Je bent hier: Home > Celebs > Schrijfster Esther Verhoef over heftig pestverleden: ‘De angst om het fysieke geweld was vreselijk’

Schrijfster Esther Verhoef over heftig pestverleden: ‘De angst om het fysieke geweld was vreselijk’

Celebs
Schrijfster Esther Verhoef over heftig pestverleden: ‘De angst om het fysieke geweld was vreselijk’

Ze tikt in sneltreinvaart boeken en wint er prijs na prijs mee. En dat terwijl schrijven voor Esther Verhoef (51) in eerste instantie een overlevingsmechanisme was: “Als supergevoelig kind kwam de wereld bij mij keihard binnen. Ik werd niet gewoon gepest, mijn hele jeugd was het oorlog. Buiten was het onveilig. Schrijven werd een vlucht.”

Ze heeft niet de behoefte om op de voorgrond te treden; in haar zijn zit dan ook een bepaalde bescheidenheid. Ook later in het interview lacht ze bijna verlegen de opsomming van haar literaire leven – dat bestaat uit 2,5 miljoen verkochte thrillers en romans, meerdere vertalingen en een kast vol prijzen – weg. “Ik sta eigenlijk nooit zo stil bij die kant van mijn werk. Ik wil gewoon een boek schrijven, de verhalen die in mijn hoofd zitten vormgeven, tot leven laten komen.”

Je bent als kind gepest, was schrijven ook een manier om een soort veilige wereld te creëren?

“Jij noemt het pesten, voor mij was het oorlog. Het was onveilig buiten. Vanaf de kleuterschool tot de eerste jaren middelbaar onderwijs moest ik elke dag op mijn hoede zijn. Wij woonden in een wijk met veel probleemgezinnen, ouders die dronken, allerlei ellende, dus die kinderen reageerden gewoon hun frustraties af. Ons gezin week daarvan af, ik voelde me dan ook een totale buitenstaander en had geen aansluiting met leeftijdsgenootjes. Ik werd regelmatig in elkaar geslagen. Die angst om dat fysieke geweld was vreselijk. Het was een hele groep tegen één persoon, ze fokten elkaar op. Ik was soms doodsbang, letterlijk, dat ze op een dag te ver zouden gaan en ik het niet zou overleven. Schrijven was in die zin een vlucht, een plek waar ik naartoe kon gaan en waar ik wel de controle had.”

Je zit op gemiddeld één boek per jaar. Kunnen we daaruit concluderen dat je een workaholic bent?

“Ik denk dat de conclusie eerder is dat ik van werken houd en gedisciplineerd ben. In dat steeds maar doorgaan zit ook een valkuil, want je reflecteert niet echt op wat er allemaal is gebeurd. Ik zat laatst op de bank met Berry en kneep hem in zijn hand. Zo van: wat gaat het eigenlijk ontzettend lekker allemaal. Ik had onlangs twee prijzen gewonnen, het Gouden Boek en de Gouden Vleermuis (een thriller-oeuvre-prijs, red.). Dat vind ik bijzonder en ik voel me vereerd, maar ik leg het best makkelijk naast me neer. Nu had ik even zo’n moment waarop ik me realiseerde hoe bijzonder dat eigenlijk is. Ook omdat een boek schrijven gewoon een pittige klus is.”

Je dompelt je dan ook helemaal onder, je bént je personages. Dat maakt het wellicht ook pittig.

“Klopt. Al zie je mijn inspanningen niet in het boek. Ik wil dat je als lezer achter de zinnen terechtkomt, dat je in die wereld gaat geloven en volop meeleeft. Soms is een zin niet mooi of gebruik ik een werkwoord dat niet bestaat, dat is dan nodig om een bepaald gevoel over te brengen. Ik doe ook altijd grondig research. In mijn laatste thriller Façade rijdt de hoofdpersoon van Nederland naar Portugal. Ik heb die rit ook gereden, deels in dezelfde auto als waarin zij rijdt. Ik sliep in de hotels waarin zij in het boek slaapt en ben op de plekken geweest waar zij wordt achtervolgd. Façade is trouwens ook het eerste boek waar mijn kinderen aan hebben meegewerkt.”

Lees ook
Monique Smit: ‘Martijn trekt de deur achter zich dicht als hij gaat werken, terwijl ik nadenk over de kinderen’

Ze zitten toch niet naast je te tikken?

“Nee, het schrijven doe ik alleen. Met een koptelefoon op, zodat ik me beter kan concentreren. Maar sommige research en plotten doe ik met Berry. Aan de keuken-tafel hebben we daar dan hele gesprekken over. Lang was dat voor onze kinderen iets wat wij gewoon deden, nu ze ouder worden zíén ze ineens wat we aan het doen zijn. Mijn kinderen – ze zijn 23, 21 en negentien – zijn gewend dat ze een schrijvende moeder hebben. Pas de laatste jaren beginnen ze mijn werk leuk en interessant te vinden. Toen Berry en ik een keer op een avond zaten te praten over een Façade-personage dat opgesloten in een douchecel zat, en we niet wisten hoe ze eruit kon ontsnappen, kwam mijn zoon bij ons zitten. Hij zei: ‘Voor het eerst zie ik bewust hoe jullie dit doen, hoe dat werkt, een boek maken.’ Hij kwam uiteindelijk met een geweldige oplossing voor die ontsnapping, die is in het boek terechtgekomen. En mijn jongste dochter leest heel weinig, ze luistert veel naar boeken, want ze heeft geen geduld om te lezen, maar mijn manuscripten leest ze wel. Nadat ze de eerste versie van het boek had gelezen, vond ze een bepaalde scène te snel voorbijgaan en ook niet verrassend genoeg. Ik ben met haar gaan zitten om te kijken hoe dat anders kon en door haar input is dit een van de spannendste scènes geworden.”

Trekt Berry dat een beetje, een vrouw die maanden een soort van afwezig aanwezig is?

“Ja, joh. We zijn al ruim dertig jaar samen. Hij kent mij door en door. En hij vindt die afwisseling ook fijn. Hij kan goed alleen zijn, pakt dan allerlei projecten op, en hij kan heel goed met mij zijn als ik niet schrijf.”

En als jullie niet schrijven? Er is hopelijk ook nog een leven naast samen werken?

“Natuurlijk! We zijn collega’s, maar in de eerste plaats geliefden. Dat we het al zo lang met elkaar uithouden, is omdat we altijd zijn blijven investeren in elkaar. Ik vind het belangrijk om er goed uit te blijven zien voor hem, hij ook voor mij. Dat je een beetje je best doet voor elkaar. Als we merken dat we elkaar uit het oog verliezen, trekt een van ons aan de bel en maken we onze agenda’s leeg, zodat we samen iets leuks kunnen doen. We realiseren ons heel goed dat het allemaal niet vanzelf komt, dat een relatie ook gewoon hard werken is. Ik denk ook dat Berry en ik goed bij elkaar passen, omdat we heel verschillend zijn. En dat we de ander alles gunnen. We zijn heel communicatief, bij ons wordt alles uitgepraat. En het komt ons ook allemaal niet aanwaaien, hè. We hebben regelmatig knallende ruzie. Dat we tegenover elkaar staan en denken: wat wil ik nog met jou? Maar dan vliegen we elkaar een dag later toch weer in de armen en gaan we een oplossing bedenken voor dat waar we tegenaan waren gelopen.”

Wat doe je naast het schrijven om te ontspannen?

“Ik fiets veel, doe aan yoga, heb een moestuin en ik houd van koken en reizen. En ik ga weleens naar een hardrockconcert. Het laatste waar ik ben geweest was van Stone Sour, lekker ruige hardrock. Dan sta ik in mijn jeans en zwarte hoodie mee te springen en krijg ik zó veel energie. Ik kan er dan weer voor weken tegenaan. Of Berry meegaat? Nee, die vindt het heerlijk om ernaar te luisteren, maar hoeft niet zo nodig naar een concert. Ik ging de laatste keer met vrienden van mijn dochter en mijn schoonzoon. Die duw ik dan de moshpit in. Vroeger ging ik er gerust tussen staan, maar nu denk ik: wat als ik mijn arm breek? Goede hardrock voelt als thuiskomen. Ja, het is ruig en de teksten zijn donker, maar het is ook puur, zonder bullshit. Dat voel je in alles en dat trekt me aan. Heerlijk. Ik zoek die authenticiteit in alles, in liefde, in muziek, in schrijven. Dat voedt me, geeft zin aan het leven. Anders hoeft het voor mij niet.”

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Hij is er! 🎉 #labyrint #alleverhalen

Een bericht gedeeld door Esther Verhoef (@estherverhoefinsta) op

Het hele interview lees je in Flair 13-2020. Deze ligt t/m 31 maart in de schappen. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Saskia Smith | Beeld: Bart Honingh

Shoppen is altijd een goed idee