dat er misschien iets gaat veranderen. Dat dit het begin is van een nieuwe koers en een flinke stap voorwaarts. Ik kreeg berichten van mensen waarvan ik het niet had verwacht….(rest van de tekst in reacties)

Een bericht gedeeld door LISETTE WELLENS (@lisettewellens) op

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Hieperdepiep hoeraaaaa #toenennu #zoekdeverschillen #verjaardag #happybirthdaytome

Een bericht gedeeld door LISETTE WELLENS (@lisettewellens) op

Tekst: Saskia Smith | Beeld: Bart Honingh

Shoppen is altijd een goed idee