Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Celebs > Actrice Eva van der Gucht: ‘Ik voelde me heel volwassen, totdat ik een keer ’s nachts thuiskwam…’

Actrice Eva van der Gucht: ‘Ik voelde me heel volwassen, totdat ik een keer ’s nachts thuiskwam…’

Actrice Eva van der Gucht: ‘Ik voelde me heel volwassen, totdat ik een keer ’s nachts thuiskwam…’

Het afgelopen jaar was een spannend jaar voor actrice Eva Van der Gucht (43). Niet eens zozeer vanwege werk dat –deels – wegviel door corona, maar vooral omdat haar moeder met een herseninfarct in het ziekenhuis terechtkwam. ‘Wat ik heel erg mis, is met haar bellen. Dat intieme, die momenten waarop je je even afsluit van de wereld om je heen en inzoomt op degene die je hoort.’

Op Instagram postte je een zwart-witfoto van je familie: jij als baby op de arm van je moeder. Je schrijft eronder dat dit een fijne basis voor een rijk leven is. Waarin zit dat rijke voor jou?

“Ik ben opgegroeid in een fijn en stabiel gezin. Ik heb een goede, wezenlijke basis meegekregen waardoor ik een bepaalde mate van gezonde naïviteit heb. Daarin zit voor mij dat rijke leven, want door die naïviteit heb ik een open blik naar de wereld. Mijn deur staat, zeg maar, altijd open. Dan is er af en toe iemand die daar misbruik van maakt, maar negen van de tien keer ontmoet ik mensen die mijn leven verrijken. Als je die veilige basis niet hebt, ben je veel wantrouwiger en daarmee stap je ook voorzichtiger de wereld in en mensen tegemoet. Ik ben misschien kwetsbaar door me open te stellen, maar als het niet goed gaat, kan ik terugvallen op die basis.”

Wanneer ging het bij jou dan niet goed?

“Ik ben vroeger gepest. Ik had een lui oog, dus ik had een bril, zo’n opa-bril, door mijn vader in elkaar geflanst, met een pleister erop. Scheeloog werd ik genoemd. Mijn ouders zeiden dan: ‘Dit heeft niks met jou te maken.’ Ze vroegen nooit of ik zelf ook iets had gedaan, maar probeerden de situatie uit te leggen: misschien had die persoon niet zo’n fijne dag. Empathie is dan ook gigantisch gekweekt bij mij. En dat inlevingsvermogen is iets wat ik nu heel goed kan gebruiken in mijn vak: waarom doen mensen wat ze doen? Dat is interessanter dan de vraag: wat doet het met mij?”

Heeft het je ouders verrast dat je naar de Kleinkunstacademie ging?

“Niet verrast, maar ze waren wel heel bezorgd. Voor mijn ouders was Amsterdam echt het Sodom en Gomorra van Europa. Maar ze lieten me gaan. Toch ook die basis van vertrouwen: Eva redt zich wel. Ik was ook een heel brave puber, misschien dat dat hielp. Het enige waar ik me hard voor heb gemaakt, is dat ik zelf mocht weten hoe laat ik thuis zou komen. Ik was zestien en zei dat ik het zelf wel kon bepalen. Dat vond mijn vader oké, maar hij wilde me dan wel ophalen. De eerste paar weekenden was er euforie en ging ik tot diep in de nacht uit. En belde dan gerust om vijf uur ’s morgens vanuit een telefooncel naar mijn vader dat hij me kon komen halen. Ik voelde me heel volwassen, totdat ik een keer ’s nachts thuiskwam en een deken en kussen op de bank zag liggen; hij had daar de hele nacht gelegen zodat hij de telefoon kon horen. Ik realiseerde me dat ik dat niet kon maken en ben meer gaan overleggen met hem.”

“Dat was mijn enige puberuitspatting. Verder heb ik het niet bont gemaakt, ik was niet van het experimenteren of zo. Mijn eerste rol heb ik overigens aan mijn moeder te danken. Zij hoorde op de radio dat ze een meisje zochten voor de Belgische film Iedereen beroemd! Ik zat toen nog op de Kleinkunstacademie, was twintig en dacht: ze zoeken een meisje van zeventien, ik ben te oud. Maar mijn moeder had iets van: je kunt best een jonger meisje spelen. Ik deed auditie, kreeg de rol en de film werd genomineerd voor een Oscar voor beste buitenlandse film. Mijn carrière had geen betere start kunnen hebben.”

Als je in Gent bent, is het dan fijn om dichter bij je ouders te zijn?

“Heel fijn. Vooral nu. Mijn moeder heeft vorig jaar, midden in die eerste lockdown, een zwaar herseninfarct gehad en heeft mantelzorg nodig. Ze werd op een ochtend wakker en kon niet meer goed praten. In het ziekenhuis werd verteld dat de eerste 72 uur erop of eronder waren, dus we kwamen in een gigantische rollercoaster terecht. De grenzen waren ook nog eens dicht. Thuis stond mijn koffer klaar, want als het moest, kon ik wel naar België om afscheid te nemen. Ik ben er op zich aan gewend dat ik niet om de hoek woon, maar er niet binnen vijf minuten kunnen zijn, is in dit soort gevallen een vreselijk gevoel. Er mochten ook maar twee mensen bij haar die eerste drie dagen en daarna niet meer, vanwege corona. Dat vond ik hartverscheurend, dat je in de war bent en dan alleen in een kamertje ligt. Ik mocht van mezelf niet denken aan hoe zij zich voelde, dat is iets wat ik echt heb geblokt. Want het is verschrikkelijk natuurlijk, als je daar ligt en geen bekende ziet.”

“Mijn vader, zus en ik kwamen ineens in een traject waarin we moesten nadenken over wat nog een acceptabel leven is. Hoe zien wij dat, maar vooral: hoe ziet mijn moeder dat? Ze kon niet meer praten, we moesten het dus voor haar bedenken. Nou ja, dat is behoorlijk ingewikkeld en emotioneel. Mijn ouders hebben het daar nooit zo uitgebreid over gehad, al heeft mijn moeder weleens geroepen: ‘Als ik een plant ben, trek je de stekker er maar uit.’ Oké, denk je dan, maar wat is de definitie van een plant? Dat soort gesprekken hadden we met elkaar. Waarin je ook steeds je grens verlegt. Ook ten goede, want soms blijken dingen wel weer beter te gaan dan je van tevoren had gedacht en andere dingen weer niet. Lopen lukt niet meer, ze is rechts verlamd, maar praten gaat redelijk. Eten gaat gelukkig goed. Dat vonden we heel belangrijk. We zijn bourgondisch, we houden van eten. Als mijn moeder alleen nog maar pap kon eten, zou ik dat heel erg vinden.”

“Het was voor mij in het begin soms heel abstract, omdat ik mijn moeder helemaal niet meer had gezien. Na twee weken had iemand in het ziekenhuis een iPad gevonden en ervoor gezorgd dat ik kon facetimen met mijn moeder. Dat was confronterend, omdat dan ineens de realiteit binnenkomt, maar vooral ontzettend fijn. Mijn moeder lag dan wel in het ziekenhuis, maar ik kon in haar ogen kijken en zag dat ze het fijn vond om mij, maar ook mijn vader en zus te zien. Ze is nu, na lang revalideren, thuis en mijn vader zorgt voor haar. Hij is nog relatief jong, 74, maar we moeten oppassen dat hij niet zichzelf voorbijloopt.”

Lees ook
Peggy Vrijens is een minder strenge moeder dan ze dacht: ‘Soms roep ik iets omdat ik vind dat ik dat moet vinden’

Je hebt niet alleen afscheid moeten nemen van met haar bellen, maar ook van de moeder die ze was.

“Klopt. Ze is natuurlijk nog steeds mijn moeder, maar de verhouding die je tot elkaar hebt, is anders. Het leven draait zich als het ware langzaam om. Je groeit dichter naar je ouders toe, als volwassene sta je op gelijke voet met elkaar en dan kantelt het ineens de andere kant op. Ik ben nu bezorgd om mijn moeder, terwijl ik dat als kind nooit was. En ik heb een nieuwe manier moeten vinden om met haar te communiceren. Dat is soms moeilijk, want het liefst voer ik nog steeds drie gesprekken door elkaar met haar, maar ik ben vooral heel dankbaar dat ik met haar kan praten. Dat we nog samen kunnen lachen. Laatst had ze een terugval en woonde ze een paar maanden in een woonzorgcentrum. Ik ging bij haar op bezoek en we kregen thee met een koekje erbij. Je moet weten, mijn moeder is een enorme zoetekauw. Dus die wilde nog wel een koekje. Ik heb toen koekjes van de theekar waar iemand mee rondreed gepikt en aan haar gegeven. Elke keer als er dan een verpleegkundige langsliep, zei ik dat ze het moest verstoppen, want jatten in een woonzorgcentrum is natuurlijk not done. Daar moest ze heel hard om lachen. Dan zie ik haar pretogen en is ze weer gewoon mijn mama van vroeger.”

Lees het volledige interview met Eva van der Gucht in Flair 21-2021 , deze ligt vanaf 26 mei in de winkels. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Saskia Smith | Fotografie: Bart Honingh