Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Celebs > Oud-rolstoeltennisser Esther Vergeer kreeg vlak na geboorte van dochter borstkanker: ‘Ik dacht, waarom nu?’

Oud-rolstoeltennisser Esther Vergeer kreeg vlak na geboorte van dochter borstkanker: ‘Ik dacht, waarom nu?’

Celebs
Oud-rolstoeltennisser Esther Vergeer kreeg vlak na geboorte van dochter borstkanker: ‘Ik dacht, waarom nu?’

Verdriet, maar ook geluk: het afgelopen jaar was intens voor oud-rolstoeltennisspeler Esther Vergeer (39). Ze kreeg borstkanker én werd moeder. ‘Voor de twintigwekenecho zijn we naar Canada gevlogen. Het was bijzonder om de vrouw te ontmoeten die onze baby in haar buik had.’

Gevloerd

Ze is sinds een paar weken weer aan het werk en dat vindt ze heerlijk én vermoeiend. “Vandaag moest ik mijn dochter naar mijn schoonmoeder brengen en dan gaat het echt van: wat moet er ook alweer allemaal mee, hoe laat moet ik weg? Ik moet mijn energie nog een beetje verdelen. Aan het einde van de dag ben ik gevloerd.”

‘Jinte heb ik niet zelf gedragen, toch schoten de hormonen door mijn lijf. Ik dacht dat het knobbeltje daarmee te maken had’

Wegvallen Spelen kwam goed uit

Het afgelopen jaar was voor Esther Vergeer een jaar van uitersten. In het kort: ze werd na zeven jaar eindelijk moeder, vier maanden nadat dochter Jinte werd geboren kreeg ze borstkanker en de coronacrisis haalde een streep door de Paralympics, waar ze als chef de mission van de Nederlandse atleten naartoe zou gaan. Wat betreft dat laatste: ze had natuurlijk liever geen pandemie gehad, maar dat de Olympische Spelen en de Paralympics daardoor werden uitgesteld, kwam goed uit. Nu had ze alle tijd om te herstellen en kan ze zich voorbereiden op volgend jaar, ervan uitgaande dat de Spelen dan wel doorgaan. Dat werken heeft ook een positief effect. Dat ze zich weer een beetje de oude Esther voelt.

Blokje om

“Het heeft lang om mijn ziekte gedraaid, dus dat ik weer met andere dingen bezig ben, is een fijn gevoel. De chemokuur heeft me behoorlijk onderuitgehaald. Ik ging vaak met mijn moeder naar buiten en dan gingen we een blokje om, tot een bruggetje bij ons in de buurt waar ik niet meer overheen kwam. Normaal rolde ik mijn rolstoel zo de brug op, maar dat ging niet meer. Mijn spierkracht was weg, net als mijn uithoudingsvermogen.”

Is dat frustrerend, als je als sportvrouw dat bruggetje niet meer op komt?

“Ja, dat was wel frustrerend. En moeilijk. Gelukkig was ik erop voorbereid. De artsen in het ziekenhuis hadden me verteld dat dit zou gebeuren, dat naar het einde van de straat gaan al een opgave zou worden. Eén van de belangrijkste dingen die ze me vertelden was: als het lastig wordt, weet dan dat het tijdelijk is. Dat was voor mij een houvast. Als je ziek bent en je weet niet waar het eindigt, lijkt me dat heel lastig. Maar ik had een soort van lichtpuntje: het is nu vervelend, maar het wordt beter. Misschien dat ik me er daarom ook goed aan kon overgeven.”

Wat dacht je toen je dat knobbeltje in je borst voelde?

“Ik dacht niet meteen het ergste. Jinte was net vier maanden bij ons. Ik heb haar zelf niet gedragen, ze is via een Canadese draagmoeder ter wereld gekomen, toch schoten de hormonen door mijn lijf. Ik dacht dat het knobbeltje daarmee te maken had, dat het toch een melkkliertje was. Toen het er anderhalve maand later nog zat, ben ik toch maar naar de dokter gegaan. Ik zat daar wel een beetje met een gevoel van: ik hoop niet dat ik je lastigval. Ik ben jong, ik dacht niet meteen aan borstkanker. Maar hij vertrouwde het niet en in het ziekenhuis wilden ze meteen een biopt nemen. Dat was het moment waarop ik dacht: oei, dit kan ook weleens niet goed zijn. De volgende dag kregen we meteen de uitslag: ik had een redelijk agressieve tumor in mijn borst.”

Verwerk je zo’n boodschap nog enigszins rustig, of schieten er meteen doemscenario’s door je hoofd?

“Dat laatste. Ik ken mensen die kanker hebben en hebben gehad. En bij wie het soms niet goed afliep. Het woord kanker is daardoor beladen. Ik was ook echt overstuur toen we na het slechtnieuwsgesprek thuiskwamen. Ik moest huilen, maar was ook boos. Waarom ik? Waarom nu ik net moeder ben geworden? Had ik niet genoeg op mijn bord gehad? Ik heb ook aan de arts gevraagd of ik doodging. Borstkanker is toch een ziekte waar veel vrouwen aan zijn overleden. Gelukkig was het snel duidelijk dat het om een tumor ging zonder uitzaaiingen en die goed te behandelen was. Ik schoot toen een beetje in mijn pragmatische manier van dingen benaderen: oké, ik ben dus ziek en ik weet wat dat is, ziek zijn, en ik weet wat pijn is, dus dit kan ik handelen. Mijn topsportmentaliteit kwam naar boven. Stap voor stap en afvinken wat ik kon afvinken. Van chemo naar chemo, van bestraling naar bestraling.”

 ‘Vooraf maakte ik me zorgen. Ik heb mijn dochter niet gedragen, is er dan wel een band? Nou, die was er vanaf die eerste seconde’

Door de chemo verloor je al snel je haar. Kon je je daar ook zo pragmatisch overheen zetten?

“Na de tweede chemokuur, begin februari, viel mijn haar al uit. Omdat ik me nog goed voelde, ben ik die week erna gaan werken voor het ABN AMRO World Wheelchair Tennis Tournament. Vlak daarvoor heb ik mijn haar afgeschoren. Ik voelde me heel erg onzeker door die plukken op mijn schouders. Het moment van afscheren vond ik heftig. Ik voelde me niet ziek, maar zag er wel ziek uit. Ik ging die week werken met een pruik op, dat gaf me wat meer zelfvertrouwen. Daarna heb ik die pruik nooit meer op gedaan. Buiten had ik een muts op, binnen liep ik met mijn kale kop rond of met een mutsje op. Na de chemokuur kwam mijn haar terug. Man, wat was ik blij met die kleine stekeltjes. Alleen was het grijs; een shock. Kort en grijs, daar was ik nog niet aan toe. Zodra het kon, heb ik het geverfd. Ik heb altijd lang, blond haar gehad en nu is het kort en donker. Mensen zeggen: het staat je goed. Maar het is geen gekozen coupe, dus ik vind het lastig om te bedenken of ik het zo laat, of laat groeien.”

Hoe ging dat tussen jou en Marijn? Het was voor hem ongetwijfeld moeilijk om jou zo ziek te zien.

“Naast dat hij een enorme steun geweest is, hebben we elkaar ook vrijgelaten in ons eigen proces. Ik was ziek, hij niet, dat maakt dat het voor ons beiden anders was. Marijn vond het bijvoorbeeld fijn om even weg te zijn voor zijn werk – hij is projectmedewerker bij Sportvisserij Nederland – en dat snapte ik heel goed. Het was zijn manier om even uit die ziektebubbel te stappen. Als hij er niet was, gingen mijn ouders of broer mee naar het ziekenhuis. De eerste dagen na de kuur wilde ik voornamelijk slapen, dan was het ook niet erg als Marijn er niet was. En als het nodig was, kon hij altijd naar huis komen. We hebben het er eigenlijk niet eens zo veel over gehad. We voelden haarfijn aan dat het geen zin had om elkaar te claimen, en dat je elkaar juist de vrijheid moet geven om te doen wat goed voor jou voelt.”

Lees ook
Manuel Broekman raakte zichzelf kwijt: ‘Ik ging extreem veel werken, feesten, drinken: alles om geen pijn te voelen

Dan is Jinte een fijne afleiding.

“Het is fijn dat zij geen idee had van wat er gebeurde. Zij wilde gewoon eten en slapen, en lachte op de momenten dat we het hard nodig hadden. In die zin is ze zeker een afleider geweest. Als je een fles geeft, denk je even niet aan ziek zijn. Maar in het begin vond ik het ook zwaar om voor haar te zorgen. Zo’n baby gaat de hele dag maar door. Haar eten geven kostte veel energie en soms was het geluid van haar gehuil al te veel voor me. Mijn ouders zijn veel bijgesprongen. Als ik een chemokuur had gehad, sliep ze de eerste paar dagen bij mijn ouders. We wonen dicht bij elkaar, dus als ik wilde, kwam mijn moeder gewoon met Jinte naar ons toe.”

Lees meer van dit interview in Flair 47, deze ligt vanaf 18 november in de winkels. Wil je ‘m liever laten bezorgen?
Bestellen kan hier.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Esther Vergeer (@esthervergeer)

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Esther Vergeer (@esthervergeer)

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Esther Vergeer (@esthervergeer)

Tekst: Saskia Smith | beeld: Bart Honingh, Instagram

Shoppen is altijd een goed idee